19-09-2020

NEGATIONISME van de fractie Bergen-Denonville: Ontkennen van het historisch materialisme, ontkennen van de revolutionaire rol van de werkende klasse, ontkennen van de rol van de Communistische Partij

 Eind 2017 begin 2018 had het 36e congres plaats van de Communistische Partij van België. Het was politiek en ideologisch een intens congres, dat wellicht alleen te vergelijken is met het eerste congres in 1921.
Toen organiseerde de groep die door de BWP ooit werd BUITENGESLOTEN als “gauchistische fractie, zich in de Commmunistische Partij van België volgens de partijopvatting van de eerste Communistische Partij, die van de Soviet-unie. Zij trad ook toe tot de Derde Internationale.

36e congres – 2018: van de strategie van de BWP van 1885 OPNIEUW die van de PCB-CPB van 1921 … maar de statuten werden niet aangepast. Daarin bleef de ideologie van de BWP van 1885 nog bestaan. Dit werd het wapen van de fractie

Op het 36e congres richtte datgene wat nog over was gebleven van de Communistische Partij van België maar wat politiek en ideologisch uiteindelijk eerder aansloot bij de BWP van 1885, zich opnieuw op, op haar oorspronkelijke ideologische en politieke basis die van de Commmunistische Partij van België van 1921…
Nu door allerlei redenen, o.a. de ideologische en politieke intensiteit van het congres, is de tot stand koming van statuten in overeenstemming met de politiek/ideologische lijn van het 36e congres niet gebeurd. Zo zijn de statuten van wat toen de Communistische Partij van Wallonië-regio Brussel heette nog blijven bestaan.
Maar dit zijn statuten van een sociaal-democratische partij – namelijk zoals de BWP was in 1885, het “Charter van Quaregnon” was opgenomen in de statuten en in de inleiding van de statuten wordt verwezen NAAR dat Charter….
Ook zijn er INTERN artikels die in tegenspraak staan met andere artikels. Zo zijn er de artikels die het partijcongres als hoogste leidend niveau aanduiden en het door het congres gekozen CC als hoogste leidend en beslissend orgaan tussen de congressen.
Maar andere artikels bepalen dan dat “een meerderheid van federaties” of een “meerderheid BINNEN een federatie” kan beslissen om TEGEN de beslissingen van het CC in te gaan.(en wie of wat bepaald wat “die meerderheid” is, … dat staat NERGENS in die statuten!)
Dit maakt dat IN FEITE “tendensrecht” en “fractionisme” statutair toegelaten zijn! Ook wordt het in feite statutair “toegelaten” dat een fractie zich kan organiseren en kan bijeenkomen BUITEN de statutair bepaalde organisatiestructuren.
Het hangt er van af welke artikels je SELECTEERT en aan welke artikels je NIET refereert. Het absoluut stellen van 1 artikel, maakt dat het IN TEGENSTELLING komt te staan met een ander artikels (of andere artikels)…. Maar daar zwijgt men dan over
Dit is de reden dat het ENIG DOCUMENT waar de fractie naar refereert “De statuten van de Communistische Partij van Wallonië en Brussel” is en waarom er niet of slechts héél formeel wordt gerefereerd naar het politiek congres-document van het 36e congres.

Nu is het zo dat de voorlopige oplossing erin ligt, dat het CC beslist dat op alle tegenstrijdigheden in de (nog) huidige statuten, het politiek document van het 36e congres de doorslag geeft.

Een mail gericht “aan alle leden” …. maar niet verstuurd “naar alle leden...”?


Volledig volgens de werkwijze van de “Open Brieven” die de fractie IN de partij verstuurde naar door haar geselecteerde leden, roept zij nu op tot “het 37e congres”, en stelde zij een “eerder ideologische text” voor: Tenants et aboutissements de la crise du PCB en een ‘eerder politieke tekst: Les défis du ‘monde post-COVID-19’
In het “eerder politieke document” Les défis du ‘monde post-COVID-19’ lezen we dat het “eerder ideologisch document” Tenants et aboutissements de la crise du PCB o.a. tot doel heeft om “het document van het 36e congres te rectifiëren.
Nu ben ik zelf maar op de hoogte gebracht doordat een kameraad mij de mail doorstuurde die hij gekregen had…
Maar ja, het wordt wel duidelijk als je ziet TEGEN wie die fractie zich richt ... o. a tegen mij dus (zie de afbeelding, waarbij in de lijst van de leden van die fractie, diegenen figureren die ook de mail ondertekenden: Bergen, Denonville, Berghezan).
Ik schreef in drie artikels een ideologische en politieke analyse van deze fractie: Deel 1  , Deel 2 en Deel 3 

OPM: Ik heb het hier nog over “de fractie”, maar in de realiteit, doordat zij zichzelf BUITEN de partij opsteld is er eigenlijk geen sprake meer van “een fractie”, maar van een groep BUITEN de PCB-CPB.

Die groep kan zich nog wel tot de leden wenden die zij verkiest, omdat zij nog kennis heeft van wie er lid is (e-mail-adressen bijvoorbeeld). Ik spreek soms van “liquidationisten” omdat zij het leninistisch of “bolcheviek” partijconcept willen “liquideren”. Ik spreek soms ook van “negationisten” omdat zij (zie verder) het historisch materialisme (de basis van wat men marxisme noemt) ONTKENNEN.

Wie is hier “de minderheid” (mencheviki)… en wie is hier “de meerderheid” (bolcheviki)?

De “fractie” spreekt van een “gauchistische minderheid”. Het is die “gauchistische minderheid” die het politiek document van het 36e congres verdedigt. Het is het document dat goedgekeurd is bij MEERDERHEID op het 36e congres.
Blijkbaar waren er opvattingen die in MINDERHEID gesteld zijn op het 36e congres. Die fractie houdt zich niet aan haar EIGEN statuten als zij nu door haar intriges “een rectificatie wil doen op het document van het 36e congres".
Historische ANALOGIE bestaat niet maar er dringt zich een interessante “gelijkenis” op:
Op het 2e congres in 1904 van wat toen nog Russische Sociaal-Democratische Partij heette, hebben degenen die opvattingen verdedigden die in MINDERHEID gesteld werden (de mencheviki), NA het congres, die opvattingen door intriges weten op te leggen aan de partij, om zo die congresbesluiten “te rectificeren” die bij MEERDERHEID (de bolcheviki) waren goedgekeurd.

