TEKST IN PDF TE DOWNLOADEN
N.av.
De verkiezingen die er in 2024 gingen komen schreef ik: “ Vanaf
het einde van de Tweede Wereldoorlog is er in heel de kapitalistische
wereld een sterke economische groei. Overal kon men makkelijk geld
lenen voor investeringen, want de afbetalingen waren goed te doen op
basis van de stijgende verkoop van de productie (door export) Daarom
was er een dalende percentage van de buitenlandse schuld van landen
op het Bruto Binnenlands Product. Dit veranderde vanaf 1974…. Sinds
1980 is de inzet van elke regering (van België, ….maar in
alle kapitalistische landen op een gelijkaardige manier ...):
inlevering op het loon, de financiering van de Sociale Zekerheid
“omleiden” naar steun en subsidie aan bedrijven, en een afbraak
en uitholling vàn die Sociale Zekerheid. Dit zal na de verkiezingen
in juni 2024 niet anders zijn. De
verkiezingscampagnes in in juni 2024 zullen
uiteindelijk gaan over de begroting (“de inkomsten”, “de
uitgaven”, en welk “tekort” er zal zijn), en waar bij iedere
partij in haar “verkiezings-campagne” hiervan haar “analyse”
zal maken, met haar “voorstellen” om dit tekort weg te werken….”
31-7-2023 Sinds 1980 is de inzet van elke regering: inlevering op het loon, de financiering van de Sociale Zekerheid “omleiden” naar steun en subsidies aan bedrijven, en een afbraak en uitholling vàn die Sociale Zekerheid. Dit zal na de verkiezingen in ‘24 niet ander zijn (Deel 4)
We
hebben (nu in 2026) de eerste besparingen al gekregen van de regering
De Wever &co, waaronder het verlies van werklozensteun na twee
jaar en de uitbreiding van de flexi-jobs en besparing in de
pensioenen.
Er
is bij “links” en in vakbondskringen enige euforie, omdat sommige
zaken (voorlopig) zouden zijn tegengehouden.
Maar
in het algemeen vindt men de doorgevoerde besparingen “onrechtvaardig
en eenzijdig”.
Waarbij
(ook bij “links” en ook in “vakbondskringen”) het vaststaat
dat er een “tekort” is, waarvoor “geld moet worden
gevonden”. Alleen nu zeggen die “nu niet meer bij de
werkers, maar nu bij ‘de vermogens΅.
Intussen
zegt de regering dat er NOG besparingen nodig zijn want omdat het
tekort nog zal vergroten. Ze wijst hier naar het Monitoringscomité.
Naast
wellicht nieuwe besparingen in de pensioenen, viseert men nu de
gezondheidszorg.
Dan
zijn er nog begrotingsbesprekingen en tekorten te dichten op het
niveau van Gewesten en Gemeenschappen. Daar zal men besparingen
zoeken in de “bevoegdheden” zoals onderwijs, mobiliteit,
ouderenzorg, “gezinsbudget” (kinderbijslag), enz …
Zowel
de politici, als alle commentatoren (zoals journalisten), maar ook de
vakbonden baseren zich op de gegevens van het Planbureau. Ook het
Monitoringscomité baseert haar analyses op de gegevens van het
Planbureau.
Dus
om zelf inzicht te krijgen, zocht ik de gegevens, data en cijfers bij
het Planbureau.
Wat
betreft de registratie van de economische gegevens daar, moet je
ervan uitgaan dat ze correct zijn. De burgerij wil tenslotte ook de
juiste gegevens hebben…..
De uitleg voor dit jaar kan men uitgebreid lezen in Economische begroting 2026-2027 – Economische vooruitzichten 2028-2031 – Juni2026
Onderaan staat de link om dit document te downloaden ... om dat dan rustig te kunnen lezen ...
