11-10-2026

De bronnen van gegevens van de burgerij voor hun verhaal over “tekort op begroting verminderen door besparingen in sociale zekerheid en versterken van economische groei, door steun aan bedrijven”, ZELF onderzoeken

                    TEKST IN PDF TE DOWNLOADEN
N.av. De verkiezingen die er in 2024 gingen komen schreef ik: “ Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog is er in heel de kapitalistische wereld een sterke economische groei. Overal kon men makkelijk geld lenen voor investeringen, want de afbetalingen waren goed te doen op basis van de stijgende verkoop van de productie (door export) Daarom was er een dalende percentage van de buitenlandse schuld van landen op het Bruto Binnenlands Product. Dit veranderde vanaf 1974…. Sinds 1980 is de inzet van elke regering (van België, ….maar in alle kapitalistische landen op een gelijkaardige manier ...): inlevering op het loon, de financiering van de Sociale Zekerheid “omleiden” naar steun en subsidie aan bedrijven, en een afbraak en uitholling vàn die Sociale Zekerheid. Dit zal na de verkiezingen in juni 2024 niet anders zijn. De verkiezingscampagnes in in juni 2024 zullen uiteindelijk gaan over de begroting (“de inkomsten”, “de uitgaven”, en welk “tekort” er zal zijn), en waar bij iedere partij in haar “verkiezings-campagne” hiervan haar “analyse” zal maken, met haar “voorstellen” om dit tekort weg te werken….”
31-7-2023 Sinds 1980 is de inzet van elke regering: inlevering op het loon, de financiering van de Sociale Zekerheid “omleiden” naar steun en subsidies aan bedrijven, en een afbraak en uitholling vàn die Sociale Zekerheid. Dit zal na de verkiezingen in ‘24 niet ander zijn (Deel 4)

We hebben (nu in 2026) de eerste besparingen al gekregen van de regering De Wever &co, waaronder het verlies van werklozensteun na twee jaar en de uitbreiding van de flexi-jobs en besparing in de pensioenen.
Er is bij “links” en in vakbondskringen enige euforie, omdat sommige zaken (voorlopig) zouden zijn tegengehouden.
Maar in het algemeen vindt men de doorgevoerde besparingen “onrechtvaardig en eenzijdig”.
Waarbij (ook bij “links” en ook in “vakbondskringen”) het vaststaat dat er een “tekort” is, waarvoor “geld moet worden gevonden”. Alleen nu zeggen die “nu niet meer bij de werkers, maar nu bij ‘de vermogens΅.
Intussen zegt de regering dat er NOG besparingen nodig zijn want omdat het tekort nog zal vergroten. Ze wijst hier naar het Monitoringscomité.
Naast wellicht nieuwe besparingen in de pensioenen, viseert men nu de gezondheidszorg.
Dan zijn er nog begrotingsbesprekingen en tekorten te dichten op het niveau van Gewesten en Gemeenschappen. Daar zal men besparingen zoeken in de “bevoegdheden” zoals onderwijs, mobiliteit, ouderenzorg, “gezinsbudget” (kinderbijslag), enz …
Zowel de politici, als alle commentatoren (zoals journalisten), maar ook de vakbonden baseren zich op de gegevens van het Planbureau. Ook het Monitoringscomité baseert haar analyses op de gegevens van het Planbureau.
Dus om zelf inzicht te krijgen, zocht ik de gegevens, data en cijfers bij het Planbureau.
Wat betreft de registratie van de economische gegevens daar, moet je ervan uitgaan dat ze correct zijn. De burgerij wil tenslotte ook de juiste gegevens hebben…..