De ideologie van de fractie verraad zich in hun “voorgestelde” document

De echte “inzet” van fractie die de “organisatie” van het 37e congres op zich nemen zien we in de passage van het voorgestelde “ideologische congresdocument”, “Tenants et aboutissements de la crise du PCB

I.6. Taal van de 21ste eeuw of houterig taalgebruik? 
Communicatie en het belang om onszelf verstaanbaar te maken, moeten centraal staan in hetgeen ons bezighoudt. Vanuit dit perspectief moet het gebruik van de begrippen proletariër, proletariaat, burgerij of arbeidersklasse worden heroverwogen, omdat ze vaak worden opgevat onder de invalshoek van een 'voorstelling van zaken' dat de 19e eeuw waardig is. Hoewel deze concepten hun plaats hebben in de geschiedenis van het marxistische denken en de georganiseerde arbeidersbeweging, geloven we dat het ongekwalificeerde gebruik van deze woorden in de 21e eeuw ertoe bijdraagt ons te isoleren. 
Harde en puur linkse geschriften en toespraken zijn niet geloofwaardig omdat aan de ene kant noties van het proletariaat of de arbeidersklasse een achterhaalde, zelfs pejoratieve connotatie kunnen hebben voor mensen. Aan de andere kant merken we op dat de arbeidersklasse, die voorheen gelijkgesteld was met het proletariaat, niet langer in de meerderheid is onder de loontrekkenden, in België en in veel landen waar industrieën worden verdrongen door de tertiaire sector. Wat het begrip bourgeoisie betreft, het kwalificeert tegenwoordig vaak ten onrechte een categorie van mensen wier rijkdom gelijk wordt gesteld aan een sociaal succes dat niet veel meer te maken heeft met het marxistische idee van de vijand van de kapitalistische klasse (“zij die het volk uithongeren”) die het privé-eigendom van de productiemiddelen en communicatiemiddelen bezitten. Laten we niet vergeten dat, zelfs als ze niet uit de arbeidersklasse komen en niet hetzelfde klassenbewustzijn hebben, de onafhankelijken en nep-onafhankelijken, de ‘uberized’ en de boeren, werkers zijn die ook lijden , en op een soms bijzonder gewelddadige manier, onder het juk van het kapitaal. 
Resolutie: 
Het 37e congres is van mening dat dogmatische en verouderde fraseologie losgekoppeld van de hedendaagse realiteit bevorderlijk is voor een terugplooiing op zichzelf en de isolatie van radicaal links en nooit zal helpen om het denken van de massa en de klassenstrijd te bevorderen. Hij beveelt aan om een fraseologie aan te nemen die beter past bij de hedendaagse realiteit.

 

In feite zweert de fractie hier het historisch materialisme of het marxisme af of verwerpt zij dit!

De basis van het marxisme, het historisch materialisme heeft voor hen “historisch afgedaan” …. In feite zeggen de negationisten van de fractie: “het had zijn plaats in de GESCHIEDENIS van het marxistisch DENKEN”, maar kan niet meer dienen voor “het doen vooruitgaan van het denken van de massa’s en de klassenstrijd….Een aanpassing is nodig van een fraseologie, aangepast aan de huidige realiteit”.

1. Een ontkenning van het marxisme of zijn basis het historisch materialisme.

Ze ontkennen het marxisme of toch zijn basis, het historisch materialisme. Er is zelfs geen voorstel voor “revisie van het marxisme”…. op basis van “uitgezochte” citaten of textpassages van Marx…. Zij gaan dus een stap verder dan revisionisme! Er is geen enkele verwijzing meer naar Marx…. (behalve 2 zéér beperkte citaten, maar dan louter als illustratie)

Resolutie :
Terwijl het 37ste congres de marxistische betekenis erkent die vervat zit in het concept van de "dictatuur van het proletariaat", die onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis van de georganiseerde arbeidersbeweging, is het van mening dat de woorden "dictatuur" en "proletariaat" een negatieve connotatie hebben en achterhaald zijn in de 21ste eeuw. Bijgevolg is het 37e congres van mening dat het begrip "arbeidersmacht" in de communicatie van de CPB moet worden bevorderd.

Als het woord “dictatuur” gewoon een uitdrukking is van “de macht” (zoals wordt geschreven in Manifest van de Communistische Partij; in Burgeroorlog in Frankrijk gebruikt Marx de uitdrukking “regering”…), dan is het opvallend dat in de voorgestelde uitdrukking “arbeidersmacht het concept “KLASSE”is verdwenen! Want “proletariaat” is niet gewoon een archaische uitdrukking van “de arbeiders” of zelfs van “de werkers” Prolétariaat is de uitdrukking van de “arbeiders-KLASSE” of evt “werkende KLASSE”, de klasse die ontstaan is DOOR de kapitalistische productieverhoudingen en TEGENOVER “de burgerij als KLASSE” of de “kapitalistenklasse staat.

2. Ontkennen van het historisch materialisme leidt tot ontkennen van de revolutionaire rol van de werkende KLASSE die -tot dit bewustzijn gekomen – strijdt voor de vernietiging van het productiesysteem dat aan de basis ligt van de burgerlijke maatschappij, het kapitalisme.

Het is de werkende klasse die ontstaan is door de ontwikkeling van de kapitalistische productie verhoudingen en die tegenover de heersende klasse. de burgerij staat, die de kapitalistische productieverhoudingen kost wat kost zal blijven verdedigen en dus ook de bestendiging van de uitbuiting van de arbeidskrachten.
De werkende klasse – bewust geworden van haar revolutionaire rol – zal op basis van de resten van de vorige sammenleving de uitbouw beginnen van de communistische samenleving die in het belang is van de hele mensheid en daarom een klassenloze maatschappij. De overgang is (nog) een klassenmaatschappij waarbij de arbeidersklasse optreed als heersende klasse tov wat er rest aan burgerij/kapitalistische klasse:
1. omdat de revolutie niet in een keer in heel de wereld wordt doorgevoerd, zal er BUITEN de plaatsen “waar reeds de revolutie plaatsheeft” nog altijd delen van een burgerlijke maatschappij bestaan met kapitalisme en kapitalisten.
2. Overheersing van de werkende klasse over de burgeriij/kapitalisten betekent ook de klassenstrijd in de vorm van ideologische strijd: tegenover de burgerlijke ideologie en burgerlijke “gewoontes”

3. Uiteindelijk betekent dit: het ontkennen van de BASIS van de Communistische Partij van België: de leninistisch partijopvatting