De statistische gegevens van de opeenvolgende Economische Vooruitzichten vanaf 1996 kun je vinden op de site van het planbureau (zie afbeelding)
De gegevens vanaf 1996 tot aan de “voorspellingen” in 2031 kan men op de link Datas MLT -NL, in een Exceltabel downloaden
Het
Jaarlijks
verslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing van juli 2026
en
de cijfers
staan
op de site
Met
onderaan, ook weer, een link naar een excel-document …
en ook een link naar het verslag zelf
De gegevens tot 2026 (in de verslagen en Excel-documenten) zijn te beschouwen als geregistreerde waarden, de gegevens voor 2027 en later, worden “vooruitzichten” genoemd …. ( dit zou dan zijn op basis van de analyse van vroegere ontwikkeling van die waarden). Ik zou dus eerder spreken van “speculatie” dan van “vooruitzichten”, …. zoals een gokker op basis van vroeger resultaten een speculatie maakt over een toekomstige inzet of gok of zoals een “beursanalist” gokt op de ontwikkeling van een aandeel op basis van een analyse van vroegere resultaten
Over het begrip van “economische groei” (met “economische ‘krimp’ als “negatieve economische groei”)
“Economische
groei” in een land in een bepaald jaar is de “groei”
van het BBP van dat jaar t.o.v. het jaar ervoor.
DE
maatstaf in de burgerlijke economische analyse is “de economische
groei” van de economie van een land of zelfs een regio.
Om
die waarden van BBP over een periode van jaren en voor de landen in
de wereld te kunnen achterhalen kun je – zoals ik deed - googelen
op “GDP Gross Domestic Product historical data”
Waar je ook data in een excelwerkblad kunt downloaden. (klikken op EXCEL)
Gelijkaardige excelwerkbladen kun je bij de Wereldbank downloaden over schulden (“external debt”), export, import en netto-export (oftewel “handelsbalans”) enz…
Eenmaal
aan de data gekomen, die de burgerij ook gebruikt voor háár
“analyses”, om die dan te linken daarna (maar dan op een
gemanipuleerde , subjectivistische manier)aan “politieke
verklaringen”, “begrotingsmaatregelen ter beteugeling van
het tekort”, kon ik nu zelf het politiek beleid toetsen door
het maken van eigen analyse.
Hetgeen
ik dus ga doen, maar waarbij de lezer – nu ook beschikken over de
brongegevens – dit ook kan doen.
Een
eerste begin ….
“Economische groei” is de toename van het BBP vergeleken met het jaar ervoor
In
de analyses van de economen die zij maken voor de politici, en in de
aankondiging van begrotingsplannen wordt altijd het begrip
“economische groei” gehanteerd. Economische groei wordt
dan weergegeven in de “groei” die het Bruto Binnenlands Product
(BBP) van een jaar heeft t.o.v. het jaar ervoor.
Zo
is de weergave van het Bruto Binnenlands Product van in een
munteenheid zoals bijvoorbeeld de euro de cijfermatige weergave van
de economie in dat jaar.
Het
BBP van een bepaald jaar is de weergave, in bijvoorbeeld euro (dat
kan ook de dollar of de betreffende valuta van het land waarvan
sprake), van de hoeveelheid geproduceerde producten en diensten
in dat land, in dat jaar,
uitgedrukt in hun VERKOOPS-prijs.
Dus
alleen wat VERKOCHT is (in dat jaar) telt mee voor de bepaling van
het BBP van dat jaar. Producten die geproduceerd zijn in dat jaar,
maar nog niet verkocht (en nog in het magazijn liggen bv) tellen dus
niet mee voor de bepaling van het BBP in dat jaar.
IN
PRINCIPE kan het BBP van een bepaald jaar dus pas bepaald worden, NA
de afloop van dat jaar.
Dus
als economisten een “vooruitzicht” hebben op een
“economische groei” in een toekomstig jaar, doen ze een
“voorspelling” van wat het BBP “zou KUNNEN zijn”
in dat toekomstig jaar.
Zo
gebeurt het al dat “vooruitzichten” op een toekomstige
“economische groei” achteraf “bijgesteld”
moeten worden.
Zo
zie je in het tabelletje de “Vooruitzichten” in ‘22
op de groei (van het bbp) in ‘24, ´25, ‘26 en ´27. Vervolgens
van diezelfde jaren de “vooruitzichten” gemaakt in ´24,
´25 en ‘26. Je ziet ook hoe de “vooruitzichten”
uiteindelijk in ´26 “bijgesteld” moesten worden omwille
van de realiteit.
In
de excel-file die je dus op de website van het planbureau kunt
downloaden, kun je de verwerkte gegevens uit de respectievelijke
“vooruitzichten” van die jaren terugvinden.