De uitleg voor dit jaar kan men uitgebreid lezen in Economische begroting 2026-2027 – Economische vooruitzichten 2028-2031 – Juni2026

Onderaan staat de link om dit document te downloaden ... om dat dan rustig te kunnen lezen ...
De statistische gegevens van de opeenvolgende Economische Vooruitzichten vanaf 1996 kun je vinden op de site van het planbureau  (zie afbeelding)
De gegevens vanaf 1996 tot aan de “voorspellingen” in 2031 kan men op de link Datas MLT -NL, in een Exceltabel downloaden

Het Jaarlijks verslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing van juli 2026 en de cijfers staan op de site 
Met onderaan, ook weer, een link naar een excel-document … en ook een link naar het verslag zelf


De gegevens tot 2026 (in de verslagen en Excel-documenten) zijn te beschouwen als geregistreerde waarden, de gegevens voor 2027 en later, worden “vooruitzichten” genoemd …. ( dit zou dan zijn op basis van de analyse van vroegere ontwikkeling van die waarden). Ik zou dus eerder spreken van “speculatie” dan van “vooruitzichten”, …. zoals een gokker op basis van vroeger resultaten een speculatie maakt over een toekomstige inzet of gok of zoals een “beursanalist” gokt op de ontwikkeling van een aandeel op basis van een analyse van vroegere resultaten

Over het begrip van “economische groei” (met “economische ‘krimp’ als “negatieve economische groei”)

“Economische groei” in een land in een bepaald jaar is de “groei” van het BBP van dat jaar t.o.v. het jaar ervoor.
DE maatstaf in de burgerlijke economische analyse is “de economische groei” van de economie van een land of zelfs een regio.
Om die waarden van BBP over een periode van jaren en voor de landen in de wereld te kunnen achterhalen kun je – zoals ik deed - googelen op “GDP Gross Domestic Product historical data”

Zo kom je dus bij de Wereldbank

Waar je ook data in een excelwerkblad kunt downloaden. (klikken op EXCEL)
Gelijkaardige excelwerkbladen kun je bij de Wereldbank downloaden over schulden (“external debt”), export, import en netto-export (oftewel “handelsbalans”) enz…

Eenmaal aan de data gekomen, die de burgerij ook gebruikt voor háár “analyses”, om die dan te linken daarna (maar dan op een gemanipuleerde , subjectivistische manier)aan “politieke verklaringen”, “begrotingsmaatregelen ter beteugeling van het tekort”, kon ik nu zelf het politiek beleid toetsen door het maken van eigen analyse.
Hetgeen ik dus ga doen, maar waarbij de lezer – nu ook beschikken over de brongegevens – dit ook kan doen.
Een eerste begin ….

“Economische groei” is de toename van het BBP vergeleken met het jaar ervoor

In de analyses van de economen die zij maken voor de politici, en in de aankondiging van begrotingsplannen wordt altijd het begrip “economische groei” gehanteerd. Economische groei wordt dan weergegeven in de “groei” die het Bruto Binnenlands Product (BBP) van een jaar heeft t.o.v. het jaar ervoor.
Zo is de weergave van het Bruto Binnenlands Product van in een munteenheid zoals bijvoorbeeld de euro de cijfermatige weergave van de economie in dat jaar.
Het BBP van een bepaald jaar is de weergave, in bijvoorbeeld euro (dat kan ook de dollar of de betreffende valuta van het land waarvan sprake), van de hoeveelheid geproduceerde producten en diensten in dat land, in dat jaar, uitgedrukt in hun VERKOOPS-prijs.
Dus alleen wat VERKOCHT is (in dat jaar) telt mee voor de bepaling van het BBP van dat jaar. Producten die geproduceerd zijn in dat jaar, maar nog niet verkocht (en nog in het magazijn liggen bv) tellen dus niet mee voor de bepaling van het BBP in dat jaar.
IN PRINCIPE kan het BBP van een bepaald jaar dus pas bepaald worden, NA de afloop van dat jaar.
Dus als economisten een “vooruitzicht” hebben op een “economische groei” in een toekomstig jaar, doen ze een “voorspelling” van wat het BBP “zou KUNNEN zijn” in dat toekomstig jaar.
Zo gebeurt het al dat “vooruitzichten” op een toekomstige “economische groei” achteraf “bijgesteld” moeten worden.

Zo zie je in het tabelletje de “Vooruitzichten” in ‘22 op de groei (van het bbp) in ‘24, ´25, ‘26 en ´27. Vervolgens van diezelfde jaren de “vooruitzichten” gemaakt in ´24, ´25 en ‘26. Je ziet ook hoe de “vooruitzichten” uiteindelijk in ´26 “bijgesteld” moesten worden omwille van de realiteit.
In de excel-file die je dus op de website van het planbureau kunt downloaden, kun je de verwerkte gegevens uit de respectievelijke “vooruitzichten” van die jaren terugvinden.
Zo vind je in “tabblad T01” de “kerncijfers voor de Belgische economie”….. Op basis van die cijfers daar maakte ik de volgende grafiek

Als argumentatie voor “vooruitzicht” van de “lichte groei-toename”na 2026 staat in de Economische Vooruitzichten van 2026: “…. gaat uit van een relatief snelle totstandkoming van een akkoord tussen de VS en Iran, gevolgd door een geleidelijk herstel van de productie en uitvoer in het Midden-Oosten. Dit sluit aan bij de marktverwachtingen voor de energieprijzen op korte termijn .
Tegen deze achtergrond zou de groei van de wereldeconomie vertragen tot 2,8% in 2026 en vervolgens hernemen tot 3,2% in 2027. Op middellange termijn zou de groei net boven 3% blijven, wat beduidend lager is dan in de voorgaande decennia. Dat is vooral het gevolg van demografische veranderingen, zoals de vergrijzing, en van een lagere productiviteitsgroei.”

Hieruit blijkt dat de burgerlijke economen geen verklaring hebben voor het “blijvende lage niveau” van de “economische groei” … en tegelijk “blind” zijn (of het niet WILLEN zien) voor de afname van die groei WERELDWIJD en ONWEERSTAANBAAR.
Over hun argumenten voor het “stagneren van de economische groei”, namelijk ”de vergrijzing, en van een lagere productiviteitsgroei.” zeg ik:
ten eerste zijn dat flutargumenten ( kom ik nog op terug)
ten tweede met “vergrijzing” willen men zeggen “er moeten meer actieve mensen” en dus een hogere “werkzaamheid” zijn, hetgeen dan neerkomt op “de mensen hun uitkering (pensioen, werkloosheid, maar ook vergoeding bij ziekte ) afpakken”, of tenminste meer selectiviteit of/en voorwaarden inbouwen, om hen zo te DWINGEN om slecht betaalde fleixibele jobs aan te nemen.
Daarbij is “het opvijzelen van de productiviteit” gewoon een eufemisme voor het opdrijven van de uitbuitingsgraad.
Dit gaat de bedrijven bij gelijkblijvende productie méér winst opleveren … maar daarom gaan ze niet ineens meer verkopen en betekent dit dus niet automatisch “meer economische groei”

Waar burgerlijke economen blind voor zijn, had Marx al voorzien . Marx in Loonarbeid en kapitaal…. : “…..Naarmate tenslotte de kapitalisten door de hierboven geschetste beweging gedwongen worden reeds voorhanden reusachtige productiemiddelen op groter schaal uit te buiten en tot dit doel alle hefbomen van het krediet in beweging te zetten, in diezelfde mate komen de industriële aardbevingen steeds meer voor, waarbij de handelswereld zich slechts in stand houdt door een deel van de rijkdom, van de producten en zelfs van de productiekrachten aan de goden van de onderwereld op te offeren, in dezelfde mate nemen in één woord de crises toe. Zij worden reeds uit dien hoofde talrijker en heviger, omdat naarmate de hoeveelheid producten, dus de behoefte aan uitgestrekte afzetgebieden groeit, de wereldmarkt steeds meer inkrimpt, er steeds minder nieuwe markten ter uitbuiting overblijven, omdat elke vorige crisis een tot nu toe nog niet veroverde of door de handel slechts oppervlakkig uitgebuite markt aan de wereldhandel heeft onderworpen. Het kapitaal leeft echter niet alleen van de arbeid. Als een voornaam en tegelijk barbaars heerschap sleept het de lijken van zijn slaven met zich in het graf, gehele arbeiderscatacomben die in de crises ten onder gaan. Wij zien dus: Groeit het kapitaal snel, dan groeit nog veel sneller de concurrentie onder de arbeiders, d.w.z. des te meer nemen naar verhouding de werkgelegenheden, de levensmiddelen voor de arbeidersklasse af…..”