Ontkennen van de revolutionaire rol van de werkende klasse betekent ook: ontkennen van de verhoge  van het bewustzijn binnen de werkende klasse tot het bewust maken van haar revolutionaire rol: hetgeen de rol is van de COMMMUNISTISCHE partij als “organisatie van de voorhoede van de werkende klasse”
In feite steld de fractie )in overeenstemming met het congres van Vilvoorde in 1954 èn in overeenstemming met de partijopvatting van de BWP in 1885 (het Charter van Quaregnon in de “Statuten”): “De rol van de partij is …. het halen van zoveel mogelijk stemmen bij de werkers en dit bepaalt de inhoud van wat ze propageert en hoe ze werkt.”
En de “communistische partij” is voor de fractie/negationisten/liquidationisten niet meer dan …. een “linkse dissidentie” van de BWP. Er is geen kwalitatief verschil meer tussen de sociaal-democratie en de communisten.
De negationisten beschuldigen de communisten (die zij dan bestempelen als “gauchistische fractie”… ) ervan,juist van dit te negeren:

Laten we eraan herinneren dat dit onjuiste concept de sociaaldemocratie beschouwde als 'de vijand van de klasse'. (...) Het verdoezelde het feit dat de communistische partijen uit de sociaal-democratie voortkwamen zoals onze partij en haar oprichters het resultaat waren van een dissidentie in de Belgische Werklieden Partij BWP.

 

4. Ontkennen van de essentie van het 36e congres

Het ontkennen van voorhoede-karakter van de communistische partij betekent het ontkennen van de INTENTIE (de essentie van) het 36e congres juist om de CPB-PCB die rol terug te geven.( en die zij had bepaald op haar 1e congres in 1921)

Nu, dit negationisme/liquidationisme is niet iets nieuws. Dit verhaal is al héél oud.

Zij dwepen in hun documenten toch zo met de PVDA? :

Onze kameraden uit Charleroi hebben beslist om een electorale lijst te promoten die concurreert met die van de PVDA bij federale en regionale verkiezingen. Deze optie was in strijd met de congresresolutie waarin het unitaire karakter van deelname aan verkiezingen werd bepaald, waardoor de presentatie van CPB-kandidaten op een CPB/PVDA-lijst (...)
Om hun keuze te rechtvaardigen, beweerden de kameraden van Charleroi dat de PVDA elke mogelijkheid van alliantie met de CPB zou hebben geweigerd. Deze verklaring, die volkomen onjuist bleek te zijn, belette niet dat de Federatie van Charleroi een vernietigende electorale nederlaag leed, waarbij haar 47 kandidaten 0,02% van de stemmen wonnen (in de Kamer, d.w.z. ongeveer 360 keer minder dan de PTB-PVDA), een score die de militanten demoraliseerde, de hele partij belachelijk maakte en 1.626 stemmen verspreidde ten nadele van de arbeidersbeweging. Wij veroordelen van harte de houding van bepaalde Carolos-activisten die niet aarzelden om de PVDA-affiches te "over-plakken", waardoor onze goede betrekkingen met deze partij in twijfel werden getrokken. (….)
Het 37ste congres van de CPB (...) veroordeelt met klem de obsessieve vijandigheid van de linkse factie tegenover de Partij van de Arbeid van België (PVDA), die de verdienste had een gezonde oproep te doen voor de arbeidersbeweging die we moet bijdragen aan versterking in naam van een echte klassensolidariteit.

Welnu, in een vroeger congres-document van diezelfde PVDA – die de fractie blijkbaar zo bewondert en ophemelt – kunnen we iets héél interessants lezen over die etiketten van “dogmatisme”, “sectarisme” en “gauchisme” waarmee de fractie van negationiste/liquidationisten. de door het 36e congres VERKOZEN CC bestempelt:

1.2.2. “Dogmatisme”
Het verwerpen van een “strakke doctrine” is in feite het verwerpen van alle kernstukken van het marxisme-leninisme: de leer over de staat als instrument van de kapitalistische dictatuur, de noodzaak van de socialistische revolutie en de dictatuur van het proletariaat. De sociaaldemocratie heeft geen nood aan een wetenschappelijke doctrine; haar doctrine is de onaantastbaarheid van de kapitalistische wetmatigheid. De afkeer voor dogmatisme is een dekmantel voor verknochtheid aan allerlei burgerlijke theorieën. In plaats van het wetenschappelijk socialisme huldigt zij de vrijheid voor alle burgerlijke en opportunistische stellingen.
Geen enkele sociaaldemocratische partij was in haar beginperiode zo wars van doctrine als de Belgische. De BWP was een voorbeeld van “pragmatisch socialisme”, een levende illustratie van het Bernsteins concept: “de beweging is alles, het einddoel is niets”. De pragmatische objectieven waren in die tijd: het algemeen stemrecht op politiek vlak, de coöperatieve beweging op economisch vlak. In de politieke ordewoorden onderscheidde de BWP zich praktisch niet van de progressief liberale vleugel van de burgerij. De ordewoorden waren radicaal-democratisch maar niet socialistisch. De economische objectieven creëerden de illusie dat men het kapitalisme zou verdringen van de markt. Het “pragmatisme” voerde tot zeer snelle integratie en vereenzelviging met het systeem, de burgerlijke democratie, het kolonialisme en de imperialistische oorlog. (…)
1.2.3. Het verwerpen van het concept 'voorhoedepartij heeft als kern dat de sociaal-democratie het kapitalisme niet wil vernietigen. Het reformisme heeft altijd middelen gevonden om dat te verbergen. Het marxisme-leninisme en de leninistische partijopvatting werden door de jaren heen afgedaan als "onaangepast aan de specifiele situatie", "voorbijgestreefd door de ontwikkeling van de maatschappij".
In Rusland vonden alle opportunisten de revolutie onmogelijk en het marxisme "onaangepast" aan de specifieke situatie waarin een meerderheid van boeren wordt onderdrukt door een semi-feodale tsaristisch regime. Lenin ontwikkelde het marxisme door toepassing van de algemene beginselen op de concrete situatie, bouwde het bondgenootschap arbeiders-boeren onder leiding van de arbeiderspartij en realiseerde het "onmogelijke".
De grote sympathie voor de Russische revolutie onder het internationaal proletariaat verplichtte de sociaal-democratie om zich solidair te verklaren met de "de dictatuur van het proletariaat" in Rusland, waarbij zijzelf koos voor methodes die beter waren "aangepast" aan de burgerlijke democratie, aan de "specifieke situatie" in West-Europa. De Russische revolutie, de leninistische partijopvatting, was alleen toepasselijk voor Rusland, in een situatie van verplichte clandestiniteit, van achterlijkheid van de productie en van het proletariaat.
Theodore Dan op een toespraak voor socialistische studenten in december '32:
"De tegenstelling tussen onze Partij en het bolsjewisme bevindt zich niet op het vlak van het "belijden" of "ontkennen" van de dictatuur van het proletariaat. Voor zover het de ontwikkelde kapitalistische landen betreft, bestaat het werkelijk probleem erin te weten of de terroristische dictatuur, de dictatuur van een revolutionaire minderheid van de arbeidersklasse, in een overgangsperiode de vorm kan worden waaronder de klasse haar heerschappij vestigt en het instrument kan worden van haar sociale bevrijding."
Ja aan de dictatuur van het proletariaat, maar de voorhoedepartij mag de massa's niet voorgaan en meetrekken om ze te realiseren. Want dat heet "terroristische dictatuur". Daarentegen staat, de massa's dom en onderworpen houden en dat heet aangepaste, democratische methodes toepassen.
Het "nieuwe" reformisme heeft dezelfde argumenten terug opgewarmd tegen de golf van marxistische ideeën die zich na '68 heeft verspreid. Een nieuwe tegengolf van spontaneïsme heeft de vorming van revolutionaire communistische partijen bekampt.
Één van hun woordvoerders en theoreticus van het "marxisme zonder Lenin"  
was André Gorz. In 1972 schrijft hij boeken vol met lofzangen op het spontane initiatief van de arbeidersmassa en tegen de theorie van Lenin over de noodzaak van een georganiseerde en geschoolde voorhoede. Uit "De actualiteit van de revolutie" (Van Gennep 1972):
"De bolsjewistische opvatting van de partij als georganiseerde voorhoeden gescheiden van de massa's, bevatte de kiem van het merendeel van de latere ontaardingen van de Sovjetmacht. De elitaire opvatting van een georganiseerde avant-garde was niet vereist door de essentie van de strijd en van de revolutionaire partij: het zijn de historische voorwaarden van de clandestiene revolutionair strijd in Rusland (...) die een scheiding nodig maakten tussen voorhoede en massa (....). In dit opzicht zijn de voorwaarden van vandaag fundamenteel anders. Het is niet de fundamentele taak van een revolutionaire partij om van boven af te leiden en onder controle te houden, maar om het vermogen tot initiatief, tot organisatie van zichzelf (dat bij de massa's aanwezig is) te stimuleren en naar buiten te laten komen." (p. 59)
Waarom zou de theorie van Lenin over de fusie wetenschappelijk socialisme en arbeidersklasse in een voorhoede-partij niet opgaan in een ontwikkelde kapitalistische maatschappij? Is de vijand nu minder sterk, zijn er nu minder repressiemiddelen van de burgerij, heeft de arbeidersklasse nu géén getraind hoofdkwartier nodig? Is de greep van de burgerlijke ideologie nu minder sterk langs de moderne pers en communicatiemiddelen, is er nu géén burgerlijke invloed onder de arbeiders, géén middengroep en achterhoede? Waarom zou het socialistisch bewustzijn tegenwoordig dan wél spontaan uit de arbeidersklasse oprijzen?

Het ideologosch/politiekt karakter van deze fractie van negationisten/liquidationisten komt overeen met hoe dat in de tekst van de zo gevierde PVDA geanalyseerd:

Wij staan voor de vierde grote, internationale golf van anti-communistische propaganda sinds de tweede wereldoorlog. Hij verplicht iedere militant een bilan te maken van zijn eigen ideologische en politieke stellingen en zijn eigen communistische overtuiging te verstevigen.

In de periode 1945-1953 kenden we de grote anti-communistische campagne van de “koude oorlog”. Op dat ogenblik bestond er een socialistisch kamp. Het Amerikaans imperialisme bevond zich op het hoogtepunt van zijn macht en leidde alle anti-communistische krachten in een wereldomvattend offensief om de communistische wereldbeweging achteruit te drijven. Colby: 

Rusland bleek een nieuwe totalitaire bedreiging tegen de democratieën te zijn. Stalin had duidelijk de akkoorden van Yalta verloochend en voerde een agressieve ambitieuze politiek die veel gelijkenissen vertoonde met de politiek die Hitler 10 jaar vroeger had gevolgd. Elke dag brachten de kranten nieuws over de maneuvers van de Sovjets: de machtsgreep van Praag, de communistische opstand in Griekenland, het aanwezig blijven van het Rode Leger in Iran, politieke stakingen en communistische subversie in Italië en Frankrijk; om niets te zeggen over de drijverijen van de Sovjet-spionage in de Verenigde Staten en Engeland die werden onthuld door de processen tegen de Rosenbergs, tegen Karl Fuchs, tegen alger Hiss en Judith Coplon”. (30 ans de CIA, blz. 68)
Het is de periode van de Britse agressie in Griekenland, van de Amerikaanse agressie tegen Korea, van het mccarthisme. De Amerikaanse propaganda buitte ook reële fouten uit – zo bijvoorbeeld de veroordeling van Tito in 1948 – met het doel de communistische partijen te doen uiteenspatten.
In 1956 was er een tweede golf van hysterisch anti-communisme (Hongarije, Stalin). De CIA bemachtigde een exemplaar van de geheime rede van Kroetsjov tegen Stalin. Allen Dulles besloot onmiddellijk de integrale tekst af te leveren aan de New York Times. Hij was van mening dat dit de meest doeltreffende propaganda-campagne was, ooit door de CIA gevoerd tegen de communistische beweging.

De gebeurtenissen (in Hongarije) vormden voor de Romeinse antenne van de CIA een wonderlijke propaganda-gelegenheid.” Duizenden affiches werden in de steden geplakt, miljoenen pamfletten overal verdeeld, honderden openbare meetings georganiseerd”. (Colby, blz. 126-127)
Vanaf het begin van de jaren '60 was het imperialisme op wereldschaal erg verzwakt. Het belangrijkste strijdmiddel tegen de revolutie was niet meer het primaire, agressieve anti-communisme, maar wel de steun van de reformistische stroming die in alle West-Europese CP's aan kracht won. De thema's van de anticommunistische propaganda (tegen Stalin, tegen de socialistische revolutie, tegen de dictatuur van het proletariaat) werden in de officiële partijteksten gesmokkeld. De echte marxist-leninisten werden in hun eigen partij het voorwerp van lasterlijke aanvallen. In 1963 werden de marxist-leninisten uit de CPB gestoten. (….)
We maken een diepgaande economische crisis mee in de hele kapitalistische wereld, waarvan geen enkele burgerlijke partij het einde ziet. Wij leven in een imperialistisch land waarin de bourgeoisie en bepaalde delen van de kleinburgerij een luxueus of een vrij gemakkelijk leven heeft bereikt op basis van de genadeloze uitbuiting en onderdrukking van honderden miljoenen arbeiders en boeren van de Derde Wereld. Ook de hoogste laag van de arbeidersklasse heeft zekere voordelen verkregen van “onze” imperialistische bourgeoisie, die werden gerecupereerd op de rug van de Derde Wereld.
In de imperialistische landen brengt een diepgaande economische crisis niet direct een overgang teweeg van de arbeiders en werkers naar revolutionaire posities.
Iedereen beseft de enorme kracht op economisch, politiek en militair gebied van de monopolie-bourgeoisie. Iedereen beseft dat revolutionaire strijd tegen die klasse, veel en harde inspanningen, talrijke offers, langdurige en bittere gevechten zal teweegbrengen.
Een groot deel van de arbeiders hecht geloof aan de propaganda van de bourgeoisie die belooft dat zij een groot deel van hun verworvenheden kunnen behouden, door de crisis af te wentelen op diegenen die nog zwakker zijn dan hen: voor sommigen zijn dat de vrouwen, of de werklozen, of de vreemde arbeiders of de Derde Wereldlanden.
De grote massa durft niet direct de echte vijand – het monopolie-kapitaal – aanvallen als schuldige van de crisis. Zij hoopt de crisis 'op te lossen” door een herverdeling van de lasten onder de werkende mensen zelf. (...)
De agressiviteit van het kapitaal en de rechtse partijen neemt voortdurend toe. Dit is geen toeval, maar een noodzaak. Het is een uiting van het antagonistische karakter van de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal. Al diegenen die de crisis willen oplossen maar binnen het kader willen blijven van de kapitalistische samenleving, zijn verplicht om steeds drastischer maatregelen tegen de arbeiders en werkers voor te stellen. Zij noemen dit “noodzakelijke offers”. Allerlei linkse reformisten hebben een grotere haat voor de socialistische revolutie dan voor het kapitalisme.
Wie een “oplossing” zoekt binnen de perken van het kapitalisme is verplicht om rechts en extreem-rechtse maatregelen aan te prijzen onder “linkse” kleuren.
Deze algemene verrechtsing van het politiek klimaat heeft zijn weerslag op bepaalde marxist-leninisten.
Hoe luider de rechtse oplossingen van de daken worden geschreeuwd, hoe minder zij geloven in de revolutie. De burgerlijke partijen gaan over op extreem-rechtse posities. De burgerlijke arbeiderspartijen gaan over op rechtse standpunten die in een reformistische verpakking worden aangeprezen. Uitgebluste revolutionairen voelen zich geroepen op “druk” uit te oefenen op reformistische leiders. Hoewel zij goed beseffen dat de posities van de reformistische partij steeds meer naar rechts opschuiven, stellen zij het voor alsof de PS-SP de enige “sterke” en “grote” partij is die weerstand kan bieden aan rechts.
Sommige “marxist-leninisten” worden geïntimideerd door de algemene verrechtsing. Hoewel dit feit zelf de noodzaak van de revolutie in het licht stelt, oordelen zij dat het revolutionair werk niet “realistisch” is.
Zij zoeken naar realistische en realiseerbare oplossingen voor de fundamentele vraagstukken die alleen door de socialistische revolutie kunnen opgelost worden. Zij komen noodzakelijk tot voorstellen voor de uitbouw van het staatsmonopolie-kapitalisme die er meestal in bestaat het industriekapitaal te versterken tegenover het bankkapitaal en bepaalde groepen van het industriekapitaal ( de sectoren met speerpunttechnologie, de kleine en middelgrote bedrijven) tegen andere groepen.
De sociaal-democratische politiek maakt een diepgaande crisis door. In de jaren '60 wierp haar praktijk van klassensamenwerking tastbare resultaten af voor de arbeiders.
Zij heeft behoefte aan een nieuwe generatie van theoretici die een “realistisch alternatief” kunnen bedenken. Daarvoor zoekt zij toenadering tot het soort revolutionairen dat aan de crisis van het marxisme en de crisis van het militantisme toe is.

Het is wel opmerkelijk dat de “verknochtheid” aan de PVDA, door de fractie juist NU gebeurt, nu de PVDA zèlf haar EIGEN congresdocumenten verloochend.

Hun reformistische -  in feite BURGERLIJKE  - “strategie” wordt duidelijk in hun “eerder politieke tekst”: “Les défis du ‘monde post-COVID-19’

Ontwerp politiek document van het 37e PCB-congres

sleutels tot reflectie over de wereldwijde crisis die door deze pandemie is veroorzaakt en aanbevelingen aan de communisten om niet in de val te lopen van de Belgische en westerse heersende elites. De ambitie van dit document is dan ook om onze analyses en standpunten in België en in de wereld van 2020 samen te vatten en om vernieuwde strategieën te bedenken om de strijd naar het socialisme te bevorderen. (…)
Een klein virus heeft wereldeconomieën op de knieën gebracht. De meeste landen op aarde zullen in 2020 te maken krijgen met een ongekende daling van hun BBP, met name de westerse staten, inclusief die in de eurozone. (….)
De chaos die door de pandemie werd veroorzaakt, is zeker verergerd door het Belgische federale systeem en zijn negen ministers die verantwoordelijk zijn voor gezondheid. Met de PVDA zijn we van mening dat het dringend is om de gezondheidszorg opnieuw te federaliseren en de sociale zekerheid binnen een strikt nationaal kader te houden. (…)
Een gevolg van de pandemie, die grote veranderingen in de structuur en het leiderschap van het kapitalistische systeem aankondigt, is ongetwijfeld de versterking van grote bedrijven in verband met de financialisering van de economie en geopolitieke kansen, ten nadele van die van het 'traditionele' kapitalisme. in het bijzonder industrie en transport. Inderdaad, terwijl velen tot de eersten behoren die ongekende winsten boeken, lijden de meer traditionele bedrijven erbarmelijke verliezen. Onder de winnaars vinden we in het bijzonder de giganten van de digitale sector, die van GAFAM1, die buitensporig geprofiteerd hebben van de lockdown en het telewerken, evenals massadistributie, geneesmiddelen en wapens. Als deze ontwikkeling wordt bevestigd, zou dit kunnen leiden tot een nieuwe hegemonie aan de top van het kapitalistische wereldsysteem. (...)
Kapitalistisch productivisme verzet zich tegen alle planning. Vrijhandel impliceert de vrijheid om alles te produceren, zolang er maar een solvabele markt is om te kopen. Reclame is verantwoordelijk voor het creëren van de behoeften voor een bevolking die is geformatteerd door een schoolsysteem dat het kritisch denken onvoldoende wakker schudt. En het militair-industriële complex is een fenomenale sector die de beste hulpbronnen, grondstoffen en energie van de aarde verspilt. Het is essentieel om de mythe van onbeperkte bbp-groei, die onvermijdelijk hand in hand gaat met een toegenomen verbruik van hulpbronnen en afvalproductie, te bestrijden. De aarde is geen onuitputtelijk reservoir. Het kapitalisme verbruikt dus in amper 8 maanden tijd alle natuurlijke hulpbronnen die in een jaar kunnen worden vernieuwd. (….)
Ecologische planning is fel gekant tegen de vrije markt. Het plan moet door de staat worden ontwikkeld in overeenstemming met de behoeften van de bevolking en niet door kunstmatig nieuwe behoeften te bedenken, maar het neoliberalisme wijst deze optie volledig af. Het machtsevenwicht om de machthebbers te dwingen de nodige maatregelen te nemen, moet tot stand worden gebracht door mobilisatie van het volk, zoals dat van jongeren in 2019 voor het redden van het klimaat.
De investeringsbehoeften zullen enorm zijn en we kunnen we niet langer de socialisatie van verliezen aanvaarding en de privatisering van winsten. In de nabije toekomst zal de staat, in ruil voor het redden van luchtvaartmaatschappijen en autofabrikanten, in het kapitaal van deze bedrijven moeten treden om hun toekomstige ontwikkeling te beheersen. (…)
Dit alles zal niet mogelijk zijn zonder een breed Links Front en een convergentie van strijd. De strijd na Covid zal hevig zijn. (..)

 … het is nodig om:

in termen van middelen en personeel, de openbare diensten te versterken, met name op het gebied van gezondheid, onderwijs en justitie;
de economie te verplaatsen, door de productie van een aantal essentiële producten te repatriëren en door een einde te maken aan de ecodestructieve dogma's van "flexibiliteit" of just in time;
een rationeel mobiliteitsbeleid te heroverwegen door lokale banen, spoor- en riviervervoer, openbaar vervoer en "zachte middelen" (wandelen, fietsen, enz.) te bevorderen;
belasting op grote fortuinen (PVDA-voorstel) en multinationals, met name GAFAM2 (Macron-voorstel). (…)

Wat betreft de belasting op grote fortuinen, beschouwt de CPB het als een essentiële stap in de richting van de afschaffing van grote fortuinen, met als echte doelstelling de controle over salarissen en andere vergoedingen van bazen en senior managers, evenals een betere progressiviteit van de belastingtarieven en de globalisering van het inkomen, waardoor de loonverschillen drastisch zouden verkleinen. Deze belasting mag daarom vooral niet worden gebruikt om het bestaan van grote fortuinen te bekrachtigen. (…)
Belangrijkste eisen van de communisten
Herfinanciering van onderwijs, dat volledig openbaar moet zijn3 (...) 
Het streven naar de vereniging van links

 

Geen enkele referentie naar een marxistische analyse, geen enkel historisch materialisme ….

De “eerder politieke tekst” is gewoon een beschrijving, geen klassenanalyse, geen strijdobjectieven die de belangen van de werkers uitdrukt zonder rekening te houden met de burgerlijke “legaliteit”, mogelijkheden of voorwaarden.
Het is een (verkiezings-?) programma van hervormingen:

Ofwel wordt op voorhand grenzen opgelegd aan de werkers in het ontwikkelen van de strijd
Ofwel gaat het om het propageren van een “links” en “sociaal” IMAGO, bedoeld om ….. STEMMEN te winnen bij verkiezingen
    * Dus: hetgeen men belooft te doen indien men regeringsmacht heeft….
    * ofwel gaat het om hetgeen men belooft in het parlement “steeds op de agenda te zetten
Een werkwijze die men terug kan vinden bij …. De Man met het Plan van de Arbeid, (dus zo sluiten zij “ideologisch en politiek” dus wèèr aan bij de BWP)
. Maar: gèèn verwijzing naar de strijd voor het socialisme, zelfs niet onder “een arbeidersmacht (…dus datgene wat de fractie “voorstelde” om te gebruiken als betere formulering dan “dictatuur van het proletariaat”)

Over het marxisme, of “wetenschappelijk socialisme” dat gebaseerd is op het historisch materialisme

Het voordeel van de intriges van de fractie is dat het de communisten heroriënteerd tot het echt bestuderen van Marx, Engels en Lenin
Over de “MACHT” van de werkende KLASSE…. Of je nu spreekt over “Macht”, “regering”,…. Of “diktatuur”, of je nu spreekt van werkende KLASSE, arbeiders-KLASSE of ..”proletariaat
En het gaat niet over “het marxistisch denken” of “filosofie”… maar over “wetenschappelijk socialisme” … of “historisch materialisme

Uit ”Burgeroorlog in Frankrijk” (Marx):

De menigvuldigheid van de uitleggingen, waarvan de Commune het voorwerp was, en de menigvuldigheid van de belangen, die in haar tot uitdrukking kwamen, bewijzen, dat zij een in alle opzichten voor uitbreiding vatbare politieke vorm was, terwijl alle vroegere regeringsvormen in wezen onderdrukkend waren geweest. Haar waar geheim was dit: zij was in wezen een regering van de arbeidersklasse, het resultaat van de strijd van de voortbrengende tegen de toe-eigenende klasse, de eindelijk ontdekte politieke vorm waaronder de economische bevrijding van de arbeid zich kon voltrekken.(….)
De Commune wilde die klasseneigendom afschaffen, die de arbeid van velen in de rijkdom van de weinigen verandert. Ze stelde zich het onteigenen van de onteigenaars ten doel. Zij wilde de individuele eigendom tot een waarheid maken, door de productiemiddelen, de grond en het kapitaal, thans vóór alles de middelen tot knechting en uitbuiting van de arbeid, tot louter werktuigen van de vrije en geassocieerde arbeid te maken. Maar dit is het communisme, het “onmogelijke” communisme!

Uit “Socialisme, van utopie tot wetenschap” (Engels):

Proletarische revolutie: oplossing van de tegenstrijdigheden: Het proletariaat maakt zich meester van de openbare macht en verandert met behulp van die macht de maatschappelijke productiemiddelen, die aan de handen van de bourgeoisie ontglippen, in openbare eigendom. Door deze daad bevrijdt het de productiemiddelen van de eigenschap als kapitaal, die zij tot dusverre hadden, en geeft het aan hun maatschappelijke karakter de volle vrijheid om zich te ontplooien. Een maatschappelijke productie naar een vooraf vastgesteld plan wordt nu mogelijk. De ontwikkeling van de productie maakt het voortbestaan van verschillende maatschappelijke klassen tot een anachronisme. Naarmate de anarchie van de maatschappelijke productie verdwijnt, slaapt ook de politieke autoriteit van de staat in. De mensen, eindelijk meesters van hun eigen wijze van vermaatschappelijking, worden daarmee tegelijk meesters van de natuur, meesters van zichzelf — vrij.
Deze wereldbevrijdende daad te volbrengen is de historische roeping van het moderne proletariaat. Haar historische voorwaarden en daarmee haar natuur zelf te doorgronden en zo aan de tot actie geroepen, thans onderdrukte klasse de voorwaarden en de aard van haar eigen actie tot bewustzijn te brengen, dat is de taak van de theoretische uitdrukking van de proletarische beweging, van het wetenschappelijke socialisme.

Uit Ḿanifest van de Communistische Partij” (Marx/Engels)

Het is hoogtijd dat de communisten hun opvattingen, hun doelstellingen en hun streven openlijk voor de hele wereld uiteenzetten en tegenover het sprookje van het spook van het communisme een manifest van de partij zelf plaatsen. (...)
De geschiedenis van alle maatschappijen tot op vandaag is een geschiedenis van klassenstrijd.4 
Vrije en slaaf, patriciër en plebejer5, baron en lijfeigene, gildenmeester en gezel, kortom: onderdrukkers en onderdrukten, stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar. Ze voerden een onafgebroken strijd, nu eens bedekt dan weer openlijk, een strijd die telkens eindigde met een revolutionaire omvorming van de hele maatschappij of met de gemeenschappelijke ondergang van de strijdende klassen. In de vroegere periodes van de geschiedenis vinden we bijna overal een volkomen indeling van de maatschappij in verschillende standen, een veelsoortige rangschikking van de maatschappelijke posities. In het oude Rome waren er patriciërs, ridders, plebejers, slaven; in de Middeleeuwen feodale heren, leenmannen, gildenmeesters, gezellen, lijfeigenen. Bovendien waren bijna elk van die klassen nog specifiek onderverdeeld.
De moderne burgerlijke maatschappij, voortgekomen uit de ondergang van de feodale maatschappij, heeft de klassentegenstellingen niet opgeheven. Ze heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden van onderdrukking, nieuwe vormen van strijd in de plaats van de oude gesteld.
Ons tijdvak, het tijdvak van de bourgeoisie, kenmerkt zich evenwel door het feit, dat het de klassentegenstellingen vereenvoudigd heeft. De hele maatschappij splitst zich meer en meer in twee grote vijandelijke kampen, in twee lijnrecht tegenover elkaar staande klassen: de burgerij en het proletariaat. (…)
Van alle klassen die vandaag tegenover de burgerij staan is alleen het proletariaat een werkelijk revolutionaire klasse. De andere klassen verkommeren en gaan ten onder met de opkomst van de grootindustrie; alleen het proletariaat is het eigen product van de grootindustrie.
De middenstand, de kleine industrieel, de kleine koopman, de ambachtsman, de boer, zij allen bestrijden de burgerij om hun bestaan als middenstand van de ondergang te vrijwaren. Zij zijn dus reactionair, zij trachten het rad van de geschiedenis terug te draaien. Zijn ze revolutionair, dan zijn ze dat met het oog op hun komende overgang naar het proletariaat. Dan verdedigen zij niet hun tegenwoordige, maar hun toekomstige belangen. Dan verlaten zij hun eigen standpunt om zich op dat van het proletariaat te plaatsen. (…)
Alle vroegere klassen, die de heerschappij voor zich veroverden, poogden hun reeds verworven levenspositie te verankeren door heel de maatschappij aan de voorwaarden van hun verworvenheden te onderwerpen. De proletariërs kunnen de maatschappelijke productiekrachten slechts voor zich veroveren door hun eigen tot nu toe bestaande wijze van toe-eigening, en daarmee de hele tot nu toe bestaande wijze van toe-eigening af te schaffen. De proletariërs behoeven niets van het hunne veilig te stellen, zij moeten alle tot nu toe bestaande waarborgen en beveiligingen van particuliere aard vernietigen.
Alle bewegingen waren tot dusver bewegingen van minderheden of in het belang van minderheden. De proletarische beweging is de zelfstandige beweging van de overweldigende meerderheid, in het belang van de overweldigende meerderheid. Het proletariaat, de onderste laag van de huidige maatschappij, kan zich niet verheffen, niet oprichten, zonder dat de hele bovenbouw van de lagen die de officiële maatschappij vormen, opgeblazen wordt. (…)
Praktisch zijn de communisten dus het meest besliste, steeds voortstuwende deel van de arbeiderspartijen van alle landen. Zij hebben een stap voor op de overige massa van het proletariaat: het theoretisch inzicht in de voorwaarden, het verloop en de algemene resultaten van de proletarische beweging.
Het naaste doel van de communisten is hetzelfde als dat van alle andere proletarische partijen: de vorming van het proletariaat tot klasse, omverwerping van de heerschappij van de burgerij, verovering van de politieke macht door het proletariaat. (….)
Kenmerkend voor het communisme is niet de afschaffing van de eigendom in het algemeen, maar de afschaffing van de burgerlijke eigendom. Maar het moderne burgerlijk privé-bezit is de laatste en meest volmaakte uitdrukking van de voortbrenging en de toe-eigening van de producten gebaseerd op klassentegenstellingen, op uitbuiting van de een door de ander.6
In die zin kunnen de communisten hun theorie samenvatten in de ene uitdrukking: opheffing van het privé-bezit. (….)
Hierboven zagen we reeds dat de eerste stap in de arbeidersrevolutie de verheffing van het proletariaat tot heersende klasse, de verovering van de democratie is. Het proletariaat zal zijn politieke macht gebruiken om aan de burgerij stap voor stap alle kapitaal te ontrukken, alle productiemiddelen in handen van de staat, dat wil zeggen het als heersende klasse georganiseerde proletariaat7 te centraliseren en de massa van de productiekrachten zo snel mogelijk te vermeerderen.
Aanvankelijk kan dat natuurlijk maar gebeuren door middel van despotisch ingrijpen in het eigendomsrecht en in de burgerlijke productieverhoudingen. Het gaat hier om maatregelen die schijnbaar economisch ontoereikend en onhoudbaar zijn, maar in de loop van de beweging boven zichzelf uitstijgen en als middel ter omwenteling van de hele productiewijze onvermijdelijk zijn.

En Marx en Engels voerden reeds ideologische strijd met zogenaamde “linksen” die echter de esstentie van het historisch materialisme verwerpen … met als doel de werkende klasse het bewustzijn te ONTNEMEN van haar revolutionaire rol … opdat zij maar niet de kapitalistische productieverhoudingen zou breken…. In het Manifest van de Communistische Partij:

2. Het conservatieve of bourgeoissocialisme
Een deel van de burgerij wil de sociale wantoestanden verbeteren om het voortbestaan van de burgerlijke maatschappij te vrijwaren. Hiertoe behoren economisten, filantropen, humanitaire verbeteraars van de toestand van de werkende klassen, organisatoren van liefdadigheid, dierenbeschermers, stichters van matigheidsverenigingen, hervormers van de meest diverse pluimage. Dit bourgeoissocialisme is zelfs tot hele stelsels uitgewerkt. Als voorbeeld noemen wij Proudhons Philosophie de la misère.
De socialistische bourgeois willen de levensvoorwaarden van de moderne maatschappij zonder de noodzakelijk daaruit voortkomende strijd en gevaren. Zij willen de bestaande maatschappij zonder de elementen die haar revolutioneren en tot ontbinding brengen.
Zij willen de burgerij zonder het proletariaat. De burgerij stelt zich de wereld waarin zij heerst natuurlijk voor als de beste der werelden. Het bourgeoissocialisme werkt deze troostrijke voorstelling uit tot een half of een heel systeem. Wanneer het het proletariaat oproept zijn systemen te verwezenlijken en het nieuwe Jeruzalem binnen te gaan, verlangt het in de grond alleen dat het proletariaat in de huidige maatschappij blijft staan, maar zijn hatelijke gedachten erover laat varen.
Een tweede, minder systematische, meer praktische vorm van socialisme trachtte het proletariaat van elke revolutionaire beweging afkerig te maken door aan te tonen dat het geen belang heeft bij een of andere politieke verandering, maar slechts bij een verandering van de materiële levensverhoudingen, van de economische verhoudingen. Onder verandering van de materiële levensverhoudingen verstaat dit socialisme echter helemaal niet de afschaffing van de burgerlijke productieverhoudingen, die alleen langs revolutionaire weg mogelijk is, doch administratieve verbeteringen, die verwezenlijkt worden op basis van die productieverhoudingen. Er wordt dus aan de verhouding tussen kapitaal en loonarbeid niets veranderd, maar in het beste geval worden voor de burgerij de kosten van haar heerschappij verminderd en haar begroting vereenvoudigd. Zijn volledige uitdrukking bereikt het bourgeoissocialisme pas wanneer het een zuiver oratorische bedoening wordt.
Vrijhandel! In het belang van de arbeidersklasse. Tolbarrières! In het belang van de arbeidersklasse. Gevangenissen met aparte cellen in het belang van de arbeidersklasse! Dat is het laatste, het enige ernstig gemeende woord van het bourgeoissocialisme. Het socialisme van de burgerij bestaat juist in de bewering dat de bourgeois bourgeois zijn, in het belang van de arbeidersklasse.

 1 Samentrekking van “Google. Amazon, Facebook, Apple, Microsoft”

2  Acronyme de “Google Amazon Facebook Apple Microsoft”

3  Wat dit onderwerp betreft kijken wat er staat in het Politiek Document aangenomen door het 36e Congres blz.en 16-17

4  Dit betekent nauwkeuriger gezegd: de schriftelijk overgeleverde geschiedenis. In 1847 was de voorgeschiedenis van de maatschappij, de maatschappelijke organisatie die aan alle geschreven geschiedenis voorafging, nog zo goed als onbekend. Sedertdien heeft Haxthausen het gemeenschappelijk grondbezit in Rusland ontdekt. Maurer heeft aangetoond dat dit de gemeenschappelijke grondslag was waarvan alle Duitse stammen historisch uitgingen, en stilaan ontdekte men dat de dorpsgemeenten met gemeenschappelijk grondbezit de oervorm waren van de maatschappij van Indië tot Ierland. Ten slotte werd de interne organisatie van deze oorspronkelijke communistische maatschappij blootgelegd door de ontdekking van Morgan, die de kroon op al het voorgaande zette, de ontdekking namelijk van de "gens" en haar plaats in de stam. Met de ontbinding van deze oorspronkelijke gemeenschappen begint de splitsing van de maatschappij in bijzondere en uiteindelijk tegenover elkaar staande klassen.(Fr. Engels, Opmerking bij de Engelse uitgave van 1888 en de Duitse van 1890). Ik heb geprobeerd dit oplossingsproces na te gaan in De oorsprong van het gezin, het privé-bezit en de staat. (Fr. Engels, Opmerking bij de Engelse uitgave van 1888) Haxthausen August (1772-1866) was een Pruisische hoge regeringsambtenaar en schrijver. Hij is de auteur van een werk waarin hij de resten van de gemeentegemeenschap in de dorpsgemeenschap in Rusland (Obsjtina) beschreef. 
Maurer Ludwig (1790-1872) was een Duits historicus. Hij bestudeerde de Duitse maatschappelijke orde van voor en tijdens de Middeleeuwen.
Morgan Louis (1818-1881) was een Amerikaans etnograaf, archeoloog en historicus van de oermaatschappij, een elementair materialist.

5 Patriciërs en plebejers: klassen in het oude Rome. De patriciërs waren de heersende klasse van grootgrondbezitters, in wiens handen de grond en de staatsmacht waren geconcentreerd. De plebejers (van het woord plebs = volk) waren de klasse van de vrije maar niet gelijkgerechtigde burgers.

6 In de Engelse uitgave van 1888 staat in plaats van "uitbuiting van de een door de ander", "uitbuiting van de meerderheid door de minderheid".

7  Over wat Marx in het Manifest onder de verovering van de macht door het proletariaat verstaat, zegt Lenin: "De staat, dat wil zeggen het als heersende klasse georganiseerde proletariaat, dat is de dictatuur van het proletariaat." Toen Marx over "het veroveren van de democratie" sprak, had hij de "proletarische democratie", de dictatuur van het proletariaat op het oog. Rekening houdend met de ervaring van de Revolutie van 1848 bracht Marx in plaats van de vroegere leuzen de meer precieze leuze van "de dictatuur van het proletariaat" naar voor. In de brochure De 18e Brumaire van Louis Bonaparte zegt Marx dat het proletariaat de machine van de burgerlijke staat niet eenvoudig in bezit kan nemen maar dat het de staat moet "stukslaan", "breken". Verder geeft Marx op grond van de ervaring van de Parijse Commune een karakteristiek van het staatsapparaat waardoor het proletariaat bij zijn dictatuur het door hem vernielde onderdrukkingsapparaat van de burgerlijke staat vervangt. (Zie Karl Marx, De burgeroorlog in Frankrijk).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten