02-04-2013

De marxistisch-klinkende frases over “socialisme” van PVDA-kaders zijn gelijkaardig aan die van “de renegaat” Kautsky

Heeft het socialisme eigenlijk ooit ergens bestaan, Kunnen we ergens nog iets van leren, kan een PVDA-lid nog wel “iets” verdedigen?

Wat ooit “het reële bestaande socialisme” WAS (de Sovjet-Unie onder Stalin en China onder Mao) kan en mag als zodanig NIET verdedigd worden, door iemand van de PVDA. Het “reëel bestaande socialisme” zoals het nu bestaat (in Noord-Korea en Cuba) verdedigen is een “dogmatische reflex”, die door de huidige PVDA bestreden wordt. “Cuba verdedigen tegen al te simplistische aanvallen” kan nog wel, maar Noord-Korea verdedigen “tegen al te simplistische aanvallen” kan NIET (“je zet jezelf daarmee buiten de PVDA”) Stalin en Mao zijn misdadigers of/en beulen (“de niet te verdedigen executies onder het Sovjetregime”)

Peter Mertens “heeft respect” voor rol die de communistische partij gespeeld heeft in de antifascistische strijd ZONDER dat ze verder het kapitalisme in vraag hebben gesteld, En verder gaf het BESTAAN van “het communisme” (de Sovjet-Unie)aan de “socialisten” een belangrijke rol in strijd TEGEN het communisme, waarmee ze een leidende rol hadden in het tot stand komen van HERVORMINGEN, “de verworvenheden” zoals “sociale zekerheid, het algemeen stemrecht,,,,,,” (waarvoor “socialisten” of sociaaldemocratische partijen gesteund werden door ....de CIA na de 2e WO)

“Uw partij heeft haar verleden nog altijd niet afgezworen. Wordt het niet stilaan tijd voor een finale veroordeling van Stalin en Mao?
Peter Mertens. “Wij zijn geen stalinisten of maoïsten. Ik heb wel respect voor mensen die aan het begin van de twintigste eeuw iets anders geprobeerd hebben. Ik blijf ook respect hebben voor die miljoenen die hun leven hebben gegeven in de strijd tegen het fascisme, voor de mensen die in de Tweede Wereldoorlog het verzet hebben georganiseerd. Wat nog niet betekent dat ik achter het beleid van Stalin of Mao sta, of achter de misdaden die ze hebben gepleegd.
1”
“Vorig jaar zong een partijgenoot van u nog de lof van Noord-Korea in ‘Terzake'.
Peter Mertens. ‘Die man was toen nog een partijgenoot van mij. Nu niet meer.'(...) ‘Hij heeft zichzelf uit de partij gezet. (...) Hij wist heel goed dat zijn standpunt niet dat van de partij is, en dat wie dat standpunt publiek verkondigt, zichzelf buiten de organisatie zet. Met dictaturen en dynastieën heb ik niets te maken.
'2
“Alleen heb ik met de Sovjet-Unie of China niets meer te maken. ..Zo heeft de PVDA niets te maken met het stalinisme of het maoïsme. … Ook het Cuba van Fidel Castro is voor ons geen rolmodel.
3
“In 1993, toen u lid werd, was de PVDA nog zeer dogmatisch.
Peter Mertens. ‘De partij had toen al twee kanten. De groepspraktijken van Geneeskunde voor het Volk bestonden al. En bij de campagne Objectief 479.917, waarmee we evenveel handtekeningen wilden verzamelen als het Vlaams Blok stemmen had gekregen, waren ook veel mensen van de Partij van de Arbeid betrokken. Ook de acties om vluchtelingen opvang te bieden in de winter maakten indruk op mij.'(...)

Maar die dogmatische reflex was er ook.

‘Absoluut. Toen ik lid werd, was de Muur pas gevallen en vroeg iedereen zich af wat er allemaal precies was misgelopen in al die zogenaamde socialistische landen.(.....)(B)ij de PVDA heb ik de verdediging gevonden van het reëel bestaande socialisme. Zo heb ik Cuba altijd verdedigd tegen al te simplistische aanvallen.'(...)(I)k verwerp niet alles wat onder het communisme is gebeurd. Zouden we, als we opnieuw moesten beginnen, opnieuw die regimes moeten installeren? Nee. Zijn er essentiële dingen misgelopen, qua machtshonger, qua machtsconcentratie, qua gebrek aan democratie en inspraak? Ja.'

(...)Ik verdedig de misdaden en executies onder het Sovjetregime toch niet. Dat zou absurd zijn(....)

U bent niet te vermurwen tot een totale veroordeling van het communisme?

Peter Mertens. ‘Nee, ik gooi de verworvenheden niet weg. (...) Onze sociale zekerheid, het algemeen stemrecht, de rechten van de mens – die zouden wij allemaal niet gekend hebben zonder de invloed van het socialisme. Maar nu wil ik een nieuw socialisme.'
4

Het enige “rolmodel” voor de PVDA dat als zodanig door een PVDA-lid mag worden verdedigd: “het China van Deng Xiaoping”

Het China van NA de dood van Mao, NA de installering van de politiek van Deng Xiaoping (dus het China van Deng Xiaoping is voor Peter Mertens blijkbaar wél “een rolmodel”) blijkt het enige regime in de wereld te zijn, dat door PVDA-leden en/of -kaders verdedigd mag worden als reëel bestaand socialisme, zoals bijvoorbeeld door Boudewijn Deckers

“Het is duidelijk dat China het socialisme opbouwt in heel andere omstandigheden dan wat ons in de oude kapitalistische landen of de pas geïndustrialiseerde landen te wachten staat. (...)
Wij kunnen onmogelijk alle aspecten van deze kwestie beoordelen. (...)

Maar we moeten objectief blijven en de politiek van de CPC en van de Chinese
regering goed leren kennen. We moeten zowel de problemen erkennen waarmee het land te kampen heeft als de onweerlegbare successen waar de hervorming toe geleid heeft. (....)De CPC lijkt ons echt wel verenigd rond de huidige hervormingspolitiek.
5”

De noodzaak van klassestrijd, organisatie van de werkers tot een strijdorganisatie die de revolutie kan doorvoeren en het socialisme uitbouwen, nodig voor de “overgang” van kapitalisme naar socialisme ....Peter Mertens zwijgt er zedig over, Peter Franssen geeft aan dit “zedig zwijgen” een marxistisch klinkend toontje:

“Marx en Engels meenden dat het socialisme eerst het kapitalisme zou verslaan in de verst gevorderde industriële landen zoals Engeland, Frankrijk, Duitsland. Een erg logische gedachte want de maatschappij evolueert van een lager naar een steeds hoger stadium in een proces waarbij iedere maatschappelijke ordening geboren wordt uit de voorgaande, en waarbij iedere ordening op zich een historische rol te vervullen heeft. Als die historische rol vervuld is, vervalt de bestaansreden van die maatschappelijke ordening en wordt ze uit economische noodzaak vernietigd door een hogere vorm. De historische rol van het kapitalisme bestaat erin de organisatie van de arbeid te vermaatschappelijken en zo de geïsoleerde individuen te herscheppen tot sociale individuen; de productiekrachten tot een nog nooit geziene groei te brengen en de agrarische economie om te bouwen tot een industriële economie; wetenschap en techniek dermate te ontwikkelen dat de natuur niet langer ondoorgrondelijk is en voorwerp van verafgoding, maar een instrument van maatschappelijke vooruitgang en ideologische emancipatie; de arbeidstijd nodig voor de productie van overlevingsmiddelen zodanig te verminderen en de arbeidsproductiviteit zodanig te verhogen dat de vrijheid ontstaat om in overvloed andere goederen te produceren en de algemene cultuur te ontwikkelen. In één woord: het kapitalisme moet de voorwaarden scheppen die het socialisme mogelijk maken.”6
Met andere woorden het kapitalisme wordt bijna automatisch en vanzélf opgevolgd door “het socialisme” (wat dat ook moge inhouden voor Peter Franssen -want Karl Marx en Friedrich Engels spraken over het COMMUNISME als de productiewijze/maatschappijvorm NA het kapitalisme). De gewelddadige revolutie, de dictatuur van het proletariaat... voor Peter Franssen is het “de geschiedenis forceren”.


“In 1917 hebben de Russische communisten onder leiding van Lenin de geschiedenis geforceerd. In 1949 hebben de Chinese communisten onder leiding van Mao Zedong hetzelfde gedaan. In beide gevallen had het kapitalisme zijn historische rol nog lang niet vervuld. (..) het maakte hun taak na de overwinning van de revolutie wel aartsmoeilijk.
Karl Marx schrijft: “Wanneer het proletariaat de politieke heerschappij van de burgerij omvergooit, dan zal die zege slechts van voorbijgaande aard zijn, slechts een moment in dienst van de burgerlijke revolutie zelf, zolang in de loop van de geschiedenis de materiële voorwaarden nog niet geschapen zijn die de afschaffing van de burgerlijke productiewijze en daarom ook de definitieve val van de politieke bourgeoisoverheersing noodzakelijk maken. Evenzo zal de val van de absolute monarchie slechts een momentopname zijn, als de economische voorwaarden voor de overheersing van de bourgeoisklasse nog niet tot rijpheid gekomen zijn. De mensen moeten in de loop van hun ontwikkeling de materiële voorwaarden voor de nieuwe maatschappij eerst zelf produceren en geen inspanning van de overtuiging of van de wil kan hen van dat noodlot bevrijden.”
7
De marxistische visie op de geschiedenis is een terechtwijzing van de utopisten die menen dat het socialisme en het communisme uit het niets geboren worden en dat productieverhoudingen naar believen en naar ideologische overtuiging kunnen gekozen worden. Friedrich - Engels schrijft: “Elke omvorming van de sociale orde, elke wijziging in de eigendomsverhoudingen, is het noodzakelijke gevolg van het verschijnen van nieuwe productiekrachten die niet meer beantwoorden aan de oude eigendomsverhoudingen. Het privé- bezit zelf is op die manier verschenen. Want het privé-bezit heeft niet altijd bestaan. Toen op het einde van de middeleeuwen met de manufactuur een nieuwe productiewijze ontstond, in tegenstelling met de productiewijze onder de feodale en corporatieve eigendom van die tijd, deed de manufacturiële productie; die niet meer overeenstemde met de oude eigendomsverhoudingen een nieuwe vorm van eigendom ontstaan: het privé-bezit. Voor de manufactuur en voor de eerste ontwikkelingsperiode van de grote industrie was er inderdaad geen andere bezitsvorm mogelijk dan het privé-bezit, er was geen andere maatschappij mogelijk dan deze gebaseerd op privé-eigendom. De maatschappij van de middeleeuwen, die steunde op de bewerking van de grond, gaf ons de feodale heer en de lijfeigene; de steden van het einde van de middeleeuwen gaven ons de artisanale meester, de gezel en de dagloner; de zeventiende eeuw gaf ons de eigenaar van de manufactuur en de arbeider; de negentiende eeuw geeft ons de grootindustrieel en de proletariër. Het is duidelijk dat tot vandaag de productiekrachten niet ver genoeg geëvolueerd zijn om voldoende te produceren voor iedereen en dat het privé-bezit een obstakel, een rem op hun ontwikkeling zou geworden zijn.”
8
Op basis van de marxistische analyse van de evolutie van de maatschappij, die op de eerste plaats de evolutie is van de productiewijze, de productiekrachten en de productieverhoudingen, ontwikkelen de Chinese marxisten in het begin van de jaren 1980 de theorie van “de eerste fase van het socialisme”.
9 Het hoofdkenmerk van deze fase is de maatschappelijke onderontwikkeling, die een gevolg is van de lage ontwikkelingsgraad van de productiekrachten en van hun lage productiviteit. De Chinese communisten zien het daarom als hun belangrijkste taak de productiekrachten maximaal te ontwikkelen. Deng Xiaoping: “De socialistische maatschappij vormt de eerste fase van het communisme; de historische periode die zij vertegenwoordigt kan zeer lang duren. Haar belangrijkste taak is de ontwikkeling van de productiekrachten om het materiele en culturele niveau van het volk stapsgewijze te verhogen. De ervaring tussen 1958 en 1978 heeft ons geleerd dat armoede, geen socialisme is – het socialisme wil integendeel de armoede uitschakelen. De productiekrachten niet ontwikkelen en de levensvoorwaarden van het volk niet verbeteren, beantwoordt geenszins aan de vereisten van het socialisme.”10
Eerst een randopmerking: Peter Franssen past niet het marxisme toe maar het eclecticisme (het “plukken” van citaten” om van te voren ingenomen standpunten “te bewijzen”).... en dat doet hij dan nog verkeerd! Hij “bewijst” het bestaan van de theorie van “de eerste fase van het socialisme” ....met een citaat van Deng Xiaoping waar die spreekt van “het socialisme als eerste fase van het communisme”.
Voor de rest betekent “de productiekrachten volledig laten ontwikkelen” VOORDAT zij “de productieverhoudingen kunnen veranderen” NA de revolutie en als opdracht ONDER het socialisme: het kapitalisme en de macht van de kapitalisten HERSTELLEN (voorzover die waren aangepakt door de revolutionairen)....omdat “de productiekrachten” (en hier wordt de arbeidersklasse bedoeld en de boeren die samen met de arbeidersklasse de bezetter verjaagden EN met “het veranderen van de productieverhoudingen” al begonnen waren) hiervoor nog niet rijp geacht werden. Dit is géén door marxistische analyse ingegeven opvatting, maar een opvatting van een slavenhouder die argumenteert dat zijn slaven nog niet rijp zijn om hun eigen lot in handen te nemen en zolang nog slaven zullen zijn of de kolonisator die zijn kolonisatie verdedigt met de argumenten dat de plaatselijke bevolking nog niet rijp genoeg zijn om hun eigen maatschappij en productie in handen te nemen en tot zo lang nog best gekoloniseerd worden.
En uiteindelijk dat wat Engels schrijft: “Elke omvorming van de sociale orde, elke wijziging in de eigendomsverhoudingen, is het noodzakelijke gevolg van het verschijnen van nieuwe productiekrachten die niet meer beantwoorden aan de oude eigendomsverhoudingen.”....betekent in feite dat de nieuwe productiekrachten in het leven geroepen door het kapitalisme, het bestaan van de “eigendomsverhoudingen” onder het kapitalisme als een rem beschouwen voor HUN (zijnde de NIEUWE productiekrachten – de arbeidersklasse) ontplooiing en daarom de kapitalistische productieverhoudingen opheffen – hetgeen betekent: revolutie doorvoeren, de kapitalisten onteigenen – en nieuwe (communistische) productieverhoudingen opbouwen (doorheen de eerste fase van het communisme: het socialisme. Praten over het NIET aanpakken van (kapitalistische) productieverhoudingen betekent GEEN revolutie doorvoeren. Als de “nieuwe productiekrachten” - de arbeidersklasse als nieuwe productiekrachten in het leven geroepen door het kapitalisme zélf - zich organiseren voor het doorvoeren van de revolutie betekent dit dat ze “voldoende ontwikkeld” zijn. De werkers zullen al degenen die dan nog durven zeggen “héla jullie zijn nog niet voldoende ontwikkeld om het socialisme uit te bouwen jullie kunnen maar tot die ontwikkeling komen door jullie nog jarenlang te laten uitbuiten door de kapitalisten” van antwoord dienen!

Peter Franssen herhaalt Kautsky

“De bestaande onderontwikkeling van de productiekrachten impliceert dat de historische rol van het privé-bezit zoals Engels en Marx die hierboven beschrijven, nog niet vervuld is. Met andere woorden: op het ogenblik dat China de hervormingen inzet, is de superioriteit van de socialistische economische verhoudingen in de gehele economie een fictie; veel productiekrachten groeien sneller onder andere vormen van eigendom dan onder de zuiver socialistische, waar de productiemiddelen in handen zijn van de staat of van de gemeenschap(...).
Marx schrijft in dezelfde zin: “Een maatschappelijke vorm gaat nooit ten onder vooraleer de productiekrachten binnen die vorm ontwikkeld zijn, en nieuwe hogere productieverhoudingen vervangen de oude nooit vooraleer de materiële voorwaarden voor hun bestaan tot volwassenheid gegroeid zijn binnen het raamwerk van de oude maatschappij.”
11
Onder de omstandigheden van het socialisme in een onderontwikkeld land betekent dit dat de privé-uitbating de socialistische ontwikkeling ten goede moet komen, of met andere woorden dat het kapitalisme moet werken in dienst van de socialistische opbouw.
12”
Peter Franssen is voorgegaan door Kautsky die gelijkaardige dingen zei en “bewees” met citaten van Marx en Engels (Peter Franssen nog met citaten van Mao, maar alléén vanuit de tijd dat Mao volgens hem nog geen “gauchist” of “utopist”was).....Aangezien Peter Franssen ook Lenin herhaaldelijk citeert is het wellicht interessant wat Lenin zegt over zo'n figuur als Kautsky:

“De Russische revolutie is een burgerlijke revolutie, zeiden alle Russische marxisten vóór 1905. De mensjewieken, die het marxisme met het liberalisme verwisselden, trokken daaruit de conclusie: dat het proletariaat derhalve niet verder mag gaan, dan voor de bourgeoisie aannemelijk is. Men moet een compromispolitiek met de bourgeoisie voeren. De bolsjewieken zeiden dat dit een liberaal-burgerlijke theorie was. De bourgeoisie streeft er naar de staat langs burgerlijke, reformistische en niet langs revolutionaire weg om te vormen en zoveel mogelijk zowel de monarchie als het landheerlijke grondbezit te handhaven enz. Het proletariaat moet de burgerlijk-democratische revolutie ten einde toe doorzetten, zonder zich te laten ‘binden’ door het reformisme van de bourgeoisie. De verhouding van de klasse-krachten tijdens de burgerlijke revolutie hebben de bolsjewieken aldus geformuleerd: het proletariaat maakt de massa van de boeren tot zijn bondgenoten, neutraliseert de liberale bourgeoisie en maakt volledig een eind aan de monarchie, de feodaliteit en het grootgrondbezit.
Juist in dit bondgenootschap van het proletariaat met de massa van de boeren komt het burgerlijke karakter van de revolutie aan het licht, want de boeren, als geheel genomen, zijn kleine producenten, die op de bodem van de warenproductie staan. Vervolgens, zo voegden de bolsjewieken er nog aan toe, brengt het proletariaat het ganse half-proletariaat (alle uitgebuiten, alle werkers) aan zijn zijde, neutraliseert de middelste laag van de boeren en brengt de bourgeoisie ten val; daarin bestaat juist het onderscheid tussen de socialistische en de burgerlijke democratische revolutie. (Zie mijn brochure uit het jaar 1905 Tweeërlei tactiek, overgedrukt in het verzamelwerk Gedurende 12 jaar, Sint-Petersburg 1907.)(...)

... Kautsky heeft zich in achterwaartse richting ontwikkeld en verdedigt, onder de dekmantel van een ‘economische analyse’, met ronkende frasen over het ‘historisch-materialisme’, de ondergeschiktheid van de arbeiders aan de bourgeoisie en herkauwt de oude liberale opvattingen van de mensjewieken, met behulp van citaten uit het boek van de mensjewiek Maslov. Daarbij wordt met citaten het nieuwe denkbeeld van de achterlijkheid van Rusland bewezen; uit dit nieuwe denkbeeld wordt de oude conclusie getrokken dat men in een burgerlijke revolutie niet verder mag gaan dan de bourgeoisie! En dit niettegenstaande al wat Marx en Engels hebben gezegd, toen zij de burgerlijke revolutie van 1789-1793 in Frankrijk en de burgerlijke revolutie van 1848 in Duitsland met elkaar vergeleken.(...)
Bij Kautsky wordt het een verwarring zonder weerga. Bedenkt dat Kautsky in 1913 vasthoudt aan het burgerlijke karakter van de Russische revolutie. Kautsky eist in 1918 dat men zich binnen het kader van die revolutie moet houden. En dezelfde Kautsky ontwaart nog ‘een stukje socialisme’ (voor de burgerlijke revolutie) in de kleinburgerlijke hervorming, die bestaat in het verpachten van kleine hofsteden aan de arme boeren (d.w.z. het benaderen van de gelijkberechtiging op het grondgebruik)!!
Begrijpe het, wie het kan!

Bovendien openbaart Kautsky nog de filisterachtige onmacht, rekening te houden met de daadwerkelijke politiek van een bepaalde partij. Hij citeert frases van de mensjewiek Maslov zonder zich te willen bezig houden met de praktische politiek van de partij van de mensjewieken, die in 1917, tijdens de ‘coalitie’ met de landheren en de kadetten, feitelijk een liberale agrarische hervorming en een compromis met de landheren voorstond. (Het bewijs vindt men in arrestaties van de leden van de grondcommissies en het wetsontwerp van S. Maslov).

Kautsky heeft niet bemerkt dat de frases van P. Maslov over het reactionaire en utopische karakter van de kleinburgerlijke gelijkheid, in de grond van de zaak alleen dienen om de mensjewistische politiek van het compromis tussen boeren en landheren, in plaats van het revolutionaire onteigenen van de landheren door de boeren, verborgen te houden.
13”

Zolang Mao Zedong het voortbestaan van de kapitalistische productieverhoudingen verdedigt is hij revolutionair volgens Peter Franssen. Daar waar hij de kapitalistische productieverhoudingen wil breken een “gauchist”

“Mao Zedong zegt in 1949: “China moet alle elementen van het landelijke en stedelijke kapitalisme gebruiken in zoverre die heilzaam en niet schadelijk zijn voor de nationale economie. Onze huidige politiek is niet het kapitalisme uit te schakelen maar het te controleren.”14 Hoe lang moeten de communisten die politiek aanhouden? In ieder geval een lange periode. Mao Zedong in 1949: “De landbouweconomie is kleinschalig en de socialisatie van de landbouw zal, afgaande op de ervaring in de Sovjet-Unie, lang duren en nauwgezette arbeid vergen. Zonder socialisatie van de landbouw kan er geen integraal en stevig socialisme bestaan. De socialisatie van de landbouw moet samengaan met de ontwikkeling van een sterke industrie waarvan de voornaamste sector de staatsondernemingen zijn.”15 Het economische socialisme zou dus maar mogelijk zijn als er een sterke industrie uitgebouwd is en als met deze basis de landbouw gesocialiseerd zou zijn. (...)
De theoretische ommezwaai van Mao in de herfst van 1957 betekent het einde van het eenheidsfront met de bourgeoisie die nu de vijand genoemd wordt. Het is het einde van de politiek die sinds 1949 toegepast werd. Het Centraal Comité schrijft later: “Deze herziene beoordeling vormt de theoretische basis waarop de partij vanaf dan telkens en telkens opnieuw fouten zal maken.”
16
Een maand na deze theoretische ommezwaai naar extreem links (
zoals Peter Franssen de Grote Sprong Voorwaarts noemt, Nico) schrijft het partijdagblad in een hoofdartikel: “Sommige mensen kunnen niet verstaan dat na de vorming van landbouwcoöperaties de voorwaarden en de nood voorhanden zijn om op het productiefront een grote sprong voorwaarts te realiseren.” De vergevorderde socialisering zou een veel hogere productie mogelijk maken. Nu de productieverhoudingen grotendeels gesocialiseerd zijn, zouden de productiekrachten veel sneller kunnen groeien. (...)
Die irrationele doelstellingen zijn kenmerkend voor de Grote Sprong Voorwaarts.(...)

De Grote Sprong Voorwaarts is het resultaat van de opvatting dat hoe hoger de graad van socialisering van de productieverhoudingen is, hoe sneller de productiekrachten groeien, welke ook de stand van de productiewijze moge zijn. De economische catastrofe die de Grote Sprong is, bewijst de onjuistheid van die visie. Na de dood van Mao Zedong zal de Communistische Partij er de les uit trekken dat de productiekrachten groeien in de mate dat de productieverhoudingen aangepast zijn aan de geëvolueerde productiewijze. Precies zoals Marx had aangetoond. (...)

Mao is ervan overtuigd dat China regelmatig een massabeweging nodig heeft om de partij te zuiveren, om de oude feodale en de nieuwe burgerlijke ideeën in de samenleving te bestrijden en om te verhinderen dat China de weg van het kapitalisme zou opgaan. Alleen op die manier kan vermeden worden dat er een Chinese Chroesjtsjov opstaat.

In de ogen van Mao is die eigenlijk al opgestaan. Niet in één persoon maar in een hele groep personen. Hij schrijft in mei 1966: “De vertegenwoordigers van de bourgeoisie die geïnfiltreerd zijn in de Communistische Partij, ontkennen de noodzaak van de strijd van het proletariaat tegen de bourgeoisie, van de revolutie van het proletariaat tegen de bourgeoisie, van de dictatuur van het proletariaat over de bourgeoisie. Zij zijn loyale dienaars van de bourgeoisie en het imperialisme. Ze spannen ermee samen om de burgerlijke ideologie van onderdrukking en uitbuiting van het proletariaat in stand te houden. Het is een bende contrarevolutionairen die gekant zijn tegen de Communistische Partij en tegen het volk. Hun strijd tegen ons is een strijd tot de dood. Onze strijd tegen hen moet daarom ook een strijd tot de dood zijn. De vertegenwoordigers van de burgerij die geïnfiltreerd zijn in de partij, de regering, het leger en de culturele sectoren zijn een bende contrarevolutionaire revisionisten. Als ze de kans hebben, zullen ze de dictatuur van het proletariaat omzetten in de dictatuur van de burgerij.”
17
Deze voorstelling van zaken, zo zal het Centraal Comité later zeggen, klopt niet met de realiteit. Er zijn inderdaad rechts opportunisten in de partij, net zoals er links opportunisten zijn. Maar de tegenstellingen tussen hen en de partij zijn niet antagonistisch. Het zijn tegenstellingen die berusten op verschillende visies over de opbouw van het socialisme. Deze tekst van Mao staat ook lijnrecht tegenover de ideologie in zijn fundamentele essays
Over de Nieuwe Democratie (1940), Over de coalitieregering (1945) en Over de juiste oplossing van de tegenstellingen onder het volk (1957), waarin naar een eenheidsfront gezocht wordt met de kapitalistenklasse om het land uit zijn onderontwikkeling te trekken, en waarin de opbouw van het socialisme stapsgewijs en gespreid over een zeer lange historische periode verdedigd wordt.
(...)Lenin (...) meende dat de communisten al het juiste uit het verleden moesten gebruiken. Het socialisme, zo zei hij, kan niet opgebouwd worden zonder te steunen op wat goed en correct was in het verleden. (...) Lenin was ook van mening dat de ontwikkeling van de cultuur van een volk in eerste instantie afhangt van de materiële ontwikkeling, want zonder materiële basis is geen hogere beschaving mogelijk. Daarom ook zei Lenin dat hoe achterlijker het land, hoe moeilijker het is om het socialisme op te bouwen. In 1961-1962 maakt Mao een kritiek op het boek
Politieke Economie van de Russische communisten. Mao schrijft: “Lenin zegt ' Hoe achterlijker een land is, hoe moeilijker het is over te gaan van het kapitalisme naar het socialisme. ' Dat lijkt vandaag niet juist. Vandaag is de overgang minder moeilijk naarmate de economie achterlijker is want hoe armer, hoe meer de mensen de revolutie willen.”18 Achterlijkheid is derhalve een troef.(...) Daarmee zijn we ver verwijderd van de mening van Lenin, die zei dat het socialisme niet het resultaat kan zijn van enkel en alleen de wil van de massa 's, maar dat de ver gevorderde productiewijze de basisvoorwaarde is. Lenin zei ook, helemaal anders dan Mao na 1957, dat de massa 's niet uit zichzelf tot het wetenschappelijke socialisme komen, maar dat het wetenschappelijke socialisme binnengebracht moet worden, want het gaat om een wetenschap en om gecumuleerde en getheoretiseerde - ervaring.19”

Met andere woorden in datgene wat Peter Franssen (en Deng Xiaoping) “socialisme” noemen, moeten de kapitalistische productieverhoudingen blijven bestaan ..... dus de macht bij de burgerij. De arbeidersklasse mag NIET deze kapitalistische productieverhoudingen NIET door “nieuwe hogere productieverhoudingen” vervangen, maw NIET de macht over de burgerij en de kapitalisten nemen. Dit door middel van marxistisch-klinkende frasen bewijzen is wat Kautsky ook deed. Welnu laten we gelijkaardige “marxistische” analyse van wat socialisme is en tot waar de revolutie maar gevoerd mag worden als die van de Marx, Engels, Mao én Lenin citerende Peter Franssen dan even laten beantwoorden ....door Lenin zélf (De ON-marxistische analyse door Peter Franssen over "De Grote Sprong Voorwaarts" weerlegde ik zelf al HIER)
“Wie ernstig de marxistische opvatting deelt, dat de staat niets anders is dan een machine tot onderwerping van de ene klasse door de andere en wie zich ook maar enigszins in deze waarheid heeft ingedacht, zal nooit tot deze dwaze conclusie kunnen komen, dat de proletarische organisaties, die in staat zijn om het financierskapitaal te overwinnen, zich niet in een staatsorganisatie mogen omzetten. Juist op dit punt ontpopt zich de kleinburger, voor wie de staat ‘toch altijd maar’ iets is, dat buiten of boven de klasse staat. Waarom zou het inderdaad aan het proletariaat, aan ‘een klasse’ veroorloofd zijn, een beslissende strijd te voeren tegen het kapitaal, dat niet alleen over het proletariaat, maar over het hele volk, de gehele kleinburgerij en alle boeren heerst, maar zou het niet geoorloofd zijn aan het proletariaat, aan ‘één klasse’, zijn organisatie in een staatsorganisatie om te zetten?
Omdat de kleinburger de klassenstrijd vreest en hem niet voert tot het einde toe, d.w.z. de hoofdzaak ongedaan laat.

Kautsky heeft zich helemaal vastgepraat. Hij heeft zijn ware gezicht laten zien. Men lette er op, dat hij zelf erkent dat Europa beslissende slagen tussen kapitaal en arbeid tegemoet gaat en dat de oude methoden van de economische en politieke strijd van het proletariaat niet meer toereikend zijn. Maar deze methoden bestaan juist in het zich bedienen van de burgerlijke democratie. Bij gevolg... Kautsky is bang tot het einde te denken, wat daaruit volgt.

... Bij gevolg kan alleen een reactionair, een vijand van de arbeidersklasse, een huurling van de bourgeoisie, thans de heerlijkheden van de burgerlijke democratie schilderen en zich naar het verleden wendend, over zuivere democratie kletsen. De burgerlijke democratie was vooruitstrevend in vergelijking met de middeleeuwen en men moest er zich van bedienen. Maar thans is zij ontoereikend geworden voor de arbeidersklasse. Thans moet men niet achteruit kijken, maar vooruit en streven naar de vervanging van de burgerlijke door de proletarische democratie. En waren ter voorbereiding van de proletarische revolutie de scholing en vorming van het proletarische leger, binnen het kader van de burgerlijk-democratische staat mogelijk en noodzakelijk, het begrenzen van het proletariaat binnen dat kader zou verraad zijn aan de proletarische zaak, zou een handelen als renegaat betekenen, zodra het tot de ‘beslissende strijd’ is gekomen.

Kautsky zit op een bijzonder belachelijke wijze in de klem, hij herhaalt een argument van Martov, zonder te bemerken dat dit argument van Martov steunt op een ander argument, dat bij Kautsky niet is te vinden! Martov (in wiens voetstappen Kautsky treedt) beweert dat Rusland nog niet rijp is voor het socialisme; waaruit natuurlijk volgt: het is nog te vroeg, de sovjets van strijdorganisaties om te zetten in staatsorganisaties (lees: het is juist de tijd om de sovjet met behulp van de mensjewistische leiders te vervormen in organen ter onderwerping van de arbeiders aan de imperialistische bourgeoisie). Maar nu kan Kautsky niet ronduit zeggen dat Europa niet rijp is voor het socialisme. Kautsky heeft immers in 1909 (toen hij nog geen renegaat was) geschreven dat men thans niet bang behoeft te zijn, dat een revolutie te vroeg zou komen en dat degene, die uit angst voor een nederlaag, afstand zou doen van de revolutie, een verrader was. Kautsky durft zijn woorden niet ronduit herroepen. En dan komt er zulk een onzin voor de dag, die de gehele domheid van de kleinburger aan het licht brengt: aan de ene kant is Europa rijp voor het socialisme en marcheert het naar beslissende slagen tussen arbeid en kapitaal; aan de andere kant is het verboden de strijdorganisatie, d.w.z. de in de strijd zich vormende, groeiende en sterk wordende organisatie van het proletariaat, van de voorhoede, van de organisator, van de leider der onderdrukten, om te zetten in een staatsorganisatie!”20

De karakterisering van Kautsky door Lenin (die zo door Peter Franssen héél selectief geciteerd wordt) is héél toepasselijk voor Peter Mertens, Peter Franssen, alsook voor Boudewijn Deckers....én Deng Xiaoping (wiens China wél een “rolmodel” kan zijn voor de PVDA volgens Peter Mertens waar het Cuba van Fidel Castro dat niet is):

“Kautsky ontleent aan het marxisme, wat aannemelijk is voor de liberalen, voor de bourgeoisie (kritiek op de middeleeuwen; de vooruitstrevende historische rol van het kapitalisme in het algemeen, en van de kapitalistische democratie in het bijzonder) en hij werpt overboord, gaat stilzwijgend voorbij of verdoezelt al wat in het marxisme voor de bourgeoisie onaannemelijk is (het revolutionaire geweld van het proletariaat tegen de bourgeoisie om haar te vernietigen). En daarom blijkt Kautsky krachtens zijn objectief standpunt, wat ook zijn subjectieve overtuiging moge zijn, onvermijdelijk een lakei van de bourgeoisie te zijn.21”

De metafysicus Deng Xiaoping: “de” waarheid, “de” feiten, “de” werkelijkheid zonder klasseinhoud of boven de klassen
“In december 1978 zegt vice- partijvoorzitter Deng Xiaoping: “De waarheid zoeken in de feiten vormt de grondslag van de proletarische wereldopvatting en de ideologische grondslag van het marxisme. Wij hebben al onze overwinningen in de revolutie aan dat principe te danken. Als men een probleem onderzoekt of een taak moet aanvatten, moet men altijd dat principe volgen, zijn geest bevrijden en zijn hersens doen werken. Dat is niet alleen noodzakelijk voor de leden van het Centraal Comité en de provinciale partijcomités, van de districten en de communes, maar ook voor iedere fabriek, iedere instelling, iedere school en iedere productieploeg op het platteland. Om de revolutie te maken en om het land op te bouwen hebben wij een groot aantal pioniers nodig die durven nadenken, ontdekken, creëren.”22 Trouw blijven aan de gedachte Mao Zedong betekent niet, zegt Deng, vasthouden aan citaten of paragrafen maar proberen de methode en het analysesysteem van Mao te begrijpen en toe te passen.
Wat geldt voor de gedachte Mao Zedong, geldt in dezelfde mate voor het marxisme.(...)

De Chinezen zijn verplicht het marxisme te verdiepen en te innoveren om de complexe problemen aan te kunnen. Ze zijn verplicht theoretische vraagstukken op te lossen zoals: wat is socialisme in een onderontwikkeld land, hoe en in welke mate de klassenstrijd organiseren onder het socialisme, wat is de rol van de communistische partij in de socialistische economie die zekere kapitalistische verhoudingen kent...?
23
Het marxisme hoog houden zonder het te ontwikkelen leidt tot dogmatisme en het marxisme ontwikkelen zonder het hoog te houden leidt tot verraad. De ontwikkeling van het marxisme gebeurt in de praktijk: in het proces van hervorming en modernisering sinds 1978 verwerft de Communistische Partij van China een dieper inzicht in wat het socialisme is en wat het betekent het socialisme te ontwikkelen. De huidige premier Wen Jiabao zegt: “Om te kunnen realiseren wat wij hebben gerealiseerd, hebben wij vastgehouden aan het principe dat de praktijk het enige criterium is voor de waarheid.”
24 Om dat mogelijk te maken, moest eerst komaf gemaakt worden met de twee “welke ook” van Hua Guofeng. In een gesprek met Ali Hassan Mwinyi, de vice-president van Tanzania, zegt Deng Xiaoping: “Hoe het socialisme opbouwen? U zegt dat u de Chinese ervaring wilt bestuderen om eruit te leren. China heeft een erg kronkelige weg gevolgd. De les van de geschiedenis toont ons een heel belangrijk principe in de opbouw van het socialisme: men moet handelen volgens het marxistisch historisch en dialectisch materialisme, of, volgens de samenballende formule van kameraad Mao Zedong: men moet de waarheid zoeken in de feiten, met andere woorden, men moet in alles vertrekken van de werkelijkheid.”25

“De” praktijk,... in alles vertrekken van”de” werkelijkheid......”de” waarheid” zoeken in “de” feiten. Om een enorme groei van productie van waren te realiseren (en dat is “de werkelijkheid” die men wil bereiken, “de feiten” die men wil realiseren) is inderdaad een tomeloze ontwikkeling van KAPITALISTISCHE productieverhoudingen (het nastreven van maximale winst op basis van door uitbuiting van de arbeidskracht verkregen meerwaarde) “de praktijk die tot die waarheid zal leiden”. De werkelijkheid bereiken van “het ontwikkelen van producten ter leniging van reële behoeftes in de productie waarvan men bijdraagt al naar zijn mogelijkheden en waarvan de producten ter beschikking staan om de behoefte te leningen ONAFHANKELIJK van bestaande KOOPKRACHT op basis van een verkregen inkomen (weze het een arbeidsloon, speculatie of door toeeigening van gerealiseerde meerwaarde)”....DIE waarheid zal worden bewezen door de praktijk het aanpakken van de kapitalistische productieverhoudingen en het beginnen aan de uitbouw van communistische productieverhoudingen.



Antirevolutionaire reformisten die met marxistisch klinkende frasen hun “analyse” geven van wat “socialisme” is (om over revolutie maar te zwijgen) door Lenin in de figuur van Kautsky reeds bestreden

Over het niet te buiten gaan van de burgerlijke democratische revolutie, over het “bewijzen” met marxistisch klinkende frasen, over het negeren van de ECHTE praktijk: het doorvoeren van de revolutie zover het kàn met de burgerij, omdat over te gaan tot de socialistische revolutie, over de rol van de klassestrijd, de noodzaak van de kapitalisten te onteigenen, de macht van de burgerij te breken om de dictatuur van het proletariaat te vestigen (met de steun van het grootste deel van de boeren). tegen ALLES wat Peter Franssen, Boudewijn Deckers en Peter Mertens beweren over socialisme, reëel bestaand socialisme, het “rolmodel” van de Sovjet-Unie....

over “de” feiten die “de” werkelijkheid aantonen over welke “praktijk” welke “waarheid” bewijst....

Het is interessant Lenin (die Peter Franssen zo selectief citeert,maar ook Peter Mertens citeert Lenin naargelang het hem uitkomt....) te lezen hoe hij brandhout maakt van een gelijkaardige “renegaat” namelijk Kautsky:

“Toch wel een fraaie marxist, die Kautsky!Juist de bolsjewieken maakten een scherp onderscheid tussen de burgerlijk-democratische en de socialistische revolutie; terwijl zij de eerste tot het eind toe doorzetten, openden zij de weg voor de overgang naar de andere. Dat was de revolutionaire, de enig marxistische politiek.
Tevergeefs herhaalt Kautsky de aftandse liberale geestigheid:

“Nergens en nooit zijn kleine boeren onder de invloed van theoretische overtuiging tot de collectieve productie overgegaan” (blz. 50).

Dat is bijzonder geestig!

Nergens en nooit stonden de kleine boeren van een groot land onder de invloed van een proletarische staat.

Nergens en nooit zijn de kleine boeren zover gekomen dat de openlijke klassenstrijd van de arme boeren tegen de rijke geleid heeft tot de burgeroorlog tussen beiden bij een gelijktijdige propagandistische, politieke, economische en militaire ondersteuning van de kant van de proletarische staatsmacht.

Nergens en nooit is er zulk een verrijking van de speculanten en oorlogswinstjagers, bij zulk een gelijktijdige verarming van de boerenmassa’s geweest.

Kautsky herhaalt en herkauwt tot vervelens toe de oude wijsheden van de liberalen en mist de moed ook maar te denken over de nieuwe taak van de proletarische dictatuur. (...)


Kautsky drijft de spot met het marxisme, wanneer hij beweert dat door het overgeven van de grootte landgoederen aan de staat en het verpachten van ‘kleine hofsteden’ aan de landarme boeren ‘een stukje socialisme’ tot werkelijkheid zou zijn gemaakt. Zoals we reeds hebben gezegd, kan hier van socialisme geen sprake zijn. We moeten hier nog aan toevoegen: hier kan ook geen sprake zijn van het volledig, tot het einde toe doorzetten van de burgerlijk-democratische revolutie.
Kautsky viel het grote ongeluk ten deel dat hij zich op de mensjewieken verliet. En zo gebeurde het vreemde feit dat Kautsky die het burgerlijke karakter van onze revolutie verdedigt en de bolsjewieken beschuldigt, dat zij het in hun hoofd hebben gehaald het socialisme te verwezenlijken, zelf een liberale hervorming voor socialisme uitgeeft, zonder deze hervorming door te zetten tot de volledige opruiming van al wat er uit de middeleeuwen in de eigendomsverhoudingen in de landbouw is overgebleven. Kautsky heeft zich, evenals zijn mensjewistische raadgevers, als een verdediger van de liberale bourgeoisie getoond, die de revolutie vreest, en niet als een verdediger van de consequent burgerlijk-democratische revolutie. (...)


In werkelijkheid trad al in de revolutie van 1905 aan het licht dat de overweldigende meerderheid van de Russische boeren, zowel zij die aandeel hadden in de dorpsgrond, als zij die eigen grond bewerkten, de nationalisatie van de ganse grond begeerden. De revolutie van 1917 heeft deze eis bevestigd en na de verovering van de macht door het proletariaat ook verwezenlijkt. De bolsjewieken zijn het marxisme trouw gebleven. Zij poogden niet de burgerlijk-democratische revolutie ‘over te slaan’ (trots Kautsky, die ons zonder schaduw van een bewijs daarvan beschuldigt). De bolsjewieken hebben voor alles de meest radicale, meest revolutionaire, het dichtst bij het proletariaat staande burgerlijk-democratische ideologen van de boeren, met name de linkse sociaal-revolutionairen geholpen om datgene door te voeren wat feitelijk de nationalisatie van de grond was. De privaateigendom van de grond is in Rusland sinds de eerste dag van de proletarische, socialistische revolutie afgeschaft.
Hierdoor werd voor de ontwikkeling van het kapitalisme de meest volmaakte grondslag gelegd (wat Kautsky niet kan betwisten, zonder met Marx te breken), en terzelfdertijd het meest soepele agrarische stelsel voor de overgang naar het socialisme geschapen. Van burgerlijk-democratisch standpunt gezien, konden de revolutionaire boeren in Rusland niet verder gaan: van dit standpunt bezien is er werkelijk niets ‘idealer’, niets ‘radicalers’ te denken dan de nationalisatie van de grond en de gelijkberechtiging van allen op het gebruik daarvan. Juist de bolsjewieken en zij alléén hebben, dank zij de overwinning van de proletarische revolutie, de boeren geholpen om de burgerlijk-democratische revolutie daadwerkelijk tot het einde toe door te zetten. En daardoor alléén deden zij het uiterste van wat mogelijk was, om de overgang tot de socialistische revolutie te vergemakkelijken en te verhaasten.

Men kan hieruit beoordelen welk een ongelooflijke warwinkel Kautsky de lezer aanbiedt met de beschuldiging aan het adres van de bolsjewieken, dat zij het burgerlijk karakter van de revolutie niet zouden hebben begrepen, terwijl hij zelf zo zeer van het marxisme afwijkt, dat hij zelfs zwijgt over de nationalisatie van de grond en een (van het standpunt der bourgeoisie) allerminst revolutionaire agrarische hervorming voorstelt als ‘een stukje socialisme’. (...)


Hardnekkig als ‘de man in het foudraal’, herhaalt hij uit den treure: geef mij vreedzame democratie, zonder burgeroorlog, zonder dictatuur, met een goede statistiek. (De Sovjetrepubliek heeft een Bureau van Statistiek gesticht met de meest deskundige statistische krachten van Rusland als medewerkers, maar het spreekt vanzelf dat we niet zo spoedig een ideale statistiek zullen bereiken.) In één woord: wat Kautsky wenst is: een revolutie zonder revolutie, zonder verwoede strijd, zonder geweld. Men kan even goed een staking eisen zonder stormachtige uitbarstingen van arbeiders en ondernemers. Is er nog een zweem van onderscheid tussen zulk een ‘socialist’ en de een of andere liberale ambtenaar?
Op grond van zulk ‘feitenmateriaal’, d.w.z. met opzettelijke, volstrekte verwaarlozing van talrijke feiten, komt Kautsky tot de gevolgtrekking:

“Het is te betwijfelen of het Russische proletariaat aan werkelijk praktische veroveringen en niet aan decreten, in de Sovjetrepubliek meer heeft verkregen dan het zou gekregen hebben van de Constituante, waarin juist als in de Sovjets, het overwicht berustte bij socialisten, al waren zij dan ook van een andere kleur”. (blz. 58).

Een juweeltje niet waar? Wij raden de vereerders van Kautsky aan deze uitspraak zo ruim mogelijk onder de Russische arbeiders te verspreiden, want beter materiaal ter karakterisering van zijn politieke val had Kautsky niet kunnen geven. Ook Kerenski was ‘socialist’, — arbeiders! — kameraden! al was ‘t dan ook ‘van een andere kleur’! De historicus Kautsky nam genoegen met de benaming, de omschrijving, die de rechtsche sociaal-revolutionairen en de mensjewieken zich hebben ‘aangeschaft’. Wat de feiten betreft, die bewijzen dat de mensjewieken en de rechtse sociaal-revolutionairen onder Kerenski de imperialistische roverspolitiek van de bourgeoisie ondersteunden, daarover wenst de theoreticus Kautsky niets te horen. En over het feit dat de Constituante juist aan deze helden van de imperialistische oorlog en van de burgerlijke dictatuur de meerderheid zou hebben bezorgd, daarover zwijgt hij bescheiden. En dat heet ‘economische analyse’! ...

Tenslotte nog een staaltje van deze ‘economische analyse’:

“... De Sovjetrepubliek heeft, zoals wij in werkelijkheid zien, na negen maanden te hebben bestaan, noodgedwongen moeten uiteenzetten van waar de algemene ellende komt, in plaats van algemene welvaart te brengen”. (blz. 41).

De kadetten hebben ons aan dergelijke beschouwingen gewend gemaakt. Zo oordelen alle knechten van de bourgeoisie in Rusland: geeft ons, zeggen zij, algemene welvaart in negen maanden tijd, na vier jaar van verwoestende oorlog, terwijl het buitenlandse kapitaal op alle mogelijke wijze de sabotage en de opstanden van de bourgeoisie in Rusland heeft gesteund. Er is in het wezen van de zaak niet het minste verschil meer tussen Kautsky en een contrarevolutionaire bourgeois. Zijn honingzoete, op ‘socialisme’ toegespitste praatjes herhalen hetzelfde, wat de Kornilov’s, de Doetov’s, de Krasnov’s in Rusland, ruw, rechtstreeks, onomwonden, zeggen.
26”




1http://www.pvda.be/nieuws/artikel/de-standaard-interviewt-peter-mertens-over-hoe-durven-ze.html, “De Standaard interviewt Peter Mertens over ‘Hoe durven ze?’”
2http://www.pvda.be/nieuws/artikel/interview-peter-mertens-tegen-brutale-ik-cultuur-van-het-neoliberalisme.html?utm_source=pvda2013-02-03&utm_medium=email&utm_content=html&utm_campaign=portalnewsletter
, 31 januari 2013, Interview Peter Mertens: tegen brutale ik-cultuur van het neoliberalisme, Overgenomen uit De Standaard (31/01/2013)
3http://antwerpen.pvda.be/nieuws/article/de-morgen-pvda-beschouwt-zich-niet-langer-als-extreem-linkse-partij-1.html, 25 februari 2008
4http://www.pvda.be/nieuws/artikel/interview-peter-mertens-tegen-brutale-ik-cultuur-van-het-neoliberalisme.html?utm_source=pvda2013-02-03&utm_medium=email&utm_content=html&utm_campaign=portalnewsletter
, 31 januari 2013, Interview Peter Mertens: tegen brutale ik-cultuur van het neoliberalisme, Overgenomen uit De Standaard (31/01/2013)
5http://marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=60&doc_id=278, Nummer 64, publicatiedatum: 2003-11-01 Copyright © EPO, Marxistische Studies en auteurs — Overname, publicatie en vertaling zijn toegestaan voor strikt niet-winstgevende doeleinden, “Vragen over de ontwikkeling van het socialisme in de Chinese Volksrepubliek “, Boudewijn Deckers.

6http://marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=72&doc_id=377, Nummer 78, publicatiedatum: 2007-11-22 Copyright © EPO, Marxistische Studies en auteurs — Overname, publicatie en vertaling zijn toegestaan voor strikt niet-winstgevende doeleinden., “ De ontwikkeling van het socialisme in China”, Peter Franssen, “Hoofdstuk 3 De hervormingen”

7Karl Marx, “Die moralisierende Kritik und die kritisierende Moral”, Karl Marx/Friedrich Engels, Werke, Dietz Verlag, Berlijn 1980, Deel 4, p. 338-339.
8Friedrich Engels, “Grundsätze des Kommunismus”, Karl Marx/Friedrich Engels, Werke, Dietz Verlag, Berlijn 1980, Deel 4, p. 375.
9Robert C. Hsu, Economic theories in China 1979-1988, Cambridge University Press, New York 1991, p. 13.
10Deng Xiaoping, “Promouvoir la démocratie sur le plan politique et la réforme en matière d”économie”, (15 april 1985), Textes Choisis, Éditions en Langues étrangères, Beijing 1994, Deel 3, p. 121.
11Karl Marx, “Zur Kritik der Politischen Ökonomie”, Karl Marx/Friedrich Engels, Werke, Dietz Verlag, Berlijn 1971, Deel 13, p. 9.

12http://marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=72&doc_id=377, Nummer 78, publicatiedatum: 2007-11-22 Copyright © EPO, Marxistische Studies en auteurs — Overname, publicatie en vertaling zijn toegestaan voor strikt niet-winstgevende doeleinden., “ De ontwikkeling van het socialisme in China”, Peter Franssen, “Hoofdstuk 3 De hervormingen”

13https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1918/1918renegaat.htm. Uit “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky”, “hoofstuk VIII. In het gevlei komen bij de bourgeoisie onder de schijn van ‘Economische analyse’ ” van V.I. Lenin. Geschreven: 1918. Bron: Pegasus, Amsterdam 1935 (Als boek verschenen bij uitgeverij Communist, Moskou) - Beschikbaar gesteld door Koen Dille. Vertaling: Marx-Engels-Lenin Instituut. Deze versie: Spelling, zinsbouw en punctuatie. Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2007
14Mao Zedong, “De la dictature démocratique populaire”, (juni 1949), Oeuvres choisies, Deel 4, Éditions en Langues étrangères, Pekin 1969, p. 440-441.
15Idem, p. 438-439.
16Hu Sheng (hoofdredacteur) – Onderzoekscentrum naar de geschiedenis van de Communistische Partij van China, Centraal Comité, A concise history of the Communist Party of China, Foreign Languages Press, Beijing 1994, p. 531.
17The Great Proletarian Cultural Revolution, Foreign Languages Press, Beijing 1970, p. 128-130 en 141.
18Mao Zedong, “Reading notes on the Soviet text political economy”, (1961-1962), in Long Live Mao Zedong Thought, a Red Guard Publication, punt 14.

19http://marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=72&doc_id=376, Nummer 78, publicatiedatum: 2007-11-22 Copyright © EPO, Marxistische Studies en auteurs — Overname, publicatie en vertaling zijn toegestaan voor strikt niet-winstgevende doeleinden., “De ontwikkeling van het socialisme in China”, Peter Franssen, “Hoofdstuk 2 1949-1976: de eerste periode van de socialistische opbouw”

20https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1918/1918renegaat.htm. Uit “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky”, “hoofstuk VIII. In het gevlei komen bij de bourgeoisie onder de schijn van ‘Economische analyse’ ” van V.I. Lenin. Geschreven: 1918. Bron: Pegasus, Amsterdam 1935 (Als boek verschenen bij uitgeverij Communist, Moskou) - Beschikbaar gesteld door Koen Dille. Vertaling: Marx-Engels-Lenin Instituut. Deze versie: Spelling, zinsbouw en punctuatie. Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2007
21https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1918/1918renegaat.htm. Uit “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky”, van V.I. Lenin. Geschreven: 1918. Bron: Pegasus, Amsterdam 1935 (Als boek verschenen bij uitgeverij Communist, Moskou) - Beschikbaar gesteld door Koen Dille. Vertaling: Marx-Engels-Lenin Instituut. Deze versie: Spelling, zinsbouw en punctuatie. Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2007
22Deng Xiaoping, “Libérer notre esprit, rechercher la vérité dans les faits et nous unir en portant nos regards vers l”avenir”, (13 december 1978), Textes Choisis, Éditions en Langues étrangères, Beijing 1985, Deel 2, p. 157-158.
23Theory Division of Propaganda Department of CPC Central Committee, “Strengthening ideological, theoretical building is most important task to forever maintain advanced nature of our party”, Renmin Ribao, 26 maart 2006.
24Wen Jiabao, “Our historical tasks at the primary stage of socialism”, Renmin Ribao, 8 maart 2007.
25Deng Xiaoping, “Promouvoir la démocratie sur le plan politique et la réforme en matière d”économie”, (15 april 1985), Textes Choisis, Éditions en Langues étrangères, Beijing 1994, Deel 3, p. 123.
26https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1918/1918renegaat.htm. Uit “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky”, “hoofstuk VIII. In het gevlei komen bij de bourgeoisie onder de schijn van ‘Economische analyse’ ” van V.I. Lenin. Geschreven: 1918. Bron: Pegasus, Amsterdam 1935 (Als boek verschenen bij uitgeverij Communist, Moskou) - Beschikbaar gesteld door Koen Dille. Vertaling: Marx-Engels-Lenin Instituut. Deze versie: Spelling, zinsbouw en punctuatie. Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2007

23-03-2013

Het socialisme volgens Peter Mertens

Als een interview over “Socialisme” met Peter Mertens op de website zelf van de PVDA wordt geplaatst, geld dit als richtlijn: DIT is het standpunt van de PVDA over “socialisme”. Wie, als PVDA-lid iets anders zegt of beweert, “stelt zichzelf buiten de PVDA”, laat dat duidelijk zijn!
Cuba zien als “reeël bestaand socialisme” is dogmatisme, “Cuba verdedigen tegen al te simplistische aanvallen” is wél toegestaan.....Maar Noord-Korea “verdedigen tegen al te simplistische aanvallen” ...en “je plaatst jezelf buiten de PVDA”. Niet de Sovjet-Unie na de Oktoberrevolutie (zeker niet dat van de “misdadiger” Stalin), niet Cuba (dat van Fidel Castro kan géén “rolmodel” zijn) en zeker niet Noord-Korea, kunnen dienen als te bestuderen waard als experimenten in “(ooit) reëel bestaand socialisme”.....Voor de PVDA kan dit wél voor het HUIDIGE China (dat van Deng Xiaoping als "rolmodel"....) Maar zeker niét het China van de “gauchist”, “utopisch socialist”....”misdadiger” Mao.
Vorig jaar zong een partijgenoot van u nog de lof van Noord-Korea in ‘Terzake'.
Peter Mertens. ‘Die man was toen nog een partijgenoot van mij. Nu niet meer.'
(...) Ik zat met stomme verbazing te kijken naar dat interview. Hij wist heel goed dat zijn standpunt niet dat van de partij is, en dat wie dat standpunt publiek verkondigt, zichzelf buiten de organisatie zet. Met dictaturen en dynastieën heb ik niets te maken. Niets. Ik heb twee boeken geschreven, waarvan meer dan 20.000 exemplaren zijn verkocht. Waarschijnlijk hebben een aantal opiniemakers en politici die boeken niet gelezen, anders zouden ze weten dat ik niet over buitenlandse regimes schrijf, maar over herverdeling anno nu.' 1”
Nu, Jef Bossuyt gaf géén “partijstandpunt over Noord-Korea”, hij sprak over zijn eigen reiservaringen in Noord-Korea waarbij hij in feite deed wat Peter Mertens “vond bij de PVDA”, zoals hij verderop in het interview zélf zegt:”En bij de PVDA heb ik de verdediging gevonden van het reëel bestaande socialisme. Zo heb ik Cuba altijd verdedigd tegen al te simplistische aanvallen.' Maar ja, voor een potentieel kiespubliek kan je het wel nog permitteren “Cuba te verdedigen tegen al te simplistische aanvallen” ...maar niet Noord-Korea....of Stalin. Over dit laffe gedrag van Peter Mertens t.a.v. Jef Bossuyt schreef ik reeds HIER iets
“DS. Uw partij heeft haar verleden nog altijd niet afgezworen. Wordt het niet stilaan tijd voor een finale veroordeling van Stalin en Mao?
Peter Mertens. “Wij zijn geen stalinisten of maoïsten. Ik heb wel respect voor mensen die aan het begin van de twintigste eeuw iets anders geprobeerd hebben. Ik blijf ook respect hebben voor die miljoenen die hun leven hebben gegeven in de strijd tegen het fascisme, voor de mensen die in de Tweede Wereldoorlog het verzet hebben georganiseerd. Wat nog niet betekent dat ik achter het beleid van Stalin of Mao sta, of achter de misdaden die ze hebben gepleegd.2
In feite zijn voor Peter Mertens (en dit geldt dan als te volgen richtlijn, indien men “zichzelf niet buiten de PVDA wil stellen”) Stalin en Mao dus geen “echte” communisten of “echte” revolutionairen, maar “misdadigers”.... hij durft (nog) niet de woorden 'dictators” of “massamoordenaars” te gebruiken. “Communisten” waar hij “wel respect voor heeft” zijn degenen die “strijd leverden tegen de fascisten” of “het verzet organiseerden”.... maar NOOIT het kapitalisme in vraag stelden, NA de oorlog.
Het economische alternatief
We willen de planning bevrijden uit de greep van het privé-eigendom. Dan wordt democratische controle mogelijk. Dan kan er een maatschappelijke discussie zijn over de doelstellingen van de productie. Dan kunnen we overproductie-crisissen en verspilling vermijden. En dan kan ook het milieu gerespecteerd worden. (p. 227 – uit “Op Mensenmaat”, een ander boekje van Peter Mertens)

...U spreekt van 'planning', maar hoe ver gaat die? Een planeconomie?
“Ik heb het dan niet over anarchistische arbeiderscontrole. En ik ga ook niet elk koekendoosfabriekske sturen. We pleiten bijvoorbeeld wel voor een Europees automobielbedrijf.”3
Dus Socialisme is voor Peter Mertens hetzelfde als Staatskapitalisme, en wel onder dictatuur van de burgerijk (aangezien hij zich verzet tegen dictatuur van het proletariaat....Om zich hierover niet duidelijk te moeten uitspreken (wat Marx dus wel doet!..) heeft hij het over zijn verzet tegen “het anarchistische arbeiderscontrole”.
Zijn voorbeeld van socialistische planeconomie, “Europees automobielbedrijf” legt hij ergens anders nog verder uit.
Eerst nog even dit:“Hoe marxistisch is PVDA anno 2009 nog?
Peter Merten:
Het marxisme is in het licht van de crisis heel actueel. Maar na een jaar discussie, met echte inspraak van onze leden, is besloten dat we het dogmatische karakter van vroeger inruilen voor een nieuwe, soepele lijn. We blijven ons verzetten tegen het kapitalisme, een systeem dat zweert bij maximale winst. Maar we zoeken wel naar hedendaagse toepassingen van Marx, ...
Pas die theorie eens toe op Opel Belgium.

Allereerst moeten er oplossingen komen voor het probleem hier en nu. Ik pleit voor een nationalisering van Opel door de Europese Commisie, zodat de fabrieken niet meer onderling moeten concurreren en afvloeiingen op de meest sociale manier worden gespreid. Europa moet trouwens plannen maken voor de hele autoindustrie, want je kan niet 20 miljoen auto's blijven produceren als je er maar 15 miljoen verkoopt.
Wat zeker kan en moet gebeuren, is een massale omschakeling naar de productie van betaalbare hybride auto's. In China bedraagt die productie over tien jaar al de helft. We moeten focussen op jobs in plaats van maar door te drammen over openbaar vervoer, zoals sp.a doet. Laatst zei iemand me: “Wat heb ik aan al die tramlijnen, als ik geen werk meer heb om naartoe te rijden?” 4
サ
Merk ook op dat zijn “socialisme” niet inhoudt een overgang van “wareneconomie” (hetgeen onder het kapitalisme de hoogst mogelijke vorm inhoudt van productie voor een koopkrachtige vraag) naar productie in functie van BEHOEFTE, waarbij de behoefte mobiliteit onder het kapitalisme “gelenigd” kan worden door de AANKOOP van een personenwagen tegenover een voor iedereen toegankelijk (onafhankelijk van inkomen of dus koopkracht) openbaar vervoer.
08:54 |, [De Morgen] 'PVDA beschouwt zich niet langer als extreem linkse partij', Walter Pauli.Peter Mertens: 'Wij blijven marxisten … De PVDA is niet meer stalinistisch of maoïstisch.'… blijf 'de kleine man' verdedigen, maar …niet langer met grote theorieën. Wel met concrete acties, in verstaanbare taal….Het is ook eenvoudiger om lid te worden. Je onderschrijft het politieke programma van de PVDA en je betaalt twintig euro lidgeld. … In de jaren negentig schreef Ludo Martens een hardnekkige verdediging van Stalin bijeen. Mertens: "We willen wel moderne communisten zijn en kiezen voor een andere aanpak in de toekomst. …'Wij zijn geen stalinisten.' …. Alleen heb ik met de Sovjet-Unie of China niets meer te maken. ..Zo heeft de PVDA niets te maken met het stalinisme of het maoïsme. … Ook het Cuba van Fidel Castro is voor ons geen rolmodel.
" Was - is - de PVDA ook geen revolutionaire partij? Mertens: "…Ik begrijp dat Nelson Mandela in de jaren zestig ooit geen andere uitweg zag dan de gewapende strijd. Maar de PVDA is niet extreem links: wij kanten ons tegen extremistisch geweld à la CCC of DHKP-C. … We mikken vooral op de revolutie met ideeën"5
Stalin mag niet meer gezien worden als een historisch revolutionair leider ( die – en DAT was het officiële PVDA-standpunt - op zijn minst het bestuderen waard is). Over Mao mag men zich ook niet meer zo uitlaten. Cuba en de Sovjet-Unie waren of zijn geen te bestuderen voorbeelden van socialisme. En China? China mag je als PVDA-lid of en kader wél als voorbeeld stellen als socialisme (wellicht NIET het China van de “misdadiger” Mao Zedong - Nationaal kader Peter Franssen heeft het wat vriendelijker over Mao de “gauchist”, de “utopisch socialist”)
Revolutionair geweld, wordt afgewezen en veroordeeld als zijnde terrorisme (revolutionair geweld wordt gelijkgesteld aan het provocatorisch terroristisch geweld van de CCC – waarvan het officiële PVDA-standpunt toen was: CCC=CIA)
Cuba “verdedigen” zoals liberalen als Louis Michel dat doen, is geen probleem voor Peter Mertens..
“Zo heb ik Cuba altijd verdedigd tegen al te simplistische aanvallen.'6 Maar Cuba verdedigen als "reëel bestaand socialisme" wordt door hem beschouwd wordt als uiting van dogmatisme.
“Maar die dogmatische reflex was er ook.
Peter Mertens. ‘Absoluut. Toen ik lid werd, was de Muur pas gevallen en vroeg iedereen zich af wat er allemaal precies was misgelopen in al die zogenaamde socialistische landen. Ik ben het nooit eens geweest met de stelling van Francis Fukuyama dat de geschiedenis voorbij was, dat het kapitalisme had gezegevierd. En bij de PVDA heb ik de verdediging gevonden van het reëel bestaande socialisme. Zo heb ik Cuba altijd verdedigd tegen al te simplistische aanvallen.'7
Maar wie datzelfde doet bij Noord-Korea: zoals Jef Bossuyt die met zijn persoonlijke reiservaringen Noord-Korea “verdedigde tegen al te simplistische aanvallen”
“Hij heeft zichzelf uit de partij gezet. Ik zat met stomme verbazing te kijken naar dat interview. Hij wist heel goed dat zijn standpunt niet dat van de partij is, en dat wie dat standpunt publiek verkondigt, zichzelf buiten de organisatie zet. Met dictaturen en dynastieën heb ik niets te maken. Niets. Ik heb twee boeken geschreven, waarvan meer dan 20.000 exemplaren zijn verkocht. Waarschijnlijk hebben een aantal opiniemakers en politici die boeken niet gelezen, anders zouden ze weten dat ik niet over buitenlandse regimes schrijf, maar over herverdeling anno nu.'8
Daarmee wordt gelijk duidelijk gemaakt dat “Hoe durven ze?” gewoon een boekje is over “herverdeling anno nu”, niets méér en niets minder”
Om één en ander duidelijk te stellen en de neuzen van de partijleden in één en dezelfde richting te zetten zal Peter Mertens op de website van de PVDA zélf, vertellen wat het partijstandpunt nu is over “socialisme” en over al dan geen “revolutie”
Het socialisme is de toekomst-maatschappij,.... die er ooit, ineens(?) gaat zijn. Hoe die er komt, hoe de PVDA daar de leidende kracht in gaat zijn, wie die zal realiseren, daar krijgen we geen antwoord op. Met welke “beginselvaste principes” is uiteindelijk de strategie opgebouwd, om tot die ideale toekomst-maatschappij te komen, daar hebben we het raden naar.
“Het socialisme 2.0 zal geboren worden (...)uit de noodzaak van vandaag, met de technologie en de verdeling van de rijkdom die we vandaag kennen. En voor dat socialisme zijn er een aantal grote lijnen.” Peter Mertens geeft er alvast vijf aan.
1. Samenleven met solidariteit als basis
Peter Mertens.(...) Wij willen een maatschappij waarvan solidariteit de basis is. Het is net omdat je solidariteit ontplooit dat je heel veel creatieve elementen kunt ontwikkelen die nu door het kapitalisme verspild worden. (...) Want hoeveel artiesten, intellectuelen, proffen, ingenieurs… zou je als maatschappij niet aan het werk kunnen zetten als iedereen de kans kreeg om zijn talenten te ontwikkelen?
Wanneer de gemeen-schap opnieuw controle krijgt over de productie – een hoog ontwikkelde productie met enorme mogelijkheden – dan zal de mens niet langer afhankelijk zijn van zijn sociale status, van zijn geërfde rijkdom, of van factoren buiten zichzelf, zoals vandaag het geval is. In het socialisme ben je afhankelijk van het enige waar een mens afhankelijk van zou mogen zijn, namelijk je eigen creativiteit, je eigen activiteit, je eigen zelfontplooiing. Dan pas kan de mens maker van zichzelf worden.9”
De “socialistische” maatschappij is dus een klassenloze maatschappij. Hoe verloopt de ontwikkeling van de huidige klasse-maatschappij naar een uiteindelijke klassenloze maatschappij? Hoe plant de PVDA om de klassen voorgoed af te schaffen? Geen antwoord. Ok, dan maar naar de volgende “grote lijn”.
2. Gemeenschappelijk erfgoed
Peter Mertens. De ecologische bronnen en de verzamelde kennis van de mensheid zouden moeten erkend worden als gemeenschappelijk erfgoed, dat niemand kan of mag monopoliseren uit eigenbelang, uit winstbejag of uit kortetermijnbelang. De allerbelangrijkste vormen van rijkdom behoren ons allen toe, het zijn gemeenschappelijke goederen die actief moeten beschermd worden, en beheerd worden tot nut van iedereen. (...) De klimaatontaarding is een maatschappelijk probleem, en kan niet worden opgelost binnen het keurslijf van privaat belang en jacht op maximale winst.
Ten tweede, alle aspecten van technologische vooruitgang in de geschiedenis van de moderne mens, sinds 10.000 jaar, heeft de mensheid doorgegeven van generatie op generatie. Bij de eerste technologische revolutie, de neolithische revolutie, was er niemand die eraan dacht op de uitvinding van het wiel te privatiseren of te patenteren. De technologische vooruitgang werd gedeeld, en ook generatie op generatie doorgegeven. De hele ontwikkeling van productieve krachten, van wetenschap, van onderzoek, enzovoort, heeft zich in de loop der eeuwen opgebouwd en die kennis is van de hele mensheid.
Hetzelfde geldt voor de recentste technologische revolutie. Alle ontwikkelingen die er geweest zijn, zijn in essentie de vrucht van historische kennis, maar ook van collectief onderzoek aan universiteiten, dat met gemeenschapsgeld is gefinancierd. Kijk naar het project van de deeltjesversneller in Genève. 6500 wetenschappers van 500 universiteiten uit 80 verschillende landen werken er samen, onder meer om het allerkleinste deeltje dat er bestaat, het Higgs-deeltje te vinden. Dat is een ongelooflijk collectief project dat de wetenschap vooruit duwt, en waarvan je de komende tientallen jaren op allerlei vlakken nog veel spin-offs zal zien.
De technologische ontwikkeling die we na WO II hebben gekend, wordt gedreven door de grote collectieve projecten en door wetenschappelijk onderzoek. Het kan niet dat dat geprivatiseerd wordt. Vandaag wordt al het wetenschappelijk onderzoek onmiddellijk gepatenteerd, met andere woorden: in een kooi gezet door een aantal grote aandeelhouders van multinationals. Niet met de bedoeling om het door volgende generaties verder te laten ontwikkelen, niet met de bedoeling om de klimaatontaarding tegen te gaan of het welzijn van de mensheid te bevorderen, maar alleen maar met de schriele bedoeling om zoveel mogelijk kortetermijnwinst te maken. Een socialisme van de 21ste eeuw zal ontstaan vanuit de erkenning dat gemeenschappelijk erfgoed collectief is en dat gemeenschappelijk onderzoek bevrijd is van dat keurslijf van de winst.10”
OK, die uiteindelijke socialistische maatschappij is er dus één op wereldschaal. Hoe komen we daar, gebeurt dit in stappen, eerst in bepaalde regios van de wereld, met of zonder rekening te houden met nationale grenzen? Wie weet het?
3. Vermaatschappelijken van sleutelsectoren
Peter Mertens. In de 21ste eeuw zullen we ook een debat moeten hebben over de belangrijkste economische sectoren die onze samenleving vorm geven. Dat debat bestaat al, hè. Alleen wordt het anders genoemd. De energiesector en de banksector, bijvoorbeeld, zijn sectoren die too big to fail zijn. Men bedoelt daarmee: als zo’n sector in duigen valt door het hele concurrentiemechanisme, is de maatschappelijke schade zo groot dat we ons dat helemaal niet kunnen permitteren. Wat is de huidige oplossing? Men redt die sectoren tijdelijk met ons belastinggeld om ze nadien zo snel mogelijk terug aan de privé te geven. Maar dat is natuurlijk geen fundamentele oplossing.
De enige consequente oplossing voor die sleutelsectoren die de economie dragen – die inderdaad too big to fail zijn – is ze “vermaatschappelijken”, ze in handen van de gemeenschap nemen. In onze visie moeten zij een soort moderne “commons” worden. Commons waren vroeger die ecologische bronnen die noch van de staat waren, noch van de privé. Ze waren van de hele samenleving.
Dat betekent niet alleen dat je die sectoren qua aandelenstructuur en qua eigendomsstructuur in handen brengt van de overheid, maar ook dat je een bestuur aanstelt dat transparant werkt, dat afzetbaar is. Publieke functies die niet kunnen worden gecumuleerd met functies in raden van bestuur van andere bedrijven. In dat bestuur kunnen ook geen politici zetelen.
Maar vooral: we moeten de doelstelling van dat soort sectoren veranderen. Het doel is dan niet meer om de aandeelhouders te bevredigen met rendementen van 12-13 procent. De doelstelling wordt dan om een publieke dienst te verlenen, de sectoren worden dus maatschappij-gedreven en niet meer winst-gedreven. In het geval van de energiesector: om op een duurzame manier energie te leveren aan de maatschappij. In het geval van de bankensector: om krediet te verlenen waar het nodig is, en niet om te speculeren op de beurs. Sectoren die het maatschappelijk belang dienen moeten in handen zijn van de maatschappij.11”
“De enige consequente oplossing voor die sleutelsectoren die de economie dragen ... is ze “vermaatschappelijken”, ze in handen van de gemeenschap nemen. In onze visie moeten zij een soort moderne “commons” worden. Commons waren vroeger die ecologische bronnen die noch van de staat waren, noch van de privé. Ze waren van de hele samenleving.
Dat betekent niet alleen dat je die sectoren qua aandelenstructuur en qua eigendomsstructuur in handen brengt van de overheid, maar ook dat je een bestuur aanstelt dat transparant werkt, dat afzetbaar is. Publieke functies die niet kunnen worden gecumuleerd met functies in raden van bestuur van andere bedrijven. In dat bestuur kunnen ook geen politici zetelen.”
Dus de sleutelsectoren moeten niet in handen komen van “de staat”, noch van “de privé” maar van “de hele samenleving” (wellicht de “wereldomvattende socialistische maatschappij”? -maar ja als we nu maar wisten hoe we DAAR in terecht konden komen?) En niet in handen van “de staat”, maar wél “ qua aandelenstructuur en qua eigendomsstructuur in handen van de overheid”, die (of “de samenleving”?) “een bestuur aanstelt dat transparant werkt, dat afzetbaar is. Publieke functies die niet kunnen worden gecumuleerd met functies in raden van bestuur van andere bedrijven. In dat bestuur kunnen ook geen politici zetelen” Wie zijn “de politici” in die wereldomvattende socialistische “samenleving”, Zitten die dan in “de overheid” die de “sleutelsectoren” TOCH al “in handen” heeft?
4. Democratie = echte inspraak.Peter Mertens. Wij hebben als mensheid op dit moment een punt bereikt dat we de technologie en het organisatievermogen hebben om ons doelen te stellen die we vroeger onmogelijk achtten. Het is perfect mogelijk om wereldwijd de honger uit te roeien. Men weet wat daarvoor moet gebeuren, men kent de kostprijs ervan. We hebben de technologie om het werkritme te verlagen, maar in plaats van die technologie voor ons te laten werken, werkt ze alleen voor de winstmachine en is de mens meer dan ooit slaaf van een hels ritme. Een heel belangrijke factor om dat alles om te draaien is democratie.
Een overgrote meerderheid van de bevolking moet dagelijks vernemen wat er beslist is over zijn job, zijn pensioen, zijn loon… (...), maar ze hebben nergens echt inspraak. Mensen als Ford-CEO Stephen Odell en Lakshmi Mittal kunnen ergens ver weg beslissen dat de ene mens zijn job verliest en de andere zijn job kan behouden. (...), maar we hebben er geen inspraak in. Nog nooit in de geschiedenis was er zo’n kleine groep – multinationals, industriëlen, de financiële lobby – die de echte controle heeft over de doelstellingen van de maatschappij en over de richting waarin die maatschappij gaat. En – we moeten het zeggen zoals het is – zij hebben daarvoor een heel grote groep beroepspolitici tot hun dienst, die steeds verder verwijderd zijn van het echte leven, die zoveel mogelijk beslissingen overhevelen naar de uitvoerende machten, en die actief trachten om de tegen-machten in de maatschappij te marginaliseren.
Socialisme zal gaan over échte vrijheid, over de vrijheid om keuzes te maken over de essentiële elementen van je leven en de vrijheid om vrij te zijn van zorgen over basisbehoeften. (…), om echt creatief te kunnen zijn en mee die samenleving te kunnen besturen.12”
In de toekomstige wereldomvattende socialistische maatschappij zal er dus (Peter Mertens garandeert het!) “democratie” zijn hetgeen “echte inspraak” inhoudt. Wellicht georganiseerd door die “overheid” die toch al alle sleutelsectoren in handen heeft (die nu “zoals vroeger” van de “hele samenleving” zijn – via die “democratie”?)
Peter Mertens die marxisme toepassen beschouwd als het weloverwogen Marx CITEREN om Marx als het ware de “juistheid” van de opvattingen van Peter Mertens te bewijzen willen wij een citaat van Marx niet onthouden:
“Tussen de kapitalistische en de communistische maatschappij ligt de periode van de revolutionaire verandering van de ene in de andere. Daarmee is ook de overeenstemming een politieke overgangsperiode, wier staat niets anders kan zijn dan de revolutionaire dictatuur van het proletariaat”.(Marx in “Kritiek op het programma van Gotha”, door Lenin geciteerd in “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky”)
Die “overgangsperiode”, wordt soms “de eerste fase van het communisme” of soms ook .....”socialisme” genoemd, door Marx, Engels, Lenin, enz....
En inzake “democratie” en “de meerderheid van de bevolking” zegt Peter Mertens (daar waar hij de PVDA “om heeft geturnd” tot een partij à la IIe Internationale - “zoals de BWP toen die nog socialistische principes had” zoals Peter Mertens op het 8 congres zei) eigenlijk gelijkaardige zaken als de “marxist” Kautsky... zodat we Marx, Engels én Lenin Peter Mertens van antwoord kunne, dienen:
Kautsky redeneert als volgt:
1) “De uitbuiters vormden steeds slechts een kleine minderheid van de bevolking” (blz. 14 van het boekje van Kautsky).
Dat is een onbetwistbare waarheid. Hoe moet men nu, uitgaande van deze waarheid, verder redeneren? Men kan als marxist, als socialist, redeneren. In dit geval moet men de verhouding tussen de uitgebuiten en de uitbuiters als grondslag aannemen. Men kan als liberaal, als burgerlijk democraat redeneren; dan moet men de verhouding tussen meerderheid en minderheid als grondslag nemen.
Wanneer men als marxist wil redeneren, dan moet men zeggen: de uitbuiters slagen er steeds in, de staat (en het gaat over de democratie, dat is: over één van de vormen van de staat) te maken tot een werktuig van de heerschappij van hun klasse, de klasse van de uitbuiters over de uitgebuiten. Derhalve zal ook de democratische staat, zolang er uitbuiters zijn, die over de meerderheid van de uitgebuiten heersen, onvermijdelijk de democratie van de uitbuiters zijn. De staat van de uitgebuiten moet tot in de grond van die staat verschillen. Hij moet de democratie van de uitgebuiten en de onderdrukking van de uitbuiters zijn; de onderdrukking van een klasse betekent echter niet de gelijkberechtiging van deze klasse, maar haar uitschakeling uit de ‘democratie’.
Wil men als liberaal redeneren, dan moet men zeggen: de meerderheid beslist, de minderheid onderwerpt zich. De ongehoorzamen worden gestraft. Dit is alles. Het heeft dus geen zin over het klassenkarakter van de staat in het algemeen en over ‘zuiver democratie’ in het bijzonder te redeneren; dit heeft niets met de zaak te maken, want meerderheid is meerderheid en minderheid is minderheid. Een pond vlees is een pond vlees en daarmee uit. En juist zó redeneert Kautsky:
2) “Op welke gronden is het nodig dat de heerschappij van het proletariaat een vorm, die niet verenigbaar is met de democratie, aanneemt en moet aannemen?” (blz. 21).
Dan komt een verklaring dat het proletariaat de meerderheid aan zijn zijde heeft, een verklaring die zeer omslachtig is en in allerlei bijzonderheden afdaalt, versterkt met citaten uit Marx en een verkiezingsstatistiek van de Commune van Parijs. De conclusie is dan:
Een bewind, dat zo stevig in de massa’s is verankerd, heeft niet de minste aanleiding om een aanslag te plegen op de democratie. Het zal het niet altijd buiten het geweld kunnen stellen, wanneer er zich gevallen voordoen dat geweld wordt gepleegd om de democratie te onderdrukken. Geweld kan alleen met geweld worden beantwoord. Maar een bewind dat weet dat de massa’s achter hem staan, zal zich alleen van geweld bedienen om de democratie te beschermen en niet om ze neer te slaan. Het zou werkelijk zelfmoord plegen, als het zijn zekerste fundering zou willen wegruimen, nl. het algemeen kiesrecht, een sterke bron van geweldig zedelijk gezag (blz. 22).
Men ziet: de verhouding tussen de uitgebuiten en de uitbuiters is uit de bewijsvoering van Kautsky verdwenen. Blijven alleen over: een meerderheid in het algemeen, een minderheid in het algemeen, een democratie in het algemeen, — de ons reeds zo wèl bekende ‘zuivere democratie’. Vergeet niet, dat dit gezegd wordt in verband met de Commune van Parijs. Laten we, om de zaak nog duidelijker te maken, aanhalen wat Marx en Engels over de dictatuur in verband met de Commune hebben gezegd:
Marx ... “Wanneer de arbeiders in de plaats van de dictatuur van de bourgeoisie hun revolutionaire dictatuur stellen... ten einde de tegenstand van de bourgeoisie te breken, dan geven zij de staat een revolutionaire en voorbijgaande vorm ... (Die Neue Zeit, XXXII, I. 1913/1914, blz. 40)”.
Engels ... “De partij, die in de revolutie heeft overwonnen, moet haar heerschappij handhaven door de angst, die haar wapens de reactionairen inboezemen. En indien de Parijse Commune zich niet van de autoriteit van een gewapend volk tegen de bourgeoisie zou hebben bediend, zou zij zich dan langer dan één dag hebben kunnen staande houden? Zouden wij haar niet omgekeerd kunnen verwijten dat zij zich te weinig van deze autoriteit heeft bediend?” (Ibidem, blz. 39).
Dezelfde ... Daar nu de staat toch slechts een voorbijgaande instelling is, waarvan men zich in de strijd, in de revolutie bedient om zijn tegenstanders met geweld er onder te houden, zo is het pure onzin, van de vrije volksstaat te spreken: zolang het proletariaat de staat nog gebruikt, gebruikt het hem niet in het belang van de vrijheid, maar om er zijn tegenstanders mee onder de duim te houden en zodra er van vrijheid sprake kan zijn, houdt de staat als zodanig op te bestaan”... (Brief aan Bebel, 28 maart 1875).
Tussen Kautsky aan de ene en Marx en Engels aan de andere kant is een afstand als tussen hemel en aarde, als tussen een liberaal en een proletarische revolutionair. De ‘zuivere democratie’, of de ‘democratie zonder meer’, waarover Kautsky spreekt, is niets anders dan een nieuwe druk van diezelfde ‘vrije volksstaat’, die door Engels ‘pure onzin’ is genoemd. Kautsky vraagt met de geleerdheid van een uitermate geleerde studeerkamerdomkop of met de onschuld van een tienjarig meisje — waartoe dient de dictatuur, zodra men de meerderheid heeft? Marx en Engels leggen het ons uit:
- om de tegenstand van de bourgeoisie te breken;
- vervolgens om de reactionairen schrik aan te jagen;
- verder om de autoriteit van het gewapende volk tegen de bourgeoisie een grondslag te geven;
- ten slotte om het proletariaat in staat te stellen zijn tegenstanders met geweld eronder te houden.
Kautsky begrijpt niets van die uitleg. Verliefd als hij is op de ‘zuiverheid’ der democratie, waarvan hij het burgerlijke karakter niet ziet, houdt hij met de uiterste ‘consequentie’ vol dat de meerderheid, zodra zij meerderheid is geworden, niet meer de ‘tegenstand’ van de minderheid behoeft te ‘breken’, ‘haar met geweld eronder te houden’, en dat het voldoende is losstaande gevallen van misgrijpen tegen de democratie te onderdrukken. Verliefd op de ‘zuiverheid’ der democratie, begaat Kautsky onwillekeurig dezelfde kleine fouten, die alle burgerlijke democraten altijd begaan: hij aanvaardt nl. de formele gelijkheid (die onder het kapitalisme door en door leugenachtig en huichelachtig is) als feitelijke gelijkheid. — ‘t Is maar een kleinigheid!
De uitbuiter kan niet de gelijke zijn van de uitgebuite.
Hoe onaangenaam deze waarheid voor Kautsky ook mag zijn, toch is ze de wezenlijke inhoud van het socialisme.
Nóg een waarheid: een werkelijke, feitelijke gelijkheid kan niet bestaan, zolang niet iedere mogelijkheid van uitbuiting van de ene klasse door de andere volkomen is opgeheven.
Men kan de uitbuiters met één slag, bij een gelukkige opstand in het centrum, of door een legeropstand verslaan. Maar met uitzondering van enkele uiterst zeldzame en bijzondere gevallen, kan men de uitbuiters niet met één slag uitroeien. Men kan niet met één slag alle grondeigenaars en alle kapitalisten in een of ander ietwat uitgestrekt land onteigenen. Bovendien: onteigenen alléén als juridische of politieke daad, lost de kwestie volstrekt nog niet op. Het is immers nodig de grondeigenaars en kapitalisten feitelijk van hun plaats te verdrijven en hen in werkelijkheid door een andere leiding, nl. samengesteld uit arbeiders, op de landgoederen en fabrieken te vervangen. Er kan geen gelijkheid zijn tussen de uitbuiters, die gedurende lange geslachten èn door hun opvoeding èn door hun rijkdommen èn door verworven gewoonten een afzonderlijke plaats hebben gekregen, — en de uitgebuiten, wier massa, zelfs in de meest vooruitstrevende en democratisch-burgerlijke republieken, onderdrukt, onwetend, onbeschaafd, vreesachtig en zonder samenhang is. De uitbuiters blijven nog lange tijd na de omwenteling onvermijdelijk in het bezit van een reeks van grote, feitelijke voorrechten: — hun blijft het geld (dat niet op één slag kan worden uitgeschakeld), enig, dikwijls een belangrijk bezit aan roerende goederen, relaties, ervaring in organisatie en administratie, de kennis van alle ‘geheimen’ (gebruiken, werkwijzen, middelen, mogelijkheden) van de administratie; — hun blijft een hogere ontwikkeling, het enge verkeer met het hogere technische personeel (bourgeois in levenswijze en ideologie); — hun blijft de onvergelijkelijk grotere ervaring in het krijgswezen (wat van groot belang is) enz. enz.
Als de uitbuiters slechts in één land worden neergeslagen (en dit is natuurlijk het meest voorkomende geval, want de gelijktijdige revolutie in een reeks van landen is een uiterst zeldzame uitzondering), dan blijven zij nog altijd sterker dan de uitgebuiten — dank zij hun machtige internationale relaties. Dat overigens een deel van de uitgebuiten of van de het minst verlichte middelboeren en handwerkslieden enz., achter de uitbuiters aanloopt en in staat is achter hen aan te lopen, is tot heden bewezen door alle revoluties, de Commune van Parijs niet uitgezonderd (want in het leger van Versailles waren ook proletariërs, wat de zeer geleerde Kautsky heeft ‘vergeten’).
Bij zulk een stand van zaken te veronderstellen dat bij een enigszins ernstige en diepgaande revolutie de zaak eenvoudig door de verhouding tussen meerderheid en minderheid wordt beslist, dat geeft blijk van een geweldige stompzinnigheid, een knielen voor ‘t vulgaire liberalisme; — dat betekent de massa’s bedriegen door een historische waarheid voor hen verborgen te houden. Deze historische waarheid is: in elke diepgaande revolutie bieden in de regel de uitbuiters een langdurige, hardnekkige, vertwijfelde tegenstand en behouden zij gedurende een reeks van jaren belangrijke voordelen op de uitgebuiten. Nooit, behalve dan in de zoetsappige verbeelding van de zoetsappige domoor Kautsky leggen zich de uitbuiters bij de beslissing van de meerderheid van de uitgebuiten neer, zonder dat zij hun kansen hebben aangegrepen om in een laatste vertwijfelde slag, in een reeks van gevechten hun overwicht te beproeven.
De overgang van het kapitalisme naar het communisme omvat een historisch tijdvak. Zolang dit niet zijn beslag heeft gekregen, blijft bij de uitbuiters onvermijdelijk de hoop op herstel van de oude toestand bestaan en deze hoop zal zich omzetten in pogingen om tot zulk een restauratie te geraken. Na de eerste ernstige nederlaag werpen zich de overwonnen uitbuiters, die hun val niet hadden verwacht — die er niet aan geloofden, die zich de gelijkheid daarvan nooit hebben kunnen voorstellen — met verdubbelde energie, met razende hartstocht en met een honderdmaal sterker geworden haat in de strijd, ten einde hun verloren ‘paradijs’ te herwinnen, ter wille van hun gezinnen, die zulk ‘n heerlijk leven hebben geleid en nu door het ‘gepeupel’ tot ondergang en armoede (of tot ‘eenvoudige’ arbeid) zijn veroordeeld. En achter de kapitalistische uitbuiters staat de brede massa van de kleine burgerij, die — naar de historische ervaring, gedurende tientallen van jaren in alle landen aantoont — aarzelt en wankelt — heden achter het proletariaat staat en morgen wordt afgeschrikt door de moeilijkheden van de omwenteling en bij de eerste keer dat de arbeiders geheel of gedeeltelijk worden geslagen, het hoofd verliest, zenuwachtig wordt, heen-en-weer rent, lamenteert, en van het ene kamp naar het andere overloopt, juist zoals onze mensjewieken en onze sociaal-revolutionairen dit doen.
Waar de zaken zo staan — in het tijdvak van de vertwijfelde, uiterst verscherpte strijd, nu de geschiedenis de kwestie van het zijn of niet-zijn van voorrechten, die honderden en duizenden jaren hebben bestaan, aan de orde stelt — te kletsen over meerderheid en minderheid, over de zuivere democratie, over de overbodigheid der dictatuur, over de gelijkheid tussen uitbuiters en uitgebuiten! Welk een bodemloze stompzinnigheid, welk een afgrond van bekrompenheid is daartoe nodig!
Maar tientallen jaren van betrekkelijk ‘vreedzaam’ kapitalisme, van 1871 tot 1914, hebben in de socialistische partijen, die zich aan het opportunisme hebben aangepast, een ware Augiasstal van kleinburgerlijkheid, benepen domheid en verraad opeengehoopt...13
Zo hebben “de tientallen jaren van betrekkelijk 'vreedzaam' kapitalisme” ... - ..in West-Europa (.....of België) alleen dan! - in sommige zich communistisch en marxistisch noemende partijen “een ware Augiasstal van kleinburgerlijkheid, benepen domheid en verraad opeengehoopt.”
5. Planning onder controle van de bevolking
Peter Mertens. Om de grote uitdagingen rond ecologie, democratie… aan te gaan, zullen we moeten plannen. Of eigenlijk moet ik zeggen: een aantal planningen zullen we moeten onttrekken aan de gesloten kamers van de raden van bestuur van multinationals. Want er wordt wereldwijd momenteel al enorm veel gepland, hè. Multinationals als Bayer of Unilever plannen van a tot z, op een ongeziene schaal: de ontginning van grondstoffen, het vervoer van grondstoffen, de verwerking van die grondstoffen, de afwerking van die producten, de distributie van die producten… Dat is een heel strikt gepland proces. Alleen gebeurt het achter gesloten deuren en dient ze geen maatschappelijke rationele doelstellingen om behoeften te bevredigen, maar enkel het winstbejag.(...)
Je ziet dus: de markt bepaalt de planning. En die planning is niet rationeel, niet ecologisch en ook niet sociaal. Waar we naartoe moeten gaan is een moderne, democratisch geplande economie onder controle van de bevolking.14”
De planning die nu binnen een wereldomvattende multinational toch reeds wereldomvattend gebeurt, moet onttrokken worden aan de raden van bestuur van de multinationals, en vervolgens moet er (wereldwijd waarschijnlijk) een moderne democratisch geplande economie komen onder controle van de bevolking, is de redenering van Peter Mertens.
Maar als een multinational iets plant is het wél de meest gunstigste UITBUITING van zijn wereldomvattend ingeschakeld werkvolk, om aan het eind van de rit zo'n maximaal mogelijke meerwaarde te kunnen realiseren (op moment dat de eindproducten VERKOCHT worden)
Een socialistische planeconomie houdt in - op basis van de onteigende productiemiddelen, grondstoffenwinning en alles wat met productie samenhangt én op basis van de macht van “de overheid”, NIET meer in handen van de burgerij maar van de “als staatsmacht georganiseerde arbeidersklasse” - het vaststellen van de echte reële BEHOEFTES, producten én de productiewijze ontwikkelen die hieraan beantwoorden, waarbij eenieder zal kunnen bijdragen door zijn of haar werk, waarbij de producten (of één of andere geregistreerde wijze) kunnen VERDEELD worden. (Als men toch wil weten wat Marx hierover zei, lees dan “Kritiek op het Gotha-programma” -ook wel op marx.org te vinden) De producten, de productiewijze,de grondstoffenwinning, de manier van distributie van producten zullen ontwikkeld worden vertrekkend van de bestaande producten en productiewijze én de vorm van distributie die "onteigend" worden na de revolutie door de "nieuwe staatsmacht". Bepaalde producten (die tenslotte onder het kapitalisme uitsluitend geproduceerd worden om te worden VERKOCHT door een koopkrachtige vraag om zo de tijdens de kapitalistische productiewijze in het product geïncorporeerde meerwaarde te REALISEREN) zullen gestopt worden omdat ze niet beantwoorden aan een reële vastgestelde BEHOEFTE. Nieuw ontwikkelde producten zullen hiervoor in de plaats komen. Wellicht wordt de personenwagen-productie (OOK die van de "hybride auto's", Peter!) totaal geconverteerd naar vervoersmiddelen van "openbaar vervoer", waar Peter van vindt dat er "niet moet over worden doorgedramd". Zo is de massaproductie van individueel te KOPEN personenwagen een typisch voorbeeld van "waren-economie" onder zijn hoogste vorm: de kapitalistische productie-wijze. Er is een min of meer koopkrachtige marktvraag van 800. miljoen potentiële kopers, maar blijven 5 miljard mensen zitten met hun BEHOEFTE aan mobiliteit, maar zonder genoeg inkomen om te KOPEN. En zo zal een productie van méér auto's dan koopkrachtige vraag, OVERPRODUCTIE zijn, hoewel er TE WEINIG producten zijn (in wat voor vorm dan ook) voor het lenigen van de "mobiliteits-behoefte".
Daar waar Peter Mertens bepaald dat iemand die Noord-Korea ook maar SUGGEREERD (omdat die Noord-Korea “verdedigd tegen al te simplistische aanvallen”) een “reëel bestaand socialisme”, “zichzelf buiten de PVDA plaatst”, kunnen PVDA-kaders het huidige (en dus alléén het POST-Mao-) China vrijuit als “reëel bestaand socialisme” bestempelen. (met Deng Xiaoping als “rolmodel”!). Meer hierover in een volgend artikel.
Hier ga ik eindigen met een citaat, en wel van Lenin. Peter Mertens strooit kwistig citaten van Lenin uit zijn “De linkse stroming, kinderziekte van het communisme” rond, om zijn voetvolk te mobiliseren voor de (verkiezings-, NIET klasse-)strijd voor stemmen en verkozenen. Awel zie hier een citaat (uit “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky” waar Lenin de vloer aanveegt met pseudo-marxisten als Peter Mertens (hier in de persoon van Kautsky)
"Kautsky redeneert als een typische kleinburgerlijke filister of als een achterlijke boer: is ‘algemeen Europese revolutie’ uitgebroken of niet? Is ze uitgebroken, dan is ook hij bereid revolutionair te worden! Maar dan, in het voorbijgaan gezegd, zal alle mogelijke gespuis, evenals de schoften, die zich zo nu en dan aan de zegevierende bolsjewieken willen opdringen, zich revolutionair gaan verklaren!
Is de revolutie evenwel nog niet uitgebroken, dan draait Kautsky haar de rug toe! Bij Kautsky is geen schijn of schaduw van een begrijpen van de waarheid, dat een revolutionaire marxist zich j
uist van de filisters en de kleinburgers hierin onderscheidt, dat hij het verstaat, aan de achterlijke massa’s de noodzakelijkheid van de rijpende revolutie te prediken, de onvermijdelijkheid ervan te bewijzen, het voordeel daarvan voor het volk te verklaren en het proletariaat en de gehele arbeidende en uitgebuite massa daarop voor te bereiden.15

 
1http://www.pvda.be/nieuws/artikel/interview-peter-mertens-tegen-brutale-ik-cultuur-van-het-neoliberalisme.html?utm_source=pvda2013-02-03&utm_medium=email&utm_content=html&utm_campaign=portalnewsletter
, 31 januari 2013, Interview Peter Mertens: tegen brutale ik-cultuur van het neoliberalisme, Overgenomen uit De Standaard (31/01/2013)
2 http://www.pvda.be/nieuws/artikel/de-standaard-interviewt-peter-mertens-over-hoe-durven-ze.html, “De Standaard interviewt Peter Mertens over ‘Hoe durven ze?’”. Interview overgenomen van De Standaard (17 december 2011). De Standaard, Joël De Ceulaer
3http://www.indymedia.be/nl/node/33405,”Peter Mertens: het gezicht van de PVDA”, Tom29 mei 2009 – 12:46
4 http://antwerpen.pvda.be/nieuws/article/gva-25-05-09-help-de-mensen-niet-de-banken.html, GvA 25-05-'09 :: “Help de mensen, niet de banken”, Lex Moolenaar (Gazet van Antwerpen)
5http://antwerpen.pvda.be/nieuws/article/de-morgen-pvda-beschouwt-zich-niet-langer-als-extreem-linkse-partij-1.html, 25 februari 2008
6http://www.pvda.be/nieuws/artikel/interview-peter-mertens-tegen-brutale-ik-cultuur-van-het-neoliberalisme.html?utm_source=pvda2013-02-03&utm_medium=email&utm_content=html&utm_campaign=portalnewsletter
, 31 januari 2013, Interview Peter Mertens: tegen brutale ik-cultuur van het neoliberalisme, Overgenomen uit De Standaard (31/01/2013)
7http://www.pvda.be/nieuws/artikel/interview-peter-mertens-tegen-brutale-ik-cultuur-van-het-neoliberalisme.html?utm_source=pvda2013-02-03&utm_medium=email&utm_content=html&utm_campaign=portalnewsletter
, 31 januari 2013, Interview Peter Mertens: tegen brutale ik-cultuur van het neoliberalisme, Overgenomen uit De Standaard (31/01/2013)
8 http://www.pvda.be/nieuws/artikel/interview-peter-mertens-tegen-brutale-ik-cultuur-van-het-neoliberalisme.html?utm_source=pvda2013-02-03&utm_medium=email&utm_content=html&utm_campaign=portalnewsletter
, 31 januari 2013, Interview Peter Mertens: tegen brutale ik-cultuur van het neoliberalisme, Overgenomen uit De Standaard (31/01/2013)
9http://www.pvda.be/nieuws/artikel/enkele-hoofdlijnen-van-het-socialisme-van-de-toekomst.html, 6 maart 2013, “Enkele hoofdlijnen van het socialisme van de toekomst”, Nick Dobbelaere
10http://www.pvda.be/nieuws/artikel/enkele-hoofdlijnen-van-het-socialisme-van-de-toekomst.html, 6 maart 2013, “Enkele hoofdlijnen van het socialisme van de toekomst”, Nick Dobbelaere
11http://www.pvda.be/nieuws/artikel/enkele-hoofdlijnen-van-het-socialisme-van-de-toekomst.html, 6 maart 2013, “Enkele hoofdlijnen van het socialisme van de toekomst”, Nick Dobbelaere
12http://www.pvda.be/nieuws/artikel/enkele-hoofdlijnen-van-het-socialisme-van-de-toekomst.html, 6 maart 2013, “Enkele hoofdlijnen van het socialisme van de toekomst”, Nick Dobbelaere
13 https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1918/1918renegaat.htm, “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky”, V.I. Lenin.Geschreven: 1918. Bron: Pegasus, Amsterdam 1935 (Als boek verschenen bij uitgeverij Communist, Moskou) - Beschikbaar gesteld door Koen Dille. Vertaling: Marx-Engels-Lenin Instituut. Deze versie: Spelling, zinsbouw en punctuatie. Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2007
14http://www.pvda.be/nieuws/artikel/enkele-hoofdlijnen-van-het-socialisme-van-de-toekomst.html, 6 maart 2013, “Enkele hoofdlijnen van het socialisme van de toekomst”, Nick Dobbelaere
15 https://www.marxists.org/nederlands/lenin/1918/1918renegaat.htm, “De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky”, V.I. Lenin.Geschreven: 1918. Bron: Pegasus, Amsterdam 1935 (Als boek verschenen bij uitgeverij Communist, Moskou) - Beschikbaar gesteld door Koen Dille. Vertaling: Marx-Engels-Lenin Instituut. Deze versie: Spelling, zinsbouw en punctuatie. Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, januari 2007