Door vervolgens de instrumenten te gebruiken van het werkblad, kan ik laten zien dat ten eerste de “economische groei” op de langere termijn AFNEEMT ( zie fig) waarbij ten tweede er door de economisten van het Planbureau met een roze bril een “toekomstige economische groei” wordt voorzien. De ervaring leert (zie hierboven) dat die “vooruitzichten” wellicht neerwaarts zullen moeten worden bijgesteld: er is tenslotte géén akkoord en de energieprijzen zullen niet dalen ….
De “vooruitzichten” worden nog onwerkelijker als je de gegevens van het werkblad van de “vergrijzing” erbij voegt.

De “vooruitzichten met de natte vinger” worden nog hallucinanter als ik aan de gegevens van het Planbureau in de Excel-file( die maar teruggaan tot 1996) de gegevens toevoeg, die ik (ook in excel-files) ooit downloadde bij de Wereldbank (door dus te googelen op “GDP Gross Domestic Product historical data”)

Zou kun je zien dat de economische groei in de “jaren ´60” gemiddeld BOVEN de 4% lag, maar dat na 1974 definitief de daling is ingezet.
Nu is het zo dat het plan “het tekort verkleinen door een politiek van economische groei te voeren” onzin is als je ziet dat de afname op langere termijn van de economische groei een wereldwijd fenomeen is, ten gevolge van de wetmatigheden van het kapitalisme.

Zo in de “ons omringende landen”, Duitsland, Nederland en Frankrijk

...of in de EU in zijn geheel ( en dus na een groei rond de 5% gemiddeld in de jaren’69) ook de daling op de langere termijn na 1974 van boven 3% tot zo’n 1,5%

Ja zelfs de BRICS ontsnappen hier niet aan

En China dan?

De gegevens van de Wereldbank over China tonen aan dat:
- ten eerste de gegevens VOOR 1978 geen inhoud hebben. Ze zijn op basis van gegevens (van volume) van producten die door de analisten van de Wereldbank dan wellicht “verbonden” zijn met “Verkoopprijzen”. Maar de socialistische planeconomie produceert en verdeeld niet in functie van “verkoopsprijzen” (die in feite de “ruilwaarden” zijn van de producten als “waren”), want een socialistische planeconomie is geen “wareneconomie” meer zoals het kapitalisme wel is (hierover elders meer ...)
- ten tweede doordat In 1978 in China opnieuw een (kapitalistische) “wareneconomie” werd ingevoerd, de groei van het BBP tot aan 1993 dan ook reeël is. Maar ook reeël is dat ook China op de langere termijn nu een daling kent van de groei. ...

Ook is Latijns Amerika werd vanaf 1974 de daling van de groei op langere termijn ingezet.

Dat de afname van de groei een algemeen fenomeen van de huidige ontwikkeling van het kapitalisme en niet een Belgisch probleem en dus ook niet door Belgische politieke maatregelen op te lossen is, blijkt ook uit de weergave van de ontwikkeling van de netto-uitvoer (export min import), voor België, waar ieder jaar die netto-uitvoer een essentieel deel is van het BBP van België van dat jaar. Die grafiek kun je maken door de waarden in de tabel op tabblad T03 A.2 Bbp en belangrijkste bestedingscategorieën tegen lopende prijzen, de waarden van de goederen en diensten van de import af te trekken van die van de export.

Het is opvallend dat de “vooruitzichten”(voor de jaren 2027-2031) zijn: een verdere vermindering. … hetgeen een beetje vloekt met de “vooruitzichten” op een (lichte) stijging van de groei.

Wat zit er achter de wereldwijde “afname van economische groei”:
In de waren-economie die het kapitalisme is, ontstaan er nu concreet grenzen aan de markt, hetgeen resulteert in een globale daling in de groei, scherpe concurrenten voor marktaandelen van de concurrent, die tot afbouw van capaciteit wordt gedwongen, vooral op momenten van ACUTE overcapaciteit

Zelfs in de sector die gericht is in een mogelijke transitie weg van fossiele brandstof ontsnapt de wareneconomie in de burgerlijke maatschappij niet aan de wetmatigheden van het kapitalisme.
Zo kun je lezen in ‘Wereldmarkt zonnepanelen krimpt dit jaar voor het eerst in decennium’

De wereldwijde vraag naar zonnepanelen zal in 2026 voor het eerst in meer dan een decennium krimpen. De zonnepaneelproductie daalt naar 529 tot 624 gigawattpiek. Dat meldt marktonderzoeksbureau InfoLink.
In 2025 bedroeg de wereldwijde vraag nog 653 tot 706 gigawattpiek. De belangrijkste oorzaken van de terugval liggen bij een dip van de traditionele sterke markten China en de Verenigde Staten.
Enorme overcapaciteit
De Chinese zonne-energiesector kampt al jaren met enorme overcapaciteit en een vernietigende prijzenoorlog. De bezettingsgraad van polysilicium lag in 2025 gemiddeld rond de 44 procent, terwijl de piekbezetting in een maand slechts ongeveer 56 procent bereikte. Dit onderstreept de aanhoudende overcapaciteit.
De productie van wafers kende een bezettingsgraad van ongeveer 54 procent, terwijl de zonnepaneelproductie rond een bezettingsgraad van 47 procent bleef en in het dalseizoen zelfs onder de 40 procent zakte. De zonnecelproductie kwam tussen de stijgende kosten van upstream en downstream onder druk te staan. Het aanhoudende onevenwicht tussen vraag en aanbod in de tweede helft van 2025, verergerd door kostendruk door hogere zilverprijzen, werd duidelijk in het vierde kwartaal en zal naar verwachting van de marktanalisten tot in de eerste helft van 2026 doorwerken.

Of bij de VRT

Chinais voor ons klimaat het probleem én de oplossing: hoe zit dat?
(…)
De zonne-industrie kampt met overcapaciteit. Chinese fabrieken kunnen voor 1.200 gigawatt produceren, maar de wereld installeert "maar" voor 680. Zeker 40 bedrijven gingen failliet, de sector consolideert.

Enige gevolg is … een scherpere concurrentie

8 juli 2025 -Chinese overheid pakt prijzenoorlog zonnepanelen aan
China gaat hard optreden tegen de aanhoudende prijzenoorlog in de zonne-energiesector. Het ministerie van Industrie en Informatietechnologie neemt maatregelen om de ‘ongeordende concurrentie’ tegen te gaan.
Onderdeel van de maatregelen is het uitfaseren van de verouderde productiecapaciteit van zonnepanelen.
Speciale bijeenkomst
Het Chinese ministerie van Industrie heeft afgelopen week een speciale bijeenkomst georganiseerd met vooraanstaande fabrikanten uit de zonne-energiesector. Li Lecheng, hoofd van het ministerie, benadrukte dat de overheid bedrijven moet begeleiden bij kwaliteitsverbetering en ‘de geordende uitfasering van verouderde productiecapaciteit moet bevorderen’.
De bijeenkomst volgt op eerdere waarschuwingen in staatsmedia, waarbij de zonne-energiesector expliciet werd genoemd als problematisch. Vorig jaar zomer scherpte het ministerie de regels aan voor de bouw van nieuwe fabrieken in een poging de prijzenoorlog te stoppen.
Marktdruk
Chinese zonnepaneelfabrikanten kampen met aanzienlijke verliezen door overcapaciteit en een langdurige prijzenoorlog.

Bij autoproductie en staal is er duidelijk overcapaciteit, waarbij de overcapaciteit in de staal zelfs voor een deel wordt gelinkt aan de overcapaciteit bij de autoproductie

EUcar production declines further, 2026 uncertain: Eurofer(1 oct 2026)
The EU automotive industry, which consumes around 20% of European steel, will continue to reduce production this year, according to the European Steel Association – Eurofer.
Output will decline by 2.6% on-year in 2025, despite previous growth expectations, Kallanish notes. This would make 2025 the second year of decline in a row, after 2024 saw EU car production drop 9.7%.
Continued supply chain issues causing order delays, war-related disruptions, low consumer confidence and squeezed incomes due to persistent inflation and economic uncertainty have hampered activity. Nevertheless, there was a consistent improvement in EU car demand throughout 2023 and most of 2024, Eurofer notes.
“As a result, last year, new passenger car registrations rose slightly (+0.8%), reaching around 10.6 million units – still approximately 2.4 million units below pre-pandemic levels (13 million units in 2019),” the association says.
Spain continued to show positive market conditions (+7.1%). In contrast, declines were observed in France (-3.2%), Germany (-1%), and Italy (-0.5%).
According to the association, after a short-term recovery against the background of a low base of the past years, auto production has gone down again in 2025 due to a number of factors. The key ones are weak consumer demand, high inflation, falling real incomes and uncertainty around electric vehicles (EVs) and future environmental standards.
“The sector is particularly negatively affected by instability in foreign trade: new tariffs on European car imports announced by the US are creating additional pressure on the industry,” Eurofer observes. “In addition, the EU market is facing increasing pressure from Chinese EV manufacturers, while European companies’ own investments in this segment are being held back by a lack of charging infrastructure and regulatory uncertainty.”
A full recovery in global trade and external demand from major markets – particularly the US and China – now appears to be unlikely, given escalating global trade tensions, especially in light of US tariffs, the association adds.
A recovery in automotive sector activity – by 1.9% – is possible in 2026 but production volumes will remain far from 2019 levels. A return to stable growth is only possible if the macroeconomic situation improves, consumer confidence rises and trade tensions ease, Eurofer concludes.

De verschuiving van auto’s op fossiele brandstof naar elektrisch verandert niets aan de grenzen van de markt en dus aan de dreiging van een overcapaciteit

Bij bijvoorbeeld smartphones spreekt men nog niet van “overcapaciteit” maar zie je wel een scherper worden concurrentie waar er een “aftopping” van de groei van de verkoop. Dit is een gevolg van de grenzen van de markt. De mensen BLIJVEN niet kopen, zullen wellicht een nieuw model kopen ter vervanging, … maar ook gaat dit steeds trager naargelang de koopkracht verminderd door de politiek OVERAL tot opdrijven van de uitbuiting om een “eigen” groei te hebben, ten koste van elders door “competitiviteitsverhoging” die dat moet mogelijk maken.
De verkoop per jaar (o.a. door de regelmatige vernieuwing bij de verbruikers door het snel “verouderen” van het model bv door “overgang naar 5G” ….) van de smartphone blijft steken ONDER de 2 miljard smarthpones per jaar.

De grenzen aan de markt worden duidelijk in volgende grafiek( over verkoop en aantal verbruikers(=de markt)

Zo is er dan al een eerste mythe van de regering gesneuveld, dat van de mogelijkheid om “de economische groei genoeg te versterken zodat dit zou leiden tot een vermindering van het tekort”.
We zullen nu al de mythes, de fabeltjes, de desinformatie, en de leugens van de burgerij (en soms in de pers en soms bij “de linkse oppositie”) ontmaskeren. Dat in een volgend artikel.