Zo
vind je in “tabblad T01” de “kerncijfers
voor de Belgische economie”….. Op basis van die cijfers
daar maakte ik de volgende grafiek
Tegen deze achtergrond zou de groei van de wereldeconomie vertragen tot 2,8% in 2026 en vervolgens hernemen tot 3,2% in 2027. Op middellange termijn zou de groei net boven 3% blijven, wat beduidend lager is dan in de voorgaande decennia. Dat is vooral het gevolg van demografische veranderingen, zoals de vergrijzing, en van een lagere productiviteitsgroei.”
Hieruit blijkt dat de burgerlijke economen geen verklaring hebben voor het “blijvende lage niveau” van de “economische groei” … en tegelijk “blind” zijn (of het niet WILLEN zien) voor de afname van die groei WERELDWIJD en ONWEERSTAANBAAR.
Over hun argumenten voor het “stagneren van de economische groei”, namelijk ”de vergrijzing, en van een lagere productiviteitsgroei.” zeg ik:
ten eerste zijn dat flutargumenten ( kom ik nog op terug)
ten tweede met “vergrijzing” willen men zeggen “er moeten meer actieve mensen” en dus een hogere “werkzaamheid” zijn, hetgeen dan neerkomt op “de mensen hun uitkering (pensioen, werkloosheid, maar ook vergoeding bij ziekte ) afpakken”, of tenminste meer selectiviteit of/en voorwaarden inbouwen, om hen zo te DWINGEN om slecht betaalde fleixibele jobs aan te nemen.
Daarbij is “het opvijzelen van de productiviteit” gewoon een eufemisme voor het opdrijven van de uitbuitingsgraad.
Dit gaat de bedrijven bij gelijkblijvende productie méér winst opleveren … maar daarom gaan ze niet ineens meer verkopen en betekent dit dus niet automatisch “meer economische groei”
Waar burgerlijke economen blind voor zijn, had Marx al voorzien . Marx in Loonarbeid en kapitaal…. : “…..Naarmate tenslotte de kapitalisten door de hierboven geschetste beweging gedwongen worden reeds voorhanden reusachtige productiemiddelen op groter schaal uit te buiten en tot dit doel alle hefbomen van het krediet in beweging te zetten, in diezelfde mate komen de industriële aardbevingen steeds meer voor, waarbij de handelswereld zich slechts in stand houdt door een deel van de rijkdom, van de producten en zelfs van de productiekrachten aan de goden van de onderwereld op te offeren, in dezelfde mate nemen in één woord de crises toe. Zij worden reeds uit dien hoofde talrijker en heviger, omdat naarmate de hoeveelheid producten, dus de behoefte aan uitgestrekte afzetgebieden groeit, de wereldmarkt steeds meer inkrimpt, er steeds minder nieuwe markten ter uitbuiting overblijven, omdat elke vorige crisis een tot nu toe nog niet veroverde of door de handel slechts oppervlakkig uitgebuite markt aan de wereldhandel heeft onderworpen. Het kapitaal leeft echter niet alleen van de arbeid. Als een voornaam en tegelijk barbaars heerschap sleept het de lijken van zijn slaven met zich in het graf, gehele arbeiderscatacomben die in de crises ten onder gaan. Wij zien dus: Groeit het kapitaal snel, dan groeit nog veel sneller de concurrentie onder de arbeiders, d.w.z. des te meer nemen naar verhouding de werkgelegenheden, de levensmiddelen voor de arbeidersklasse af…..”
Door
vervolgens de instrumenten te gebruiken van het werkblad, kan ik
laten zien dat ten eerste de “economische groei” op de
langere termijn AFNEEMT ( zie fig) waarbij ten tweede er door de
economisten van het Planbureau met een roze bril een “toekomstige
economische groei” wordt voorzien. De ervaring leert (zie
hierboven) dat die “vooruitzichten” wellicht neerwaarts
zullen moeten worden bijgesteld: er is tenslotte géén akkoord en de
energieprijzen zullen niet dalen ….
De
“vooruitzichten” worden nog onwerkelijker als je de
gegevens van het werkblad van de “vergrijzing” erbij
voegt.
Zou kun je zien dat de economische groei in de “jaren ´60” gemiddeld BOVEN de 4% lag, maar dat na 1974 definitief de daling is ingezet.
Nu is het zo dat het plan “het tekort verkleinen door een politiek van economische groei te voeren” onzin is als je ziet dat de afname op langere termijn van de economische groei een wereldwijd fenomeen is, ten gevolge van de wetmatigheden van het kapitalisme.
Zo
in de “ons omringende landen”, Duitsland, Nederland en Frankrijk
Ja zelfs de BRICS ontsnappen hier niet aan
En China dan?
De gegevens van de Wereldbank over China tonen aan dat:
- ten eerste de gegevens VOOR 1978 geen inhoud hebben. Ze zijn op basis van gegevens (van volume) van producten die door de analisten van de Wereldbank dan wellicht “verbonden” zijn met “Verkoopprijzen”. Maar de socialistische planeconomie produceert en verdeeld niet in functie van “verkoopsprijzen” (die in feite de “ruilwaarden” zijn van de producten als “waren”), want een socialistische planeconomie is geen “wareneconomie” meer zoals het kapitalisme wel is (hierover elders meer ...)
- ten tweede doordat In 1978 in China opnieuw een (kapitalistische) “wareneconomie” werd ingevoerd, de groei van het BBP tot aan 1993 dan ook reeël is. Maar ook reeël is dat ook China op de langere termijn nu een daling kent van de groei. ...
Ook
is Latijns Amerika werd vanaf 1974 de daling van de groei op langere
termijn ingezet.
Het is opvallend dat de “vooruitzichten”(voor de jaren 2027-2031) zijn: een verdere vermindering. … hetgeen een beetje vloekt met de “vooruitzichten” op een (lichte) stijging van de groei.
Wat
zit er achter de wereldwijde “afname van economische groei”:
In
de waren-economie die het kapitalisme is, ontstaan er nu concreet
grenzen aan de markt, hetgeen resulteert in een globale daling in de
groei, scherpe concurrenten voor marktaandelen van de concurrent, die
tot afbouw van capaciteit wordt gedwongen, vooral op momenten van
ACUTE overcapaciteit
Zelfs
in de sector die gericht is in een mogelijke transitie weg van
fossiele brandstof ontsnapt de wareneconomie in de burgerlijke
maatschappij niet aan de wetmatigheden van het kapitalisme.
Zo
kun je lezen in ‘Wereldmarkt zonnepanelen krimpt dit jaar voor
het eerst in decennium’
De wereldwijde vraag naar zonnepanelen zal in 2026 voor het eerst in meer dan een decennium krimpen. De zonnepaneelproductie daalt naar 529 tot 624 gigawattpiek. Dat meldt marktonderzoeksbureau InfoLink.
In 2025 bedroeg de wereldwijde vraag nog 653 tot 706 gigawattpiek. De belangrijkste oorzaken van de terugval liggen bij een dip van de traditionele sterke markten China en de Verenigde Staten.
Enorme overcapaciteit
De Chinese zonne-energiesector kampt al jaren met enorme overcapaciteit en een vernietigende prijzenoorlog. De bezettingsgraad van polysilicium lag in 2025 gemiddeld rond de 44 procent, terwijl de piekbezetting in een maand slechts ongeveer 56 procent bereikte. Dit onderstreept de aanhoudende overcapaciteit.
De productie van wafers kende een bezettingsgraad van ongeveer 54 procent, terwijl de zonnepaneelproductie rond een bezettingsgraad van 47 procent bleef en in het dalseizoen zelfs onder de 40 procent zakte. De zonnecelproductie kwam tussen de stijgende kosten van upstream en downstream onder druk te staan. Het aanhoudende onevenwicht tussen vraag en aanbod in de tweede helft van 2025, verergerd door kostendruk door hogere zilverprijzen, werd duidelijk in het vierde kwartaal en zal naar verwachting van de marktanalisten tot in de eerste helft van 2026 doorwerken.
Of bij de VRT
Chinais voor ons klimaat het probleem én de oplossing: hoe zit dat?
(…)
De zonne-industrie kampt met overcapaciteit. Chinese fabrieken kunnen voor 1.200 gigawatt produceren, maar de wereld installeert "maar" voor 680. Zeker 40 bedrijven gingen failliet, de sector consolideert.
Enige gevolg is … een scherpere concurrentie
8 juli 2025 -Chinese overheid pakt prijzenoorlog zonnepanelen aan
China gaat hard optreden tegen de aanhoudende prijzenoorlog in de zonne-energiesector. Het ministerie van Industrie en Informatietechnologie neemt maatregelen om de ‘ongeordende concurrentie’ tegen te gaan.
Onderdeel van de maatregelen is het uitfaseren van de verouderde productiecapaciteit van zonnepanelen.
Speciale bijeenkomst
Het Chinese ministerie van Industrie heeft afgelopen week een speciale bijeenkomst georganiseerd met vooraanstaande fabrikanten uit de zonne-energiesector. Li Lecheng, hoofd van het ministerie, benadrukte dat de overheid bedrijven moet begeleiden bij kwaliteitsverbetering en ‘de geordende uitfasering van verouderde productiecapaciteit moet bevorderen’.
De bijeenkomst volgt op eerdere waarschuwingen in staatsmedia, waarbij de zonne-energiesector expliciet werd genoemd als problematisch. Vorig jaar zomer scherpte het ministerie de regels aan voor de bouw van nieuwe fabrieken in een poging de prijzenoorlog te stoppen.
Marktdruk
Chinese zonnepaneelfabrikanten kampen met aanzienlijke verliezen door overcapaciteit en een langdurige prijzenoorlog.
Bij autoproductie en staal is er duidelijk overcapaciteit, waarbij de overcapaciteit in de staal zelfs voor een deel wordt gelinkt aan de overcapaciteit bij de autoproductie
EUcar production declines further, 2026 uncertain: Eurofer(1 oct 2026)
The EU automotive industry, which consumes around 20% of European steel, will continue to reduce production this year, according to the European Steel Association – Eurofer.
Output will decline by 2.6% on-year in 2025, despite previous growth expectations, Kallanish notes. This would make 2025 the second year of decline in a row, after 2024 saw EU car production drop 9.7%.
Continued supply chain issues causing order delays, war-related disruptions, low consumer confidence and squeezed incomes due to persistent inflation and economic uncertainty have hampered activity. Nevertheless, there was a consistent improvement in EU car demand throughout 2023 and most of 2024, Eurofer notes.
“As a result, last year, new passenger car registrations rose slightly (+0.8%), reaching around 10.6 million units – still approximately 2.4 million units below pre-pandemic levels (13 million units in 2019),” the association says.
Spain continued to show positive market conditions (+7.1%). In contrast, declines were observed in France (-3.2%), Germany (-1%), and Italy (-0.5%).
According to the association, after a short-term recovery against the background of a low base of the past years, auto production has gone down again in 2025 due to a number of factors. The key ones are weak consumer demand, high inflation, falling real incomes and uncertainty around electric vehicles (EVs) and future environmental standards.
“The sector is particularly negatively affected by instability in foreign trade: new tariffs on European car imports announced by the US are creating additional pressure on the industry,” Eurofer observes. “In addition, the EU market is facing increasing pressure from Chinese EV manufacturers, while European companies’ own investments in this segment are being held back by a lack of charging infrastructure and regulatory uncertainty.”
A full recovery in global trade and external demand from major markets – particularly the US and China – now appears to be unlikely, given escalating global trade tensions, especially in light of US tariffs, the association adds.
A recovery in automotive sector activity – by 1.9% – is possible in 2026 but production volumes will remain far from 2019 levels. A return to stable growth is only possible if the macroeconomic situation improves, consumer confidence rises and trade tensions ease, Eurofer concludes.
De
verschuiving van auto’s op fossiele brandstof naar elektrisch
verandert niets aan de grenzen van de markt en dus aan de dreiging
van een overcapaciteit
De verkoop per jaar (o.a. door de regelmatige vernieuwing bij de verbruikers door het snel “verouderen” van het model bv door “overgang naar 5G” ….) van de smartphone blijft steken ONDER de 2 miljard smarthpones per jaar.
De grenzen aan de markt worden duidelijk in volgende grafiek( over verkoop en aantal verbruikers(=de markt)
Zo is er dan al een eerste mythe van de regering gesneuveld, dat van de mogelijkheid om “de economische groei genoeg te versterken zodat dit zou leiden tot een vermindering van het tekort”.
We zullen nu al de mythes, de fabeltjes, de desinformatie, en de leugens van de burgerij (en soms in de pers en soms bij “de linkse oppositie”) ontmaskeren. Dat in een volgend artikel.

















Geen opmerkingen:
Een reactie posten