In
AMADA, “Communistische Partij in opbouw” (organisatie van waaruit
in 1979 de PVDA is
ontstaan), was voor ieder lid de studie van “De
geschiedenis van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie
(Bolsjeviki)”
verplichte studie. Het diende ondermeer om de werken van Lenin in hun
concrete context te plaatsen, om die dan goed te kunnen begrijpen
(wat zijn algemene lessen, wat zijn concrete richtlijnen voor de
concrete situatie voor de welke ze geschreven zijn).
AMADA,Communistische Partij in opbouw |
De
organisatieprincipes van “De
Communistische Partij als georganiseerde voorhoede van de
arbeidersklasse”
vond men terug in “De
Bolsjeviek...”:
(D)e
fundamentele stellingen op organisatiegebied, die Lenin in dit boek
....("Een
schrede voorwaarts, twee schreden achterwaarts")....heeft
ontwikkeld,(....)
1) De Marxistische partij is een deel van de arbeidersklasse, een strijdafdeling van haar. (...)... niet eenvoudig een strijdafdeling, maar de vooraanstaande, de klassebewuste, de Marxistische strijdafdeling van de arbeidersklasse is, uitgerust met de kennis van het maatschappelijk leven, van de wetten der ontwikkeling van het maatschappelijk leven, van de wetten van de klassenstrijd en daardoor in staat, de arbeidersklasse aan te voeren, haar strijd te leiden. Daarom mag men de partij niet met de arbeidersklasse verwisselen, evenals men het deel niet met het geheel mag verwisselen, men mag niet eisen dat iedere staker zich zelf tot lid van de partij kan verklaren,(....)
2. De partij is niet alleen de vooraanstaande, klassebewuste strijdafdeling van de arbeidersklasse, maar tevens ook de georganiseerde strijdafdeling van de arbeidersklasse, die haar eigen discipline heeft, die bindend is voor al haar leden. Daarom moeten de partijleden noodzakelijk lid zijn van een van de organisaties van de partij. (...) De partij kan alleen in dat geval praktisch de strijd van de arbeidersklasse leiden en hem op één doel richten, wanneer al haar leden georganiseerd zijn in één ondeelbare gemeenschappelijke strijdafdeling, innig verbonden door eenheid van wil, eenheid van handelen en eenheid van discipline.(...)
3. De partij is niet eenvoudig een georganiseerde strijdafdeling, maar de ”hoogste vorm van organisatie” onder alle andere organisaties van de arbeidersklasse, zij is er toe geroepen om alle overige organisaties van de arbeidersklasse te leiden. De partij als hoogste vorm van organisatie, bestaande uit de besten uit de klasse, toegerust met de meest vooruitstrevende theorie, met de kennis van de wetten van de klassenstrijd en met de ervaring van de revolutionaire beweging, heeft alle mogelijkheden om alle andere organisaties van de arbeidersklasse te leiden en is verplicht dit te doen.(...).
4. De partij is de belichaming van de ·verbintenis van de voorhoede der arbeidersklasse met de miljoenenmassa’s van de arbeidersklasse. Welk een uitstekende voorhoede de partij ook moge zijn en hoe goed zij ook georganiseerd moge zijn, toch zal zij niet kunnen leven en zich ontwikkelen zonder verbindingen met de partijloze massa's, zonder deze verbindingen te vermenigvuldigen en sterker te maken. (...)
1) De Marxistische partij is een deel van de arbeidersklasse, een strijdafdeling van haar. (...)... niet eenvoudig een strijdafdeling, maar de vooraanstaande, de klassebewuste, de Marxistische strijdafdeling van de arbeidersklasse is, uitgerust met de kennis van het maatschappelijk leven, van de wetten der ontwikkeling van het maatschappelijk leven, van de wetten van de klassenstrijd en daardoor in staat, de arbeidersklasse aan te voeren, haar strijd te leiden. Daarom mag men de partij niet met de arbeidersklasse verwisselen, evenals men het deel niet met het geheel mag verwisselen, men mag niet eisen dat iedere staker zich zelf tot lid van de partij kan verklaren,(....)
2. De partij is niet alleen de vooraanstaande, klassebewuste strijdafdeling van de arbeidersklasse, maar tevens ook de georganiseerde strijdafdeling van de arbeidersklasse, die haar eigen discipline heeft, die bindend is voor al haar leden. Daarom moeten de partijleden noodzakelijk lid zijn van een van de organisaties van de partij. (...) De partij kan alleen in dat geval praktisch de strijd van de arbeidersklasse leiden en hem op één doel richten, wanneer al haar leden georganiseerd zijn in één ondeelbare gemeenschappelijke strijdafdeling, innig verbonden door eenheid van wil, eenheid van handelen en eenheid van discipline.(...)
3. De partij is niet eenvoudig een georganiseerde strijdafdeling, maar de ”hoogste vorm van organisatie” onder alle andere organisaties van de arbeidersklasse, zij is er toe geroepen om alle overige organisaties van de arbeidersklasse te leiden. De partij als hoogste vorm van organisatie, bestaande uit de besten uit de klasse, toegerust met de meest vooruitstrevende theorie, met de kennis van de wetten van de klassenstrijd en met de ervaring van de revolutionaire beweging, heeft alle mogelijkheden om alle andere organisaties van de arbeidersklasse te leiden en is verplicht dit te doen.(...).
4. De partij is de belichaming van de ·verbintenis van de voorhoede der arbeidersklasse met de miljoenenmassa’s van de arbeidersklasse. Welk een uitstekende voorhoede de partij ook moge zijn en hoe goed zij ook georganiseerd moge zijn, toch zal zij niet kunnen leven en zich ontwikkelen zonder verbindingen met de partijloze massa's, zonder deze verbindingen te vermenigvuldigen en sterker te maken. (...)
De
betekenis van dit boek(...)bestaat hierin, dat Lenin
hier als eerste in de geschiedenis van het Marxisme de leer van de
partij als de leidende organisatie van het proletariaat, als het
voornaamste wapen in handen van dat proletariaat, zonder hetwelk het
niet mogelijk is in de strijd voor de proletarische dictatuur de
overwinning te behalen, uitwerkte.1
Deze
organisatieprincipes lagen aan de oorsprong van de Partij van de
Arbeid van België, gesticht (vanuit AMADA) op haar
stichtingscongres in 1979.
De toepassing
van deze organisatie-principes werd nog eens benadrukt op het 2e
congres in 1983 waar argumenten voor het afstappen van dit
voorhoede-karakter veworpen werden als pseudo-marxisme, als oproepen
tot “liquidatie van de communistische partij” Uit
“Partijopvatting” (tekst van het Tweede Congres van de PVDA,
1983):
Het
verwerpen van het concept voorhoedepartij heeft als kern dat de
sociaal-democratie het kapitalisme niet wil vernietigen. Het
reformisme heeft altijd middelen gevonden om dat te verbergen. Het
marxisme-leninisme en de leninistische partijopvatting werden door de
jaren heen afgedaan als “onaangepast aan de specifieke situatie”,
“voorbijgestreefd door de ontwikkeling van de maatschappij”. …
De grote sympathie voor de Russische revolutie onder het internationale proletariaat verplichtte de sociaaldemocratie om zich solidair te verklaren met de “diktatuur van het proletariaat” in Rusland, waarbij zijzelf koos voor methodes die beter waren “aangepast”aan de burgerlijke democratie, aan de “specifieke situatie”in West-Europa. De Russische revolutie, de leninistische partijopvatting, was alleen toepasselijk, in een situatie ven verplichte klandestiniteit, van achterlijkheid van de productie en van het proletariaat…”
De grote sympathie voor de Russische revolutie onder het internationale proletariaat verplichtte de sociaaldemocratie om zich solidair te verklaren met de “diktatuur van het proletariaat” in Rusland, waarbij zijzelf koos voor methodes die beter waren “aangepast”aan de burgerlijke democratie, aan de “specifieke situatie”in West-Europa. De Russische revolutie, de leninistische partijopvatting, was alleen toepasselijk, in een situatie ven verplichte klandestiniteit, van achterlijkheid van de productie en van het proletariaat…”
Het expliciet zetten van het voorhoede-karakter van de communistische partij TEGENOVER “het zich afscheiden van de massa's” werd eveneens als “pseudo-marxisme” verworpen. André Gorz, die in de texten van het Tweede Congres, wordt opgevoerd als negatief voorbeeld wordt in “Partijopvatting” (text van het Tweede Congres van de PVDA, 1983) wordt naar voren geschoven als voorbeeld van “marxisme zonder Lenin”:
Één
van hun woordvoerders en theoreticus van het “marxisme zonder
Lenin”was André Gorz. In 1972 schrijft hij boeken vol met
lofzangen op het spontane initiatief van de arbeidersmass en tegen de
theorie van Lenin over de noodzaak van een georganiseerde en
geschoolde voorhoede. Uit “actualiteit van de revolutie” (Van
Gennep, 1972):
“ De
bolsjevistische opvatting van de partij als georganiseerde voorhoede,
gescheiden van de massa`s, bevatte de kiem van het merendeel van de
latere ontaardingen van de Sovjetmacht. De elitaire opvatting van een
georganiseerde avant-garde was niet vereist door de essentie van de
strijd en van de revolutionaire partij: het zijn de historische
voorwaarden van de klandestiene revolutionaire partij in Rusland (…)
die een scheiding nodig maakten tussen voorhoede en massa (…) In
dit opzicht zijn de voorwaarden vandaag fundamenteel anders. Het is
niet de fundamentele taak van de revolutionaire partij om van bovenaf
te leiden en onder controle te houden, maar om het vermogen tot
initiatief, tot organisatie van zichzelf (dat bij de massa`s aanwezig
is) te stimuleren en naar buiten te laten komen.”(p.59)
Als
“pseudo-marxisme” bestempeld in 1983, wordt “eigentijds
marxisme” sinds 1999
Hetgeen
als “pseudo-marxisme”
getypeerd wordt in 1983 (en impliciet als zodanig herbevestigd op het
5e congres in 1995) wordt in 1999 gewoon gebruikt als argumentatie
door het nationale kader van de PVDA verantwoordelijk voor
“organisatie” om in feite AFSTAND te doen van het principe
“voorhoede van de arbeidersklasse”.
Het toepassen
van het “eigentijds marxisme”2
van de PVDA in de Resolutie van 1999 en de uitvoeringsrichtlijnen
volgend uit die resolutie:
“De
verkiezingsresultaten van een communistische partij vormen een
beoordeling over heel haar werking (dus over heel de uitvoering van
de strategie naar revolutie toe) Het zijn een analise van de
verkiezingsresultaten die bepalend zijn over de organisatieprincipes
van een communistische partij en het optreden van haar militanten in
hun dagelijks politiek en ideologisch werk.”
Daarom wordt besloten een niveau van partijlidmaatschap in te voeren op basis van “gewoon een partijkaart te komen dus lid te kunnen zijn op het meest elementaire niveau”.
Daarom wordt besloten een niveau van partijlidmaatschap in te voeren op basis van “gewoon een partijkaart te komen dus lid te kunnen zijn op het meest elementaire niveau”.
Verantwoording
van de leiding in 1999:
"De
partij moet verenigd zijn rond een strikt marxistisch-leninistisch
programma of analyses, die naar de grond van de zaken gaan. Maar in
het werk onder de massa 's moet de partij veel aandacht besteden aan
de tactiek, aan de massalijn, aan het bestuderen hoe onze boodschap
overkomt, aan niet alles over de massa's uitgieten, maar een of twee
essentiële punten scoren in een gegeven situatie. (...) Wij
moeten sommige van onze opvattingen over de voorhoede-partij herzien,
ze duwen ons, in de huidige omstandigheden, naar sectarisme en
dogmatisme, dwz naar 'erg zuivere ' opvattingen, die ons afsnijden
van de progressieve massa's, die potentieel bij ons zouden kunnen
komen. Dat houdt verband met het onevenwicht tussen ons intern werk,
dat 'erg juist is vanuit ML-standpunt ' en onze beperkte politeke
impact en organisatorische greep op de massa's. "
(...)
Vele
medewerkers noemen zichzelf lid en worden ook zo
door hun omgeving
beschouwd. Bij elke andere partij, krijgen deze mensen ook een
partijiidkaart. Dat moet eveneens bij ons kunnen. Daarom dient in
onze partij, ook op organisatievlak, het sectarisme doorbroken te
worden.
Vandaag
staan we voor de opdracht een 'permanente' band te geven met de
partij, aan de 4547 medewerkers die taken hebben opgenomen in de
verkiezingscampagne. Indien we deze band in de komende maanden niet
realiseren, zullen we weer eens moeten vaststellen dat al ons
activisme tijdens de laatste campagnes niet wordt omgezet in de
uitbouw van de partij. En op die manier onthouden we al die
medewerkers de kans om zich stap voor stap te engageren voor de
revolutie. (...)
We richten ons tot alle medewerkers: medewerkers van de kiescampagne, campagne Clabecq, orde der geneesheren, verbouwing etc. Kortom, de campagnes van de afgelopen paar jaar. (...)
We richten ons tot alle medewerkers: medewerkers van de kiescampagne, campagne Clabecq, orde der geneesheren, verbouwing etc. Kortom, de campagnes van de afgelopen paar jaar. (...)
4.
De
voorwaarden: Een
lidkaart betalen aan 500 fr per jaar.Een voordracht door een
groepslid of een militant.Er wordt geen bijkomende voorwaarde gesteld
in verband met 'akkoord met het programma' (....)... (H)et opbouwen
van een echte 'massa-partij' en hierdoor beter greep krijgen op de
klassenstrijd bemoeilijken. (...)7.3.
De
betekenis
van
'Een
stap
voorwaarts,
twee
stappen
terug'
van
Lenin
(1904)
Er zijn kameraden die zich verzetten tegen de invoering van een derde niveau van lidmaatschap met volgende argumenten: ("Lenin voerde in 1904 een strijd tegen de opportunistische vleugel in de partij rond het punt 'Wie kan er lid zijn van de partij ? ' Lenin verdedigde dat iedereen lid van de partij kon zijn, die het partijprogramma aanvaardde, de partij materieel ondersteunde en lid -was van één van haar organisaties. Hij bestreed in deze kwestie de opportunistische vleugel die verdedigde dat alleen het erkennen van het programma van de partij en de materiele ondersteuning de twee noodzakelijke voorwoorden waren voor lidmaatschap van de partij. Het derde niveau van lidmaatschap dat de partij vandaag wil invoeren is gelijkaardig met de opvatting van de opportunisten. Daarom verwerp ik de invoering van dit derde niveau.
Er zijn kameraden die zich verzetten tegen de invoering van een derde niveau van lidmaatschap met volgende argumenten: ("Lenin voerde in 1904 een strijd tegen de opportunistische vleugel in de partij rond het punt 'Wie kan er lid zijn van de partij ? ' Lenin verdedigde dat iedereen lid van de partij kon zijn, die het partijprogramma aanvaardde, de partij materieel ondersteunde en lid -was van één van haar organisaties. Hij bestreed in deze kwestie de opportunistische vleugel die verdedigde dat alleen het erkennen van het programma van de partij en de materiele ondersteuning de twee noodzakelijke voorwoorden waren voor lidmaatschap van de partij. Het derde niveau van lidmaatschap dat de partij vandaag wil invoeren is gelijkaardig met de opvatting van de opportunisten. Daarom verwerp ik de invoering van dit derde niveau.
Deze
kameraad past het marxisme-leninisme op een dogmatische manier
toe.(...)
Men komt er dus niet met de citaten van Lenin over te schrijven en te wijzen op de oppervlakkige gelijkenissen tussen de huidige voorstellen van de partij en de toenmalige standpunten van de opportunist Martov in 1904. (....)
Men komt er dus niet met de citaten van Lenin over te schrijven en te wijzen op de oppervlakkige gelijkenissen tussen de huidige voorstellen van de partij en de toenmalige standpunten van de opportunist Martov in 1904. (....)
In
1904 bestaat er in Rusland geen revolutionaire partij van het
leninistische type. Lenin en zijn russische sociaal-democratische
arbeiderspartij waren lid van de Tweede Internationale. Het
reformisme had die Intemationale al haast volledig in zijn greep. Het
economisme en bijhorend opportunisme in organisatievraagstukken was
de uitdrukking van het reformisme in de RSDAP. Lenin's bekommernis
was van zich daarvan duidelijk te démarkeren. Hun probleem was
: dat reformisme in de sociaal-democratische beweging buiten te
houden , van zich af te schudden.
De
revolutionaire beweging is enorm versnipperd en anderzijds groeit de
massabeweging enorm. Het marxisme kwam meer en meer in de mode.
Verschillende burgerlijke progressieven werden aanhangers van het
legale marxisme', een samenraapsel van marxistische ideeën maar
dat zich ontdaan had van alles wat essentieel was als marxistische
doctrine. Lenin wilde een revolutionaire gecentraliseerde organisatie
opbouwen met een revolutionair programma en waarvan de kern gevormd
werd door beroepsrevolutionairen.(...) Hij wilde kost wat kost de
aanhangers van het legale marxisme weren uit de kern van zijn
organisatie die hij wilde beginnen op te bouwen (...) Martov
daarentegen verdedigde(....) dat de aanhangers van het 'legale
marxisme' zich ook lid zouden kunnen noemen van de partij. (...)en
verzette zich tegen de opbouw van een gecentraliseerde en
gedisciplineerde organisatie.
De
situatie waar de partij vandaag voor staat; is helemaal niet te
vergelijken met de situatie van de bolsjewieken in 1904. Er bestaat
reeds meer dan 20 jaar een gecentraliseerde organisatie, met een
partijprogramma, met een bekwame leiding van beroepsrevolutionairen.
Men
kan daarnaast ook niet zeggen dat vandaag het marxisme in de mode is.
0ns probleem is zeker niet dat we 'elke staker' en al wie maar
enigszins wil , ruim in de partij binnenlaten, wel integendeel. Veel
voorhoede elementen, die echt voor de partij zijn bleven tot op heden
buiten de partij. (...) Het is juist omdat we gedurende 30 jaar aan
een soliede organisatie gewerkt hebben dat we vandaag soepeler kunnen
zijn dan Lenin in 1904 zonder dat dat automatisch gevolgen heeft voor
het leninistisch karakter van onze organisatie.3
Nu,
deze verantwoording van het nationaal kader voor organisatie wordt
weerlegd
door de analyse die het
5e congres van 1995
maakt, zowel over “de
bekwame leiding van beroepsrevolutionairen”
als “eenheid rond
de lijn”....(En
“revolutionair
partijprogramma”?
Dat IS ER NIET, het programma van 1979 moest herschreven worden na
het 5e congres, dit is nooit gebeurd en zelfs AFGEVOERD! Alleen een
programma van hervormingen bestaat, waaruit iedere keer de
verkiezings-themas worden gekozen):
Sinds
1945 kent Belgiê een periode waarin de burgerlijke democratie
relatief stabiel is. Het gevaar bestaat dat de houding en de ideeën
van de kaders getekend blijven door deze periode.
De
vernietiging van wat er nog overbleef van het socialisme in de USSR
betekende de start van een reactionaire periode in de hele wereld.
Agressie-oorlogen en interimperialistische oorlogen breken uit. De
fascisering vormt de algemene tendens van de huidige imperialistische
wereld.(...)
De
houding van de kaders moeten radicaal veranderen. In plaats van
grote ambities te hebben en daarnaar te handelen, blijven sommigen
steken in de 'routine' van de rustige jaren.(...)
De fundamentele analyses, waarvan de essentiële stellingen niet worden gecontesteerd, zijn uitgewerkt door een erg beperkt aantal kaders.
De eenheid rond de lijn is soms formeel en de vermelde documenten werden niet altijd voldoende geassimileerd.
Terzelfdertijd kan men in bepaalde sectoren een langzame, bijna onmerkbare, ideologische en politieke verrotting vaststellen.
In 1989-1990 hebben we een heruitgave meegemaakt van de liquidatiestroming van begin 1980. Nu speelde ze zich af tegen de achtergrond van een verhevigd anti-communistisch offensief op wereldvlak, een vloedgolf van revisionistische stellingen binnen de internationale communistische beweging en een verontrustende ontwikkeling van rechtse tendenzen in onze partij.
De fundamentele analyses, waarvan de essentiële stellingen niet worden gecontesteerd, zijn uitgewerkt door een erg beperkt aantal kaders.
De eenheid rond de lijn is soms formeel en de vermelde documenten werden niet altijd voldoende geassimileerd.
Terzelfdertijd kan men in bepaalde sectoren een langzame, bijna onmerkbare, ideologische en politieke verrotting vaststellen.
In 1989-1990 hebben we een heruitgave meegemaakt van de liquidatiestroming van begin 1980. Nu speelde ze zich af tegen de achtergrond van een verhevigd anti-communistisch offensief op wereldvlak, een vloedgolf van revisionistische stellingen binnen de internationale communistische beweging en een verontrustende ontwikkeling van rechtse tendenzen in onze partij.
Enkele
kaders van het Centraal Comité van 1987-1990 hebben
gecapituleerd en hebben de leiding verlaten.(..)
Sommige sectoren van de partij worden routinematig geleid zonder krachtige revolutionair geest. De kaders en leden worden er niet consequent opgevoed in het marxisme-leninisme, krijgen geen diepgaande kritieken op hun werk, nog hulp om hun zwakheden te overwinnen.(....)
De partij verkondigt sinds het begin dat zij haar activiteit baseert op de werken van Marx, Engels, Lenin, Stalin en Mao Zedong. Maar in werkelijkheid doen erg weinig kaders effectief inspanningen op het geheel van deze werken te kennen en om ze op levendige wijze te gebruiken in het partijleven.
Veel ideologische en politieke principes werden in de jaren 1968-1979 verworven: (...) Deze principes werden bijna nooit in vraag gesteld, maar zij raakten langzamerhand in onbruik.
Sommige sectoren van de partij worden routinematig geleid zonder krachtige revolutionair geest. De kaders en leden worden er niet consequent opgevoed in het marxisme-leninisme, krijgen geen diepgaande kritieken op hun werk, nog hulp om hun zwakheden te overwinnen.(....)
De partij verkondigt sinds het begin dat zij haar activiteit baseert op de werken van Marx, Engels, Lenin, Stalin en Mao Zedong. Maar in werkelijkheid doen erg weinig kaders effectief inspanningen op het geheel van deze werken te kennen en om ze op levendige wijze te gebruiken in het partijleven.
Veel ideologische en politieke principes werden in de jaren 1968-1979 verworven: (...) Deze principes werden bijna nooit in vraag gesteld, maar zij raakten langzamerhand in onbruik.
Tijdens
de debatten in 1989-1990 hebben wij kunnen vaststellen dat achter de
façade van ideologische eenheid, haast onmerkbaar, talrijke
anti-leniinistische, kleinburgerlijke opvattingen waren
ontstaan..
Wij kunnen niet zeggen dat de marxistisch-leninistische aard en oriëntatie van onze partij stivig gewaarborgd zijn.(....)
In onze partij blijven kleinburgerlijke opvattingen bestaan die de revolutionaire praktijk afremmen.
Wij kunnen niet zeggen dat de marxistisch-leninistische aard en oriëntatie van onze partij stivig gewaarborgd zijn.(....)
In onze partij blijven kleinburgerlijke opvattingen bestaan die de revolutionaire praktijk afremmen.
De
ontplooiing van een revolutionaire praktijk vereist drie voorwaarden:
de klassenstrijd ontwikkelen en leiden, het politiek bewustzijn van
de massa's verhogen en de voorhoede
organiseren in de partij, terwijl men de massa's samenbrengt
in brede organisaties onder leiding van de partij.(...)
Praktijk en strijd, zonder politiek werk rond de fundamentele punten van het communistisch programma, zonder organisatie, leiden alleen maar tot impasse en mislukking(....)
De omvorming van de wereldopvatting, de kritiek op de burgerlijke opvatting en het verwerven van een proletarische wereldopvatting zijn fundamentele zaken voor iedere communist, en dat gedurende zijn hele leven (...)
Praktijk en strijd, zonder politiek werk rond de fundamentele punten van het communistisch programma, zonder organisatie, leiden alleen maar tot impasse en mislukking(....)
De omvorming van de wereldopvatting, de kritiek op de burgerlijke opvatting en het verwerven van een proletarische wereldopvatting zijn fundamentele zaken voor iedere communist, en dat gedurende zijn hele leven (...)
Naarmate
onze partij een zekere politieke en organisatorische consolidatie
heeft gekend, is de omvorming van wereldopvatting voor veel leden een
abstract begrip geworden, en werken zij niet systematisch meer aan de
omvorming van hun wereldopvatting, doorheen studie, het werk en de
dagelijkse practijk.
De
partij voert een vastberaden ideologische en politiek strijd met de
kameraden die lid willen worden, opdat zij zouden breken met de meest
voorkomende burgerlijke opvattingen. Maar lid worden van de partij is
slechts het begin van een lang proces van omvorming.4
Dus
omwille van toekomstige betere VERKIEZINGS-resultaten wordt het
vasthouden aan de principes die het voorhoedekarakter bepalen, als
een “hinderpaal” gezien om “de massa's te bereiken”. Dit
voorbeeld van “eigentijds marxisme”5
werd door de meerderheid op het 2e congres bestempeld als
“pseudo-marxisme”.
PVDA (8ste
congres,2008):”Met eigentijds marxisme een eigentijds comunistische
partij”
Met die
“eigentijds” marxisme werd op het 8e Congres van de PVDA in 2008
een “eigentijdse” communistische partij gevormd. Maar door de
formulering in de congestekst “De
wereldbeschouwing van de PVDA is het marxisme. De basis ervan werd
gelegd door Karl Marx, Friedrich Engels en Vladimir Lenin. (...) Wij
schrijven ons in in een partijconcept van “het nieuwe type”....”
LIJKT het alsof de PVDA aansluit bij de “Leninistische
partijprincipes” zoals samengevat in “De
Bolsjeviek.....”.
En hoewel de PVDA sinds 1999 (en op het 7e congres bevestigd met
invoeren van “RAADgevende leden” georganiseerd via Algemene
Ledenvergaderingen”) omwille van betere VERKIEZINGSresultaten het
voorhoede-karakter laat vallen, verdoezelt zij dit door te spreken
van “de
capaciteiten van de voortrekkers, met name van die van de
communistische partij”
“We
zijn in staat een band te maken tussen de grote problemen van onze
tijd – armoede, werkloosheid en stress, honger, tekort aan
drinkbaar water, oorlog, de uitputting van de aarde… – vanuit een
samenhangende, veelzijdige marxistische analyse ..... Maar die band
maken, volstaat niet. Het komt er op aan een globaal antwoord en
oplossing te bieden. Een
socialistische maatschappij (...) is het doel dat we nastreven.
...Om dat doel te
bereiken steunt de partij op een aantal specifieke ideologische en
organisatorische principes.
Deze (...) onderscheiden ons van de traditionele partijen. (...)De
belangrijkste opdracht voor de partij is: beginselvast én
soepel te zijn.
(...) De geschiedenis leert dat het opgeven van de principes in naam
van tactiek en soepelheid, heel snel kan verlopen. In 1885 werd de
Belgische Werklieden Partij opgericht. De BWP had een aantal
socialistische principes, maar die werden – vooral vanaf de eerste
verkiezingsoverwinning in 1894 – vrij snel opgegeven. (...)De
wereldbeschouwing van de PVDA is het marxisme. De basis ervan werd
gelegd door Karl Marx, Friedrich Engels en Vladimir Lenin.
(....)
(D)e wereld van morgen, het socialisme, komt niet uit de lucht gevallen. Ze zal niet van bovenuit cadeau worden gedaan. Ze is het resultaat van een lange periode van conflict tussen de twee grote vijandelijke kampen die rechtstreeks tegenover elkaar staan: de bezittende klasse (het kapitaal) en de werkende klasse. Op verschillende terreinen. Waarbij uiteindelijk de werkende klasse de macht in handen neemt. Ten koste van de bezittende klasse. We spreken dan van een maatschappelijke omwenteling, van een socialistische revolutie. We zijn vandaag in Europa nog ver van die situatie verwijderd. De geschiedenis leert dat de overgang naar een andere maatschappij pas mogelijk wordt als – in grote lijnen – twee voorwaarden vervuld zijn. Ten eerste moet de tijd rijp zijn. Wanneer de heersende klasse grondig verdeeld is en ze niet langer kan regeren, zoals voorheen. Wanneer grote delen van de bevolking haar heerschappij niet langer tolereren. Wanneer het volk niet meer wil verder leven zoals voordien. Wanneer het volk niet verder kan leven zoals voorheen en in beweging komt. Massaal. En dat is erg zeldzaam in “vreedzame” periodes. (...)
(D)e wereld van morgen, het socialisme, komt niet uit de lucht gevallen. Ze zal niet van bovenuit cadeau worden gedaan. Ze is het resultaat van een lange periode van conflict tussen de twee grote vijandelijke kampen die rechtstreeks tegenover elkaar staan: de bezittende klasse (het kapitaal) en de werkende klasse. Op verschillende terreinen. Waarbij uiteindelijk de werkende klasse de macht in handen neemt. Ten koste van de bezittende klasse. We spreken dan van een maatschappelijke omwenteling, van een socialistische revolutie. We zijn vandaag in Europa nog ver van die situatie verwijderd. De geschiedenis leert dat de overgang naar een andere maatschappij pas mogelijk wordt als – in grote lijnen – twee voorwaarden vervuld zijn. Ten eerste moet de tijd rijp zijn. Wanneer de heersende klasse grondig verdeeld is en ze niet langer kan regeren, zoals voorheen. Wanneer grote delen van de bevolking haar heerschappij niet langer tolereren. Wanneer het volk niet meer wil verder leven zoals voordien. Wanneer het volk niet verder kan leven zoals voorheen en in beweging komt. Massaal. En dat is erg zeldzaam in “vreedzame” periodes. (...)
Maar
er is nog een tweede voorwaarde. Niet alleen moet de tijd rijp zijn,
de werkende klasse moet ook voorbereid zijn. In een grote
crisissituatie moet ze voldoende georganiseerd zijn: in volkscomités,
in vakbonden, in wijkraden, in massaorganisaties
(vrouwenorganisaties, jongerenorganisaties…). En ze moet voldoende
bewust zijn. Om zo een overgang naar het socialisme te kunnen
realiseren. De
rijpheid van de werkende klasse en de kracht van de massa-actie
hangen voor een groot deel af van de capaciteiten van de
voortrekkers, met name van die van de communistische partij.
(....)
...(De PVDA is) een eigentijdse communistische partij De PVDA is geen klassieke of traditionele partij. Wij schrijven ons in in een partijconcept van “het nieuwe type”. Kenmerkend hiervoor zijn ons doel, onze analyse, onze taken en onze werkingsprincipes. (...) De partij maakt deel uit van de internationale communistische beweging.”6
...(De PVDA is) een eigentijdse communistische partij De PVDA is geen klassieke of traditionele partij. Wij schrijven ons in in een partijconcept van “het nieuwe type”. Kenmerkend hiervoor zijn ons doel, onze analyse, onze taken en onze werkingsprincipes. (...) De partij maakt deel uit van de internationale communistische beweging.”6
Want
"de partij
van het Nieuwe Type"
IS JUIST de in 1912 opgerichte Communistische Partij van de
Sovvjet-Unie (bolsjeviki), zoals alle leden, indien de studie van "De
Bolsjeviek...." nog verplicht was geweest, hadden kunnen weten
(en zo de revisionistische lijn van het 8ste congres zouden hebben
kunnen ontmaskeren...:
(D)e
actuele taak om alle bolsjewiki tot één geheel aaneen
te sluiten en hen tot een zelfstandige bolsjewistische partij te
formeren(...) was niet alleen dringend noodzakelijk, om een einde te
kunnen maken aan de opportunistische stromingen in de partij, die
scheuring in de arbeidersklasse brachten. Dit was bovendien
noodzakelijk teneinde de krachten van de arbeidersklasse volledig te
verzamelen en haar op de nieuwe revolutionaire opleving te
kunnen voorbereiden.
Maar om deze taak te kunnen vervullen, was het in de eerste plaats nodig om de partij van opportunisten, van mensjewiki te zuiveren.(...)
Alleen langs deze weg kon men de revolutionaire partij van het proletariaat, met één program, één tactiek en één klasse-organisatie herstellen.(...)
Maar om deze taak te kunnen vervullen, was het in de eerste plaats nodig om de partij van opportunisten, van mensjewiki te zuiveren.(...)
Alleen langs deze weg kon men de revolutionaire partij van het proletariaat, met één program, één tactiek en één klasse-organisatie herstellen.(...)
De
formele breuk met de mensjewiki en het formeren van de
bolsjewiki tot een afzonderlijke partij, was natuurlijk een zeer
belangrijke politieke taak. Maar de bolsjewiki stonden nog voor
een andere, belangrijker taak. Deze bestond niet alleen hierin om met
de mensjewiki te breken en zich tot een afzonderlijke partij te
formeren, maar in de eerste plaats, om na de breuk met de mensjewiki,
een
nieuwe partij te vormen, een partij van een nieuw type,
verschillend van de gewone sociaal-democratische partijen van het
Westen, vrij van opportunistische elementen, bekwaam om het
proletariaat naar de strijd om de macht te voeren. (...)
(N)a
de dood van Engels (waren) de West-Europese sociaal-democratische
partijen, van partijen van de sociale revolutie tot partijen van
"sociale hervormingen" (...) niet in staat was, om de
arbeidersklasse naar de revolutie te voeren.
De
bolsjewiki moesten wel weten, dat het proletariaat niet zulk een
partij, maar een
andere, nieuwe, echt Marxistische partij nodig had, een partij, die
onverzoenlijk zou staan ten opzichte van de opportunisten en
revolutionair ten opzichte van de bourgeoisie, die aaneengesloten en
uit één stuk zou zijn, die de partij van de sociale
revolutie, de partij van de dictatuur van het proletariaat zou
zijn.(...)
De
taak van de VIe Partijconferentie lag hierin om deze zaak, die rijp
was, te bekronen, met de verdrijving van de mensjewiki en de
formering van de nieuwe partij, de partij van de bolsjewiki.
De
VIe Al-Russische Partijconferentie had in Praag in Januari 1912
plaats(..en...)had (...) de betekenis van een partijcongres.(...)
De
partij wordt sterker, doordat zij zich van opportunistische
elementen zuivert, - dat is een van de leuzen van de bolsjewistische
partij, als de
partij van het nieuwe type, die zich principieel van de
sociaal-democratische partijen van de IIe Internationale
onderscheidt. De partijen van de IIe Internationale, die zich met het
woord Marxistisch noemden, duldden metterdaad de tegenstanders van
het Marxisme, de openlijke opportunisten in hun midden
en lieten toe, dat zij de IIe Internationale tot ontbinding brachten
en te gronde richtten. De bolsjewiki daarentegen streden
onverzoenlijk tegen de opportunisten, zuiverden de proletarische
partij van het kwaad van het opportunisme en brachten het tot stand,
dat zij een
partij van het nieuwe type vormde, de Leninistische partij, die later
de dictatuur van het proletariaat veroverde.7
Het is
duidelijk dat het “eigentijds
marxisme”8
van de PVDA van het 8e congres overeenkomt
met “pseudo-marxisme”
van “ De
partijen van de IIe Internationale, die zich met het woord
Marxistisch noemden" , waardoor
de PVDA als "eigentijdse"
communistische partij "van
het nieuwe type"
het TEGENGESTELDE is van "de
partij van het nieuwe type, die zich principieel van de
sociaal-democratische partijen van de IIe Internationale
onderscheidt."
Al
de afgevaardigden op het 8e congres, die ooit lid werden op basis van
de "voorwaarden
van vereenvoudigd lidmaatschap"
zoals die sinds het Zevende
Congres van 2001
statutair in voege zijn en "gevormd" zijn in dit
pseudo-marxisme,
zullen dit revisionisme niet hebben kunnen opmerken. En blijkbaar
waren de "oude" militanten al zover gedegenereerd en hadden
zij zich dit "pseudo-marxisme"
(waartoe
ze nog op het 2e in 1983 (en in feite ook het 5e in 1995) nog werden
opgeroepen het te verwerpen en te bestrijden)
al zoveel eigen gemaakt, waardoor ze instemden met de congresteksten
van het 8e
congres in 2008.
1
http://marx.be/nl/content/geschiedenis-van-de-cp-bolsjewiki?doc=3_II_Mensjewiki.htm,
"Geschiedenis van de Communistische Partij (Bolsjewiki) van de
USSR",“HOOFDSTUK
II: DE STICHTING VAN DE RUSSISCHE SOCIAAL-DEMOCRATISCHE
ARBEIDERSPARTIJ. HET ONTSTAAN VAN DE FRACTIES DER BOLSJEWIKI EN DER
MENSJEWIKI IN DE PARTIJ. (1901-1904); ...4. De scheuringsactie van
de mensjewistische leiders en de verscherping van de strijd binnen
de partij na het IIe Congres. Het opportunisme van de mensjewiki.
Lenins boek "Een schrede voorwaarts, twee schreden
achterwaarts". De organisatorische grondslagen van de
Marxistische partij.”
2
Peter Mertens heeft het over “eigentijds marxisme” zie
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1826192/2014/03/22/Professor-Delwit-construeert-een-imaginaire-tegenstander.dhtml,
“Professor Delwit construeert een imaginaire tegenstander”.
OPINIE − 22/03/14, 09u26, Peter Mertens.
3Van:
SOA (herwerkt) 6.12.1999 Aan:
t.e.m. afgevaardigden provinciale congressen Partnr.
1764.899 DISCUSSIETEKST
VEREENVOUDIGD LIDMAATSCHAP
4Uit
“De Partij van de Revolutie”, documenten van het 5e congres, EPO
1996.
5
Peter Mertens heeft het over “eigentijds marxisme” zie
http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1826192/2014/03/22/Professor-Delwit-construeert-een-imaginaire-tegenstander.dhtml,
“Professor Delwit construeert een imaginaire tegenstander”.
OPINIE − 22/03/14, 09u26, Peter Mertens.
6 Beginselvaste partij, Hoofdstuk 2. Een beginselvaste partij ; 1. Het marxisme (...) 5. Een eigentijdse communistische partij, 6. Een internationalistische partij....
7
http://marx.be/nl/content/geschiedenis-van-de-cp-bolsjewiki?doc=3_II_Mensjewiki.htm,
"Geschiedenis van de Communistische Partij (Bolsjewiki) van de
USSR", "HOOFDSTUK II: DE STICHTING VAN DE RUSSISCHE
SOCIAAL-DEMOCRATISCHE ARBEIDERSPARTIJ. HET ONTSTAAN VAN DE
FRACTIES DER BOLSJEWIKI EN DER MENSJEWIKI IN DE PARTIJ. (1901-1904)
- 5. - De Praagse Partijconferentie van 1912. De bolsjewiki formeren
zich tot een zelfstandige Marxistische partij."
8
http://marx.be/nl/content/geschiedenis-van-de-cp-bolsjewiki?doc=3_II_Mensjewiki.htm,
"Geschiedenis van de Communistische Partij (Bolsjewiki) van de
USSR", "HOOFDSTUK II: DE STICHTING VAN DE RUSSISCHE
SOCIAAL-DEMOCRATISCHE ARBEIDERSPARTIJ. HET ONTSTAAN VAN DE
FRACTIES DER BOLSJEWIKI EN DER MENSJEWIKI IN DE PARTIJ. (1901-1904)
- 5. - De Praagse Partijconferentie van 1912. De bolsjewiki formeren
zich tot een zelfstandige Marxistische partij."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten