05-09-2017

BEWUSTE dubbelzinnigheid op 5e PVDA-congres (1996), NIET opgemerkt door MEERDERHEID van leden, oorzaak van huidige degeneratie.

HYPOTHESE: Op basis van een niet als zodanig herkend DOGMATISME en dus niet bestreden, is het mogelijk dat een fractie of enkele kaders die bewust gekozen hebben voor de burgerij, een burgerlijke ideologie en burgerlijke lijn binnen brengen IN een communistische partij, geformuleerd in marxistisch klinkende frasen … en zo leden/kaders (die ideologisch “verblind” zijn door een hardnekkig dogmatisme) te “winnen” voor die burgerlijke lijn….. waardoor de voordien COMMUNISTISCHE partij van karakter veranderd.

Op EXTERNET VII, sprak Flor De Wit over de PCB(ML), die ook gekend was als “Clartè”, hetgeen eigenlijk de naam van hun blad was. De PCB(ML) was ontstaan uit de “groep rond Grippa” (eerst nog IN de KBP, maar later eruit gezet), die zelf een reactie was tegen het opkomend revisionisme in de KPB. Flor vertelde dat er in Wallonië vooral, een grote toeloop was van arbeiders en syndicalisten die, uit onvrede met de gang van zaken in de CPB/KPB, toetraden tot de PCB(ML). Met andere woorden, de PCB(ML) was op een bepaald moment goed ingeplant in de arbeidersbeweging. Toch bleef daar op een bepaald moment, niets meer van over. Ik vroeg aan Flor: “Hoe komt het dat van een stevige inplanting in de arbeiderswereld er op korte tijd niets meer van overgebleven is?
Flor; antwoordde kort: “Er is één hoofdoorzaak: ‘De drie Werelden-theorie’… en die pluim komt van Mao. “ Nu verschil ik een beetje van mening met Flor over het feit of “De Drie Wereldentheorie” echt door Mao Zedong is opgesteld…..volgens mij is die opgesteld door Deng Xiaoping. Maar we zijn het erover eens dat het een wangedrocht is van DOGMATISME. En of men dit zelf nu “maoisme” noemt of een “dogmatisch afwijking van wat het maoisme zou moeten zijn”, feit is, volgens mij, dat ALS de PCB (ML) ten onder is gegaan door een “dogmatisme dat men ‘maoisme’ zou KUNNEN noemen”, de degeneratie van de PVDA OOK een gevolg is van een “dogmatisme in de vorm van een ‘maoisme’ “. (Hier in Peking Review nr 51 (1975) een artikel OVER de PCB(ML) )



Hoe een burgerlijke lijn stap voor stap kon ontwikkelen IN de PVDA op basis van een BEWUST dogmatische (“maoïstische”) formulering? Door een ideologische “luiheid” bij het grootste deel van de leden, waar Ludo Martens nochtans tegen waarschuwde in “Tegen het liberalisme” in “Van Tien An Men tot Timisoara …. 
Op de uitgave van 2007 staat Nadine Rosa-Rosso niet meer vermeld

Partij van de revolutie” is een boek samengesteld uit de verschillende documenten (die als “voorstel” geschreven zijn door een tiental nationale kaders van die tijd) die op het Vijfde Congres na discussie en amendering, hun definitieve formulering kregen. Die verschillende documenten zijn “verwerkt” in de verschillende hoofdstukken (en delen van hoofdstukken) in het boek met begeleidende “bindteksten”.
Als auteurs/samenstellers zijn op het boek vermeld: Ludo Martens en Nadine Rosa-Rosso. Maar aangezien Ludo Martens rond de tijd van de samenstelling van het boek “Partij van de revolutie” (zoals nadrukkelijk “toegestaan” door het congres) meer bezig was met (en er ook meer aanwezig was in) Congo, én gezien de formulering en stijl van de tekst, heeft eerder “de tweede in de partij”, Boudewijn Dekkers de rol van ghost-writer vervuld. (Een nog te vervolledigen “versie” online van Partij van de revolutie)
De invloed van Boudewijn Dekkers is goed te merken…… algemene marxistisch-klinkende frasen en dubbelzinnige formuleringen moeten de onderling tegenstrijdige stellingen, analyses, en “taakstellingen” maskeren. Ik merkte dit toen ik pas laattijdig (in 1997 of zoiets) mij het boek aanschafte en het pas ongeveer in 1999 goed ben beginnen te bestuderen. Ik was aanwezig op het 5e congres(!) en in het begin lijkt het wel juist “te beantwoorden aan de geest van het congres”, zeg maar... (alleen wat algemeen geformuleerd,…. ) Totdat je merkt dat bepaalde zaken weggelaten worden, gewoon verzwegen en bepaalde zaken als prioritair worden gesteld … en er blijkbaar een bepaalde lijn wordt binnengebracht in de partij…. die NA het congres meer en meer de overhand zou krijgen en de andere “aandachtspunten” gewoon “wegdrukte”.....Soms twijfel je dan over jezelf, omdat je blijkbaar de enige bent die dit ziet en aanbrengt…
OPM: Natuurlijk kun je Nadine Rosa-Rosso (op het 5e congres benoemd als algemeen secretaris en “mede-auteur” van Partij van de revolutie) nalatigheid verwijten, in de zin dat ze de “liquidatie-lijn” die Boudewijn Deckers er heeft laten ‘insijpelen” niet opgemerkt en niet bestreden heeft.
De inzet van het 5e congres werd in Partij van de revolutie aldus geformuleerd:

hoofdstuk 1 De organisatie van een partij van het Bolsjewistische type
De overwinning of de nederlaag van de revolutie en de toekomst van het socialisme hangt voornamelijk af van de politieke lijn van de communistische partij. Zonder politieke lijn is het onmogelijk de revolutie naar de overwinning te leiden. (…)
Door het organisch werk wordt de politieke lijn een materiële kracht. (….)

Hier wordt gesteld alsof iedereen weet wat “de politieke lijn” is van de PVDA…. en dat die aanwezig is. De meeste partijleden (ook ik tot pakweg 1999 – ik zal dit later uitleggen) aanvaard(d)en automatisch deze formulering. Nu, volgens mij is “de politieke lijn van de PVDA” in eerste instantie het fundamenteel PROGRAMMA van de PVDA. En dat is – omdat er nooit een vernieuwing is geweesthet programma van 1979, oftewel het congresdocument van het Eerste (oftewel Stichtings-) Conges. (https://docs.google.com/document/d/1JOdQiIglbUYSycHalNHhwdKYQ8oovLYwYAH5m07xV1k/edit?usp=sharing) In de partij (het stond – en staat nog? – in de statuten dat ieder partijlid het moest kennen, en propageren) werd er altijd “melding” gemaakt van “het programma” …. maar waarvan (sinds 1987 – sinds het boek “Glasnost en Perestroika” van Gorbatschov – dit leg ik OOK later nog uit) IEDEREEN in de partij veronderstelde dat het “eigenlijk verwees naar het nog te vernieuwen programma … dat echter nooit vernieuwd is geworden”.
Ik beschouw dit nu als een vorm van DOGMATISME (waar ik mezelf ook ideologisch van heb moeten bevrijden)

Nu, wat betreft “politieke lijn van de PVDA” staat in het boek “Partij van de revolutie”:

Binnen de Partij van de Arbeid van België is er een grote eensgezindheid over beslissende politieke vraagstukken die tal van organisaties uit elkaar hebben doen spatten.
Deze eensgezindheid is tot stand gekomen doorheen ruime debatten: de resultaten ervan zijn vastgelegd in definitieve documenten.
De revolutionaire moraal; Partij en Front; De partijopvatting; De crisis in de revolutionaire beweging in West-Europa, dateren van 1983.1
Dat laatste kende een vervolg in de strijd tegen de “zes dissidenten” in 1990. het boek Van Tien An Men tot Timisoara bevat de neerslag ervan.2
De analyse van de ontaarding van de Sovjet-Unie is opgetekend in USSR,de fluwelen contrarevolutie.3 De verdediging van de grote revolutionaire periode in de Sovjet-Unie vormt het onderwerp van Een andere kijk op Stalin.4
De analyse van het kapitalisme en de syndicale strategie worden ontwikkeld in De Generale Maatschappij en De Tijd staat aan onze kant5.
De principes van de nationaal-democratische revolutie in de Derde Wereld zijn te lezen in Tien jaar revolutie in Kongo.
De analyse van de huidige en internationale situatie vindt men terug in de 1 mei-toespraken van 1989-1995.
De partij in haar geheel en de kaderploeg in het bijzonder, zijn één gebleven en de marxistisch-leninistische standpunten werden versterkt tijdens de heftige anti-communistische campagne van 1989-1992.

Ten eerste is hier een opsomming van de documenten van de verschillende congressen, BEHALVE die van het eerste, dat nochtans het belangrijkste document betreft waarover “politieke eenheid” zou moeten zijn: het PROGRAMMA (1979). In die zin is, spreken van “een grote eensgezindheid”, al aangeven dat er een probleem is, STATUTAIR MOESTEN al deze documenten GEKEND, GEASSIMILEERD zijn en TE GEBRUIKEN (in propaganda, agitatie of voor concrete analyse “van het moment”)!
Ten tweede is er, wat betreft politieke eenheid in de partij blijkbaar toch een probleem; In feite is het CENTRALE probleem gesteld op het Vijfde Congres om DRINGEND op te lossen:

De fundamentele analyses, waarvan de essentiële stellingen niet worden gecontesteerd, zijn uitgewerkt door een erg beperkt aantal kaders.
De eenheid rond de lijn is soms formeel en de vermelde documenten werden niet altijd voldoende geassimileerd.
Terzelfder tijd kan men in bepaalde sectoren een langzame, bijna onmerkbare, ideologische en politieke verrotting vaststellen.(...)
Sommige sectoren van de partij worden routinematig geleid zonder krachtige revolutionaire geest. De kaders en de leden worden er niet consequent opgevoed in het marxisme-leninisme, krijgen geen diepgaande kritiek op hun werk, noch hulp om hun zwakheden te overwinnen. Dat alles houdt risico' s in voor de toekomst. Als het in die sectoren begint te branden, zullen er kaders van elders moeten komen blussen.
(...)
We moeten de tendensen tot liberalisme, laksheid en liquidationisme onder de kaders, zoals beschreven staat in het boek Van Tien An Men tot Timisoara niet onderschatten6.
In de partij bestaat er een potentiële liquidatiestroming, die heeft zich vanaf de jaren tachtig sluipend en ongemerkt genesteld. Ze kan opnieuw de kop opsteken, zodra de partij moeilijke momenten doormaakt of wanneer er ernstige problemen opduiken.
Het gebrek aan verantwoordelijkheidszin en aan discipline, het rechts opportunisme en het bureacratisme kunnen zich onder andere ontwikkelen omdat sommige kaders, door hun politieke passiviteit en stilzwijgen, toelaten dat de situatie verrot.
De zaak van de anti-partijgroep in 1989-1990 heeft bewezen dat er sinds een aantal jaren een gevaarlijke laksheid ontwikkeld. (...)

De eenheid rond de lijn is soms formeel en de vermelde documenten werden niet altijd voldoende geassimileerd”… Hier wordt het centrale cruciale probleem van het Vijfde Congres zèlf geformuleerd in een vage, DOGMATISCHE vorm. En iedereen weet, of DENKT te weten wat “de lijn” dan inhoudt … maar NERGENS is melding van het meest essentiele punt van “de lijn”: Het fundamenteel programma of het document van het EERSTE congres, want nog niet vernieuwd...
Het hele 2e congres in 1983 is gegaan over die “potentiële liquidatiestroming”!
Daarom is het merkwaardig dat Hoofdstuk 1 De organisatie van een partij van het Bolsjewistische type, verder gaat met door te stellen

Ook al heeft onze partij nog talrijke politieke zwakheden, ons belangrijkste probleem is de organisatorische achterstand.

En zo wordt in typisch Boudewijn Deckers ’’vage” formulering, gesteld:

1. Voor een bolsjewistische leiding
(...)
Onze partij is opgericht is opgericht in september 1970, toen het besluit werd genomen om een marxistisch-leninistische organisatie op te richten, waarvan de hoofdtaak zich in de arbeidersklasse moest situeren.

Boudewijn Deckers maakt van "Partij van de revolutie" ipv een door IEDER lid als COMMUNIST te assimileren richtlijn ... tot een "handboek voor kaders" ... om "leiding te geven aan massa 'lid-kaart-leden'

Er worden voorwaarden gesteld aan kaders, gemengd met wat de voorwaarden zijn voor IEDER lid van een communistische partij. Zo wordt het boek “Partij van de revolutie” niet meer een “door IEDER LID te bestuderen en te assimileren CONGRES-document” maar eerder een soort “handleiding voor partij-KADERS

Slechts door de hoofdtegenstelling te definiëren en resultaten af te dwingen, kunnen de kaders een greep hebben op de realiteit. Zo kan de wil en de vastberadenheid van de kaders, om de partij efficiënt en met gezag te leiden, worden afgemeten.
Als wij ons verliezen in details, als wij op onrealistische wijze een groot aantal te realiseren punten aangeven, zaaien wij enkel verwarring. De militanten zullen willekeurig het een of ander punt nemen, dat in ieder geval niet zal worden verwezenlijkt in de gegeven verwarring. De inspanningen naar alle kanten zullen geen enkel resultaat opleveren, geen enkele beslissende verandering. Te veel secundaire doelstellingen aanwijzen, heeft als practisch resultaat dat de essentiële doelstelling niet wordt bereikt.
Wanneer wij een realistische planning opmaken, moeten we de hoofdtegenstelling aanduiden en de details laten vallen. De militanten kunnen dan hun inspanningen daarop concentreren en successen boeken. Wanneer wij ons op de essentie toespitsen, kunnen de kaders leiden, controle uitoefenen en de zaken in de hand houden….
(…)
Om communist te worden, moeten we het leven en de strijd in de fabrieken, de werkplaatsen en de volkswijken kennen. We moeten de uitbuiting kennen van de volksmassa's in de Derde Wereld en hun verzet. Deze twee realiteiten zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en moeten samen bestudeerd worden.
Alle intellectuelen worden door de burgerij opgevoed in een elitaire ideologie. Hun levens- en werkomstandigheden zijn gemakkelijk of op zijn minst doenbaar. Hun maarschappelijke situatie maakt hen heel ontvankelijk voor de politieke en ideologische leugens waarmee de burgerij hen onophoudelijk overspoelt om hen te binden aan haar “democratische” systeem, “het beste in de hele wereld”.
Men moet bewuste en soms moeilijke inspanningen doen om die 'ideologische omsingeling' te doorbreken, om zich onder de arbeiders en werkers en onder de massa's in de Derde Wereld te begeven, om van hen te leren. Eerst moeten we hun levens- en werkomstandigheden leren kennen, dan kunnen we ook leren van hun strijdervaringen. (...)
Om communist te worden moeten de jongeren zich onder de arbeiders begeven, deelnemen aan hun strijd, sociale enquêtes doen.(…)
Een communist moet in de eerste plaat een revolutionaire klassepositie verwerven. Dat betekent, naast een definitief engagement aan de zijde van de uitgebuite arbeiders en werkers, eveneens een keuze voor de revolutionaire klassenstrijd en een inzicht in de fundamentale veranderingen in de revolutionaire strijd.

Zijn de KADERS “de communisten ...”, of heeft “de communisten ….” betrekking op ALLE partijleden die door lid te worden van de PVDA duidelijk erkennen “dat zij communist willen worden”?

In de OORSPRONKELIJKE (besproken en gestemde) congres-documenten heeft men het over wat de verplichtingen zijn van IEDER lid van de communistische partij. ( in AL de congresdocumenten van AL de congressen is dat duidelijk ook zo)
Maar de vermelde vaagheid is door BOUDEWIJN DECKERS in het boek “Partij van de revolutie” ingebracht: Het continu hebben over “de verplichtingen van de KADERS”, waarbij wordt “gesugereerd” dat die verplichtingen niet in dezelfde mate kunnen worden afgedwongen bij “gewone leden”…. Dat Boudewijn Deckers hiermee een duidelijke bedoeling heeft(had) zal verderop duidelijk worden...

Naar document van 5e congres (1996) "Omvorming van wereldopvatting" - dat ook al stond in "Van Tien An Men tot Timisoara" (1992) - dat verwijst naar de COMMUNISTISCHE identiteit van IEDER LID, wordt NA congres NOOIT meer gerefereerd

Vervolgens in een heel apart hoofdstuk, het document dat geschreven is als voorstel voor het congres door Ludo Martens, over noodzakelijke “omvorming van wereldopvatting”, niet “als opdracht voor de kaders” maar als essentieel voor IEDEREEN die communist wil worden en lid van een communistische partij. Dit document dat moet opgenomen worden, want het is een gestemd congresdocument (en is ook nog een tekst die voorkomt in het boek “Van Tien An Men tot Timisoara”, - en wel het hoofdstuk “tegen het liberalisme” - dus al lang VOOR het 5e congres) is een beetje een probleem voor Boudewijn Deckers. Want het gaat in tegen zijn bedoeling om een onderscheid te maken tussen kaders en gewone leden. De goede lezer zal dan ook tegenstellingen zien tussen wat er in DIT hoofdstuk staat en op ander plaatsen in andere hoofdstukken geschreven is…. En in feite (dat heb ik impliciet aangegeven in …06-05-15 Resolutie van 1999: van "Partij van de revolutie" naar "Partij van verkiezingscampagnes") heeft Boudewijn Deckers zèlf ideologische problemen met dit hoofdstuk. Je zou kunnen zeggen dat hij omwille van de “partijopvatting” zoals die uit het hoofdstuk “Omvorming van wereldopvatting” spreekt, in 1997 ontslag nam als partij-kader én als partijlid, en dat hij werd “overgehaald” werd (door Herwig Lerouge) om terug lid te worden wanneer dat de ideologie die uit “hoofstuk III, deel 3. De massalijn...” spreekt, toonaangevend zou worden in de PVDA. Dit gebeurde door de Resolutie van 1999.
Het congresdocument van het 5e congres - dat al VOOR het congres bepalend was voor de “communistische identiteit” bij ALLE leden …..maar waar zeker NA 1999 NOOIT meer over werd gesproken:

5. Omvorming van wereldopvatting
De omvorming van de wereldopvatting, de kritiek op de burgerlijke opvattingen en het verwerven van een proletarische wereldopvatting zijn fundamentele zaken voor iedere communist, en dat gedurende zijn hele leven.
Iedereen die geboren wordt en die in een kapitalistische maatschappij leeft draagt daarvan de kenmerken mee in zijn wereldopvatting. Al duizenden jaren hebben de verschillende uitbuitende klassen hun dictatuur aan de maatschappij opgelegd. De oude feodale, burgerlijke en kleinburgerlijke opvattingen wegen zwaar door op het bewustzijn. Iedere revolutionair moet bijgevolg lange en zware inspanningen leveren om zich te ontdoen van individualistische en egoïstische opvattingen die eigen zijn aan de uitbuitende klassen, en om zijn leven volledig ten dienste te stellen van de partij, van de arbeidersklasse en de revolutie.
Deze radicale omvorming vereist hardnekkige, volgehouden en dikwijls pijnlijke inspanningen waaraan niemand kan ontsnappen. In een maatschappij die gebaseerd is op uitbuiting, wordt niemand als communist geboren. Zelfs iemand die lange tijd voor het communisme gevochten heeft, kan nog omslagen, wanneer hij op een bepaald moment in zijn leven zijn omvorming verwaarloost. De wereld verandert, nieuwe uitdagingen dienen zich aan, de kenmerken van de strijd veranderen: iedee communist moet zich omvormen om nieuwe omstandigheden het hoofd te kunnen bieden. Naarmate onze partij een zekere politieke en organisatorische consolidatie heeft gekend, is de omvorming van wereldopvatting voor veel leden een abstract gegeven geworden en werken zij niet systematisch meer aan de omvorming van hun wereldopvatting, doorheen de studie, het werk en de dagelijkse praktijk.
De partij voert een vastberaden ideologische en politieke strijd met de kameraden die lid willen worden, opdat zij zouden breken met de meest voorkomende burgerlijke opvattingen. Maar lid worden van de partij is slechts het begin van een lang proces van omvorming. Men wordt evenmin een deskundig technicus, economist of chirurg door een ingangsexamen af te leggen. Op dezelfde manier moet men minstens tien jaar bewuste en volgehouden inspanningen leveren om zijn communistische opvoeding te vervolmaken, algemene revolutionaire kennis op te doen en standvastige posities te verwerven. Zijn oude opvattingen, gewoontes en tekortkomingen overwinnen, is een lang en moeilijk proces. Strijd voor echte omvorming gebeurt niet zonder pijn. Daarover moet men constant zijn fouten bekritiseren, de strijd tussen twee lijnen voeren en zelfkritiek beoefenen. Dat fundamentele punt wordt in theorie wel erkend, maar vaak onderschat of afgevoerd. Bij nieuwe kaders beklemtonen we te weinig dat ze moeten breken met een aantal vastgeankerde burgerlijke en kleinburgerlijke gewoontes, net een verkeerde houding ten opzichte van de werkende bevolking, met het vooruitzicht op een “normale” burgerlijke toekomst en carrière. Men kan geen communisten vormen als men die breekpunten probeert te vermijden of te verzachten. Alleen door die lastige breekpunten te trotseren en te verwerken, vormt een communist zijn karakter.
De omvorming van de wereldopvatting eist speciale inspanningen van de kaders. Tot op het einde van zijn leven moet een communistisch kader er zich op toeleggen zijn kennis en zijn vaardigheden te verbeteren en zijn ideologische en politieke zwakheden te corrigeren.

Om de door het congres bepaalde en geconstateerde problemen inzake ideologisch en politieke eenheid en de daarmee verbonden “taakstelling voor de kaders” ( en blijkbaar niet voor IEDER LID…..) te komen, wordt in hoofdstuk 3 de strategie opgesteld om die problemen aan te pakken en op te lossen. … en blijkbaar vormen die “vier assen” een eenheid, ze moeten tegelijk doorgevoerd worden.

Hoofdstuk 3 Vier assen om de partij te rectificeren
  1. De verantwoordelijkheidszin van de kaders verhogen
    1. De verantwoordelijkheid van de hoogste kaders
(...)
Het zijn de massa's die de revolutie maken. Maar het hangt van de revolutionaire capaciteit van de partij en voornamelijk van haar leidende kern of de revolutie op het gunstige moment de macht zal kunnen veroveren.
De revolutionaire massa's kunnen zich maar inzetten als zij geleid worden door een echt revolutionaire leiding. Wanneer dergelijke leiding ontbreekt, zal de revolutie mislukken. (...)
De communistische kaders moeten lessen trekken uit al deze fouten en hun verantwoordelijkheid volledig opnemen.
(...)
Toch stopt de klassenstrijd niet omdat kaders verstoppertje spelen. De klassenstrijd ontwikkelt zich onophoudelijk. Als het proletariaat er niet optimaal op voorbereid is, dragen de kleinburgerlijke deserteurs daar een grote verantwoordelijkheid voor.(…)
Lenin zegt: "Het proletariaat strijdt en zal verder blijven strijden om de vroegere macht te vernietigen. Heel zijn propaganda, zijn agitatie, zijn organisatie en zijn mobilisatiemachine zijn daarop gericht. Als het er niet in slaagt de macht volledig te vernietigen, zal het op zijn minst een gedeeltelijke vernietiging beogen, maar het zal dergelijke partiële actie nooit positief voorstellen om de steun van het volk te vragen. Men steunt effectief een daadwerkelijke strijd van hen die het maximum proberen te bereiken (en die in geval van mislukking het minimum bereiken). Maar men steunt geen opportunisten die al op de doelstellingen afknibbelen, nog voor de strijd is begonnen.7 De revolutionaire klassenstrijd is de echte motor van de geschiedenis. De hervormingen zijn een nevenresultaat van de strijd en drukken slechts mislukte pogingen uit om deze strijd te verzwakken, minder scherp te maken. (...) De eerste doctrine is materialistisch, de tweede idealistisch. De eerste is revolutionair, de tweede reformistisch. De eerste vormt de basis voor de tactiek van het proletariaat in de kapitalistische landen, de tweede voor de tactiek van de burgerij. (...) Uit de eerste visie volgt de revolutionaire, autonome tactiek van de voorhoedeklasse. In geen enkel geval kunnen we onze taken beperken tot steun aan de meest verspreide ordewoorden van de hervormingsgezinde burgerij. We voeren een onafhankelijke politiek en stellen slechts ordewoorden voor die hervormingen nastreven die onbetwistbaar de belangen van de revolutionaire strijd dienen en die onbetwistbaar de onafhankelijkheid, het bewustzijn en de strijdbaarheid van het proletariaat verhogen. Alleen deze tactiek laat ons toe de hervormingen te neutraliseren die van boven komen, zij zijn altijd dubbelzinnig, altijd schijnheilig en steeds vol valstrikken van burgerij en politie. (...) In de praktijk is het juist door deze revolutionaire, onafhankelijke, massale en verbeten klassenstrijd dat hervormingen worden afgedwongen. (...) Door onze ordewoorden te vermengen met deze van de hervormingsgezinde burgerij, verzwakken we de revolutionaire zaak, en bijgevolg ook die van de hervormingen, want we verminderen zo de onafhankelijkheid, de onverzettelijkheid en de kracht van de revolutionaire krachten.”8

De hoogste kaders zijn een verantwoordelijk voor de opleiding van de kaders en dus voor de toekomst van de partij.

1.2. De fundamentele houding om zijn verantwoordelijkheid op te nemen
Die kan in vier punten worden samengevat.
1. Zich omvormen om de sleutelproblemen op te lossen.
2. Zich volledig inzetten voor de partij.
3. Volledig verantwoordelijk zijn voor een sector en medeverantwoordelijk voor het geheel.
4. Intensief werken en kwaliteit afleveren. (...)
1.3. De partij leiden
(...)
1.3.1 De partijlijn uitwerken
(…)
De kaders zijn volledig verantwoordelijk voor de uitwerking van de partijlijn op een welbepaald domein.(..)
De lijn uitwerken, dat is wetenschappelijk werk verrichten, partijwerk en praktisch werk.

De “partijlijn uitwerken”, wat anders kan dat zijn dan …. het fundamenteel programma herzien of/en actualiseren? Het is typisch voor Boudewijn Deckers dat hij vaag en onduidelijk is. Zo LIJKT het of “er gezegd wordt wat er gezegd moet worden”, maar je weet toch nooit zeker of het wel zo is als je denkt dat het is….. maar je durft er niet aan te twijfelen ,”want het is toch duidelijk”? Ik weet niet hoe het met u is, maar toen het voor duidelijk werd …. moest ik gelijk denken aan “De kleren van de keizer

  1. De politiek op de commandopost stellen
2.1. De politieke vraagstukken moeten centraal staan in het partijleven
De politiek en tactiek centraal stellen in de strijd, betekent: het marxisme-leninisme integreren in de enquêtes en in het onderzoek over de huidige realiteit.
De partijleden eisen dat de hoogste kaders systematisch onze marxistisch-leninistische lijn uitwerken, door de realisatie van fundamentele analyses, van resoluties over het geheel, van tactische resoluties en door de systematisering van ervaringen.
De leiding schrijft dikwijls praktische richtlijnen, maar zelden werkt zij een politieke nota uit die toelaat de zienswijze van de kaders fundamenteel te veranderen.
De mobilisatie is zelden politiek en ideologisch in de werkelijke betekenis van het woord, dit wil zeggen overtuigend meningen en gewoonten bekritiseren die in de partij ingeworteld zijn en die de belangrijkste rem op het werk vormen.
Op het Centraal Comité zijn de debatten over verschillende politieke visies onvoldoende aan de orde. De discussies handelen dikwijls over organisatorische en ideologische kwesties. (...)
en revolutionaire geest hebben, betekent voor een kader: zijn politieke standpunten over alle belangrijke kwesties op nationaal en internationaal vlak naar voor brengen.
De kameraden die in de fabrieken werken, zijn elke dag verplicht om te antwoorden op de vragen van de arbeiders. Zij zijn verplicht om hun kennis te gebruiken om een zo goed mogelijk antwoord te kunnen geven, ook al zijn ze niet vertrouwd met de materie.
De vorming over de politieke lijn aan de basis is onvoldoende.

De politiek op de commandopost stellen” wordt dan ….”De politiek en tactiek centraal stellen in de strijd” … we zullen verderop zien waarom Boudewijn Deckers dit doet, dit is géén “verspreking” of “een nuancering”, maar een BEWUST gekozen formulering!

2.2. Vechten tegen het spontaneïsme
(...)
Het spontaneïsme duikt vooral op onder de vorm van reformistische stromingen, die zich soms hevig kanten tegen de kwalen van de kapitalistische maatschappij, zonder de economische en politieke fundamenten in vraag te stellen. (…)
Een communistisch standpunt vereist een hoge graad van bewustzijn bij de uitwerking van theoretische, politieke en organisatorische stellingen.
De hele werking van een communistische partij moet geïnspireerd zijn door de plicht alle vormen van klassenstrijd te leiden, om ze verder te ontwikkelen tot de socialistische revolutie en de omverwerping van de dictatuur van de burgerij en tot de instelling van het socialisme, dankzij de dictatuur van het prolerariaat.
In Wat te doen? Heeft Lenin duidelijk de verhouding bepaald tussen de spontane anti-kapitalistische strijd en de rol van de communistische partij.
“Hoe groter de spontane geestdrift van de massa's (...) hoe sneller de noodzaak zich voordoet van een hoge graad van bewustzijn in het theoretische, politieke en organisatorische werk van de sociaal-democratie”9 “Ofwel gaat men door de knieën voor de spontaniteit van de beweging, dat betekent dat men de rol van de sociaal-democratie herleidt tot de rol van een gewone dienaar van de bestaande arbeidersbeweging (...) ofwel aanvaardt men dat de massabeweging ons nieuwe theoretische politieke en organisatorische taken oplegt, die veel complexer zijn dan de taken waarmee men zich tot voor het verschijnene van de massabeweging tevreden kon stellen.”10
Talrijke Russische sociaal-democraten missen initiatief en energie, hun propaganda, agitatie en politieke organisatie reiken niet ver, zij hebben geen 'plannen' om het revolutionaire werk breder aan te pakken.”11 “Om in de ogen van de publieke opinie een politieke kracht te worden (...) moet men met taaie volharding werken om ons bewustzijn, onze zin voor initiatief en onze energie te verhogen.”12
(...)
In de strijd tegen het spontaneïsme legde Lenin vooral de nadruk op de cruciale rol van een strikte organisatie. Die organisatie is zowel nodig om al diegenen die een bijdrage willen leveren aan de strijd voor het socialisme te verenigen en te disciplineren, als om zich te beschermen tegen de vernietigende activiteiten van de vijand.
“De spontane strijd van het proletariaat zal pas een werkelijke 'klassenstrijd' van het proletariaat worden als ze geleid wordt door een sterke revolutionaire organisatie.”13
Wij hebben een tekort aan manschappen, omdat er geen leiders zijn, geen politieke cheffen, geen organisatorische talenten die tegelijk een breed, gecoördineerd en harmonisch werk aankunnen, zodat we alle krachten, zelfs de minst betekenenden, kunnen inschakelen.”14
“De strijd tegen de politieke politie vereist juist bijzondere eigenschappen, hij eist beroepsrevolutionairen.”15 “Voor de militanten van onze beweging is het enige ernstige principe op het vlak van de organisatie: strikte geheimhouding, de strengste keuze van de leden, opleiding van beroepsrevolutionairen.”16
(…)
In onze partij manifesteert het spontaneïsme zich ook op het politieke vlak onder de vorm van het rechts-opportunisme en van economistische en reformistische lijnen.
Het economisme is de politieke lijn die beweert dat de revolutionaire krachten en het revolutionaire bewustzijn zich voornamelijk ontwikkelen door het opdrijven en radicaliseren van de economische strijd. Dat is de lijn van he economisme, het ouvrierisme en het anarcho-syndicalisme. Die lijn verwaarloost onze essentIële communistische taken: een marxistisch-leninistische politiek en tactiek uitwerken, die onder de brede massa verspreiden, de invloeden van de sociaal-democratie bekampen en een sterke communistische partij, het essentiële wapen voor de revolutie, opbouwen.
Het reformisme is de politieke lijn die uitgaat van een eerlijke verontwaardiging over het onrecht en over de uitbuiting. Het stort zich in allerlei gevechten om iets te doen aan de kwalen van de burgerlijke maatschappij, zonder echter de fundamenten van die maatschappij zelf in vraag te stellen. (...)
Het spontaneïsme in de partij neemt dezelfde politieke lijn aan als de radicale reformisten in de linkervleugel van de sociaal-democratie. (…)

2.3. Vechten tegen het intellectualisme
(…)
In de breuk tussen de theorie en de praktijk kunnen het meest intellectualisme en het meest verwerpelijke reformisme elkaar vinden. Om de geradicaliseerde massa's weg te houden van de socialistische revolutie, zei Emile Vandervelde in 1923: “De dictatuur van het proletariaat, ja, door het vuur en in het bloed als het moet, maar ...” En zijn “maar” drukt uit dat hij helemaal niet de bedoeling heeft om naar de praktijk over te gaan.17
Wij doen vaak grote inspanningen om de schandalige plannen van de burgerij te beschrijven, om aan te tonen hoe gewelddadig, onmenselijk en verwerpelijk de vijand is, om te voorspellen met hoeveel kracht en geweld hij het proletariaat zal aanvallen. Maar dat alles heeft nog niet te maken met het marxisme-leninisme. Het proletariaat weet dat allemaal, het maakt het dagelijks mee. De specifieke opdracht van de communisten bestaat erin de tegenaanval voor te bereiden, mobiliserende initiatieven te ontwikkelen, realistische strijdplannen te ontwerpen, precieze ordewoorden naar voor te schuiven.

Het is door de vage niet-scherpe formulering niet zo duidelijk, maar eigenlijk wordt hier gesteld dat het prioritair gaat om het opstellen van een revolutionaire strategie om dan de organisatieprincipes en lidmaatschapvoorwaarden op te stellen IN FUNCTIE VAN en in OVEREENSTEMMING van die revolutionaire strategie (en DAAR gaat het in “Wat te doen?” eigenlijk dan ook over…)
Vervolgens wordt er gesproken over ‘de derde as”….

  1. Het bureaucratisme bestrijden, de banden met de massa's versterken
    1. De massalijn
      (…) 
      Mao formuleerde de massalijn met de volgende woorden: “In al het praktische werk van onze partij gaat alle juiste leiding noodzakelijkerwijze 'van de massa's, naar de massa's'. Dit betekent: neem de ideeën van de massa's (verspreide en onsystematische ideeën) en concentreer ze (verander ze in geconcentreerde en systematische ideeën door ze te bestuderen), ga dan naar de massa's en verbreid en verklaar deze ideeën tot de massa's ze als hun eigen ideeën in zich opgenomen hebben. Houd eraan vast en zet ze om in actie, en test de juistheid van deze ideeën in zulke actie. Concentreer dan nogmaals de ideeën van de massa's en ga weer naar de massa's, zodat in de ideeën wordt volhard en ze worden doorgevoerd. En zo verder, telkens opnieuw in een eindeloze spiraal, terwijl de ideeën telkens juister vitaler en rijker worden.”18 (…)De partij is het essentiële instrument dat de massa's de mogelijkheid biedt om zich bewust te worden van hun historische belangen en zich te organiseren om de macht te grijpen.Men moet de plaats van de massa's en die van de partij in het revolutionaire proces correct beoordelen. Het bureaucratisme, net zoals het avonturisme of het terrorisme, draait de rollen om. Mao heeft gezegd: “Het volk, en alleen het volk, is de drijvende kracht bij het maken van de wereldgeschiedenis.”19 “De massa's zijn de werkelijke helden, terwijl wijzelf dikwijls kinderlijk en onwetend zijn; zonder dit te begrijpen is het onmogelijk zelfs maar de meest rudimentaire kennis te vergaren.”20 “De massa's beschikken over een onbegrensde creatieve kracht. Zij kunnen zich organiseren en zij zijn in staat om hun inspanningen op alle terreinen te richten.”21 (….)Wij leren niet systematisch aan de jongeren en de nieuwe leden dat “de bolsjewieken mensen van de massa's zijn”, dat men een agitator moet zijn, de mensen moet meetrekken, discussiëren en overtuigen, dat men een organisator moet zijn, contacten moet leggen met zoveel mogelijk mensen en die contacten moet onderhouden. Het aantal kranten dat per militant verkocht wordt, toont goed onze zwakte op dit terrein.Wij hebben kaders die al twintig jaar kwalitatief agitatiewerk verrichten, die mensen aan het werk zetten, recruteren... maar wij hebben geen cursussen, geen handboeken, geen scholen waar de basis dit elementaire werk kan leren. De massalijn moet aangeleerd worden en de ervaringen op het vlak van agitatie en rekrutering moeten doorgegeven worden.
Hier LIJKT het of er gerefereerd wordt naar het hoofdstuk “Omvorming van wereldopvatting”, met het citaat dat “de bolsjewieken mensen van de massa’s zijn”. Maar Ludo Martens gebruikte dat citaat hèèl anders dan Boudewijn Deckers….:

Een communist vormt zijn wereldopvatting om door banden aan te knopen met de massa's, met het doel hen te winnen voor de revolutionaire ideeën.
In de jaren dertig zei men graag dat een bolsjeviek een man van de massa's was. Op de werkende massa's steunen, hen opvoeden, de juiste ideeën en voorstellen onder hen opsporen en concentreren, diegenen die aarzelen proberen te overtuigen, dat is altijd een fundamentele werkmethode van de communisten geweest. Op die manier kan men de massa's revolutionariseren en zichzelf omvormen. De massa's maken de geschiedenis wanneer ze geleid worden door een authentieke voorhoedepartij. Ook op ogenblikken dat de massa's overspoeld worden met reactionaire ideeën, moeten de communisten voortdurend en geduldig onder hen werken om ideeën en voorstellen te ontdekken die hen de mogelijkheid bieden zich te bevrijden van deze burgerlijke beïnvloeding.
De Statuten van de Partij van de Arbeid van België stellen:
“Om het marxisme-leninisme werkelijk te beheersen, moeten de intellectuelen zich met de arbeiders verenigen en van hen de proletarische kwaliteiten leren. Zij moeten de klassepositie en de klassegevoelens, de revolutionaire geest en de praktische ervaring van de arbeiders leren en hun zin voor praktijk, doeltreffendheid en discipline overnemen. (...) Zij zullen de steriele ideeën en de aarzeling in de actie bekampen, en van de arbeiders leren de theorie en de praktijk te verbinden en de woorden in daden om te zetten.”22

Boudewijn Deckers formuleert "De massalijn" met CITATEN van Mao IN TEGENSTELLING tot "de communistische partij als organisatie van de voorhoede van de arbeidersklasse" zoals in "Omvatting van wereldopvatting" wordt gesteld

Meer en meer blijkt dat “de massalijn” wordt gesteld TEGENOVER “de communistische partij organiseert de voorhoede van de arbeidersklasse”. Boudewijn Deckers schept hier BEWUST een misleiding met “enquêtes” In een cel rond een bedrijf waar partijmilitanten werken (vaak “undercover” dus niet openlijk gekend als communisten) betekende het doen van enquêtes het opzoeken van arbeiders of/en syndicalisten van het bedrijf waar de (undercover-)militant werkt, en meestal op aanwijzing VAN die militant. Op de cel werd dan besproken, waar dat gesprek (enquête) over zou gaan en wat er moest proberen te worden bereikt. Het bezoekend cellid kon verder gaan in het gesprek, dan waar de op het bedrijf werkende militant dit kan.
In de tekst van Boudewijn Dekkers wordt dit “enquête-werk”gesuggereerd dat het gaat om een soort “opinie-peiling” (dat wordt ook wel “enquête” genoemd)

De massalijn toepassen betekent het dialectisch materialisme in de praktijk brengen. Het materialisme bestaat erin in alle objectiviteit kennis te nemen van alle feiten, alle ervaringen, voorstellen en ideeën van de basis. De dialectiek bestaat erin, met behulp van het marxisme-leninisme, al deze gegevens te analyseren en de positieve aspecten te scheiden van de negatieve.
Om een juiste politieke lijn en tactiek uit te werken, is het noodzakelijk om enquêtes te doen over de impact van het werk van de partij en over opvattingen van de massa's. (….)
Enquêtes en studie veronderstellen dat men alle opinies aanhoort, of ze nu positief of negatief zijn. Het komt erop aan 'zijn feeling te ontwikkelen en elk ding te onderzoeken, om te oordelen of het goed of slecht is, of men het moet aanvaarden of afwijzen'. De opinies onder het volk kunnen verschillen over eenzelfde ding: wat men moet doen is een onderscheid maken tussen die opinies nadat men ze heeft aanhoord. Men moet de verkeerde posities bekritiseren teneinde ze recht te zetten. Wat de aanvallen van de klassevijand betreft, die moet men ontmaskeren en krachtig bekritiseren teneinde het onkruid om te vormen in meststof.”23.
Er moeten systematisch en permanent enquêtes gedaan worden om op tijd de veranderingen in de publieke opinie, in de houding van de massa's te ontdekken. Die veranderingen bepalen te te volgen tactiek, de actievormen die wij zullen voorstellen. De enquêtes laten ons toe het opportunisme te ontmaskeren, dat achterloopt op de strijdwil van de massa's, en het avonturisme en de overhaasting, die de massa's willen forceren. De partij mag geen voorstellen of initiatieven lanceren vooraleer er enquêtes gedaan werden. (...)
Voorzitter Mao hecht het grootste belang aan de initiatieven en het scheppend genie van de massa's. Hij weet de voorhoede-ervaring, die verworven werd door de massa's en die een fundamenteel karakter en een algemene waarde heeft, op een wetenschappelijke manier te synthetiseren en samen te vatten.
Hij signaleert op het gepaste moment de verkeerde ideologische stromingen van rechts of van 'uiterst links', die men moet bekampen of voorkomen tijdens de actie. Onophoudelijk voedt hij de kaders op en verstrekt hij nieuwe richtlijnen die vervolgens terugkeren om te worden geconcretiseerd in de revolutionaire praktijk van de massa's; dat laat toe het verzet en het ondermijndingswerk van de klassevijand te breken en zonder ophouden nieuwe overwinningen te behalen.
Tegelijkertijd doet voorzitter Mao persoonlijk enquêtes en onderzoek naar typevoorbeelden. Op het gepaste ogenblik weet hij de voorhoede-ervaring te ontdekken die de oriëntatie van de beweging in haar verschillende ontwikkelingsfasen vertegenwoordigt. Hij maakt daarvan het bilan op, veralgemeent dit en leidt zo de voortdurende voortuitgang van de beweging.”24 (...)
Om de revolutie te maken, moeten de massa's geschoold worden in de partijlijn.
Hoe kunnen de communisten de massa's opvoeden?
Mao heeft gezegd: “Elke communist die in een massabeweging werkt, behoort een vriend van de massa's te zijn en niet de baas over hen te spelen; hij moet een onvermoeibare leraar zijn en geen bureaucratisch politicus.”25
Mao heeft ook gezegd: “Al het werk dat voor de massa's wordt gedaan, moet uitgaan van hun behoeften en niet, hoe goedbedoeld ook, van het verlangen van een individu. Het gebeurt vaak dat de massa's objectief een zekere verandering nodig hebben, maar dat ze zich subjectief nog niet van de behoefte bewust zijn en niet bereid of besloten zijn de verandering door te voeren. In zulke gevallen moeten we geduldig wachten. We moeten de verandering niet doorvoeren voor het grootste deel van de massa's zich door ons werk van de behoefte bewust is geworden en bereid en besloten is deze uit te voeren. Anders zullen we ons van de massa's isoleren.”26
De leraar moet uitgaan van de punten die zijn leerlingen begrijpen om ze tot nieuwe kennis te brengen. De partij moet niet uitgaan van “de juiste lijn” en die dan over de massa's uitstormen, zonder zich de vraag stellen of zij wel kunnen volgen. Het gebeurt vaak dat wij een “juist standpunt” verkondigen, maar dat het de massa's tot wie wij ons richten, doet afhaken. (...)
Mao heeft gezegd: “Wij moeten nauwkeurig aandacht schenken aan het welzijn van de massa's, te beginnen met de problemen van land en arbeid tot aan die van brandstoffen, rijst keukenolie en zout. (...) We moeten de massa's helpen inzien dat we hun belangen vertegenwoordigen en dat ons leven nauw met het hunne verbonden is. We moeten hen helpen, uitgaande van deze dingen, begrip te krijgen voor de hogere taken die we ons gesteld hebben, zodat ze de revolutie gaan steunen.”27
Met het huidige niveau van de massa's is het onmogelijk om ons te doen erkennen als “hun”partij, als we hun concrete problemen en hun dagelijkse noden niet ernstig aanpakken. Wij moeten de beste verdedigers zijn van die belangen, maar we moeten er ook beter in slagen om die belangen te verbinden met de grote lijnen van ons nationaal en internationaal programma.
De partij moet zich profileren en haar revolutionaire eigenheid aan de brede massa's doen begrijpen doorheen campagnes voor de verdediging van hun belangen, door de strijd rond sociaal-economische thema's die de mensen beroeren. De partij moet haar invloed uitbreiden door agitatie, door campagne te voeren en eventueel kleine, maar tastbare resultaten en overwinningen te behalen.
Door actie en agitatie moet de partij zich doen erkennen als de enige partij die werkelijk de belangen en waarden verdedigt waar de massa's het meest aan gehecht zijn: een waardige en menselijke job, gratis geneeskunde, democratische sociale verkiezingen, bescherming van delegees, een alternatief om de rijken de crisis te doen betalen, enz.
Zich niet bekommeren om “het zout en de olie”, zoals Mao het zegde, is gauchisme en misprijzen voor de massa's. Iemand die zich bekommert voor de echte problemen die de massa's bezighouden, mag niet als een economist of een humanist afgeschilderd worden. Het komt er vooral op aan op welke manier men die problemen aanpakt. Gebruikt men ze om een reformistische en humanitaire ideologie te verspreiden of om de massa's op te voeden in een revolutionaire geest en lijn? (..)
Elke basiseenheid moet beschikken over een eenvoudige en realistische taakomschrijving, die hoofdzakelijk op het werk naar buiten uit georiënteerd is.
Een basiscel bestaat voor alles om welomschreven taken uit te voeren. Haar activiteit is hoofdzakelijk gericht op de massa’s. De leden vormen zich politiek om correct dit massawerk te kunnen doen. Opvoeding, vorming en studie gebeuren in functie van de praktijk en via prikkels die uit de praktijk komen.
Op het niveau van de basis moet de partij een massakarakter hebben.(…)
We moeten vereenvoudigde cellen vormen, aangepast aan het niveau van de arbeiders en werkers. (...)
Mensen engageren zich in een organisatie om concrete taken uit te voeren die zijzelf als belangrijk beschouwen. Wij recruteren mensen om taken uit te voeren waarvan ze zelf de noodzaak inzien (…)
Wij bekampen het intellectualisme: recruteren om mensen “te vormen”, om “zich rond de tafel te zetten”, zonder band met concreet werk. (..)
Door concrete projecten, op laag niveau, kunnen we nieuwe krachten recruteren.

Uiteindelijk is er dan nog de “vierde as”….
  1. Het individualisme bekampen en de controle versterken
(...) Door de controle kunnen de leidende kaders beslissen of de doelstellingen al dan niet bereikt werden. In het negatieve geval kunnen zij dan bijkomende maatregelen treffen.
De planning en het opstellen van richtlijnen zijn dus fundamentele functies. Het is onmogelijk om na te gaan of een bepaalde taak correct verloopt, als er geen plannen or richtlijnen bestaan om dat te controleren. (...)
Lenin wees duidelijk op de onverzoenbare tegenstelling tussen de proletarische partijgeest en het burgerlijk individualisme.
“juist het marxisme als ideologie van het door het kapitalisme geschoolde proletariaat leerde en leert de weifelende intellectuelen het verschil tussen de uitbuitende kant van de fabriek (de discipline op de angs voor de hongerdood berust) en haar organiserende kant (de discipline die berust op de gemeenschappelijke, door de voorwaarden van de technisch hoogontwikkelde productie verenigde arbeid). Discipline en organisatie die de burgerlijke intellectueel zo moeilijk begrijpt, maakt het proletariaat zich bijzonder gemakkelijk eigen, dankzij de 'school', die het in de fabriek doorloopt. De dodelijke angst voor deze school, het volledige onbegrip voor haar organiserende betekenis zijn juist karakteristiek voor de denkwijzen die de kleinburgerlijke bestaansvoorwaarden die het edelanarchisme, het anarchisme van de 'weledelgeboren' heren, opleveren (...)De partijorganisatie schijnt hem een monsterachtige 'fabriek”. De arbeidsverdeling onder leiding van een centraal bureau roept bij hem een tragikomisch gejammer op over het veranderen van mensen in 'radertjes en schroefjes'. De vermelding van het organisatiestatuut van de partij roept een verachterlijke grimas op.”28

Van al de congres-documenten werd NA het congres,  ALLEEN gebruikt als basis “om te rectificeren”: “Hoofdstuk III, deel 3 Het bureaucratisme bestrijden, de banden met de massa's versterken – De massalijn

Van alle “rectificaties” die er zouden zijn op basis van de documenten van het vijfde congres zij er alleen die overgebleven (doorgedrukt door een fractie die uiteindelijk koos voor een BURGERLIJKE wereldopvatting – én klassenpositie) op basis van de “hoofdstuk 3, deel 3,….
En NIEMAND (behalve blijkbaar mezelf….) heeft dit aangeklaagd, geanalyseerd of bestreden. Zelfs niet die 6% die TEGEN Peter Mertens stemde op het negende congres uit onvrede over de resulterende situatie waarin de PVDA toen was gekomen, nochtans het eindpunt van een ontwikkeling die zij tot dan toe ondersteunde.

De “marxistische” juistheid wordt “bewezen” met …. CITATEN van Mao Zedong. ….en het dogmatissche blindheid bij de leden is zo groot dat Boudewijn Deckers het zich kan veroorloven om in de voetnoten niet de oorspronkelijke teksten te aan te halen waar die citaten uitkomen … maar gewoon te vermelden waar die citaten ooit zijn verzameld …. Het Rode Boekje. Om zeker te zijn van de “aanvaarding” van zijn tekst heeft hij ook nog zogezegd verwezen naar Stalin …. Waarbij hij suggereert dan Mao Zedong met zijn “massalijn” (maar wat dus een samenraapsel van CITATEN van Mao,….) eigenlijk de mosterd haalde bij Stalin. Maar ook is hier Boudewijn Deckers’ zijn bedrog NOOIT ontmaskerd. Integendeel, vanaf 1999 zal zijn lijn algemeen aanvaard worden … met zelfs de plicht van ieder lid om deze te assimileren.

In het besluit van De Geschiedenis van de Communistische Partij der Sovjet-Unie (bolsjewiki) zegt Stalin: “Tenslotte leert de geschiedenis van de partij, dat de partij van de arbeidersklasse, zonder uitgebreide verbindingen met de massa's, zonder het vermogen om naar de stem van de massa's te luisteren en hun dringende behoeften te begrijpen, zonder de bereidheid, niet alleen om de massa's te onderrichten, maar ook om van de massa's te leren, geen werkelijke massapartij kan zijn, die in staat is, de miljoenen van de arbeidersklasse en van alle werkers aan te voeren.
De partij is onoverwinnelijk, als zij het verstaat, zoals Lenin zegt ' zich te verbinden, dichter komen tot, tot op zekere hoogte, zo gij wilt, samen te smelten met de meest omvangrijke massa van de werkers, in de eerste plaats de proletarische massa, maar ook met de niet-proletarische werkende massa'.
De partij gaat ten gronde als zij zich opsluit in haar enge partijschelp, als zij zich van de massa's losmaakt, als zij zich met een bureaucratisch floers bedekt.”29
In zijn “Rapport aan het plenum” van februari 1937, dat ook ging over de kwestie van de zuiveringen, heeft Stalin het over de massalijn van de bolsjevistische partij. Men kan duidelijk merken dat Mao zich laten inspireren heeft door de stellingen van Stalin en dat het absoluut verkeerd is te beweren dat “Stalin de massalijn niet toepaste”. (...) (T)rotskistische stellingen die in naam van een slecht begrepen “maoisme” verdedigd werden.
Stalin zegt: “Lenin heeft ons niet alteen geleerd dat we de massa's moeten onderrichten, maar eveneens dat wij moeten leren van de massa's.
Dat betekent in de eerste plaats dat wij, de leiders, niet zelfgenoegzaam mogen worden en dat we moeten begrijpen dat als wij leiders zijn, dat niet wil zeggen dat we al de noodzakelijke kennis bezitten om op een juiste manier leiding te geven.(...)
Dat betekent in de tweede plaats dat de ervaring van leidinggeven niet voldoende is om op een juiste manier leiding te geven. Het is noodzakelijk deze ervaring te vervolledigen. (...) met de ervaring van de massa', met de ervaring van alle partijleden en met de ervaring van de arbeidersklasse. (...)
Dat betekent in de derde plaats dat we onze banden met de massa's geen moment mogen loslaten en dat we die banden zeker niet mogen verbreken. Dat betekent in de vierde plaats dat we een luisterend oor moeten bieden aan de stem van de massa's, aan de stem van de eenvoudige partijleden, aan de stem van wat men de “eenvoudige mensen” noemt, aan de stem van het volk.”30

De manier waarop Boudewijn Deckers het eerste citaat, toegeschreven aan Stalin. “plukt’ uit de contekst van een grotere tekst is typisch 1. Hoe Boudewijn Deckers een bestaand dogmatisme gebruikt om een bepaalde ideologische lijn in de partij te brengen. 2. hoe de oorspronkelijke politieke en ideologische lijn van een hele tekst (zowel van Partij van de revolutie, maar ook die  van “Conclusie” van Geschiedenis van de CP v d Soviet-unie (bolsjew.) ) verknipt en vervormd wordt door het ALEEN uit te gaan van een BEPERKEND CITAAT uit die tekst.
De HELE tekst uit “Conclusie” uit “Geschiedenis van de CP van de Soviet-Unie (bolsjewiki)“ komt “min of meer” overeen met wat in het GEHELE boek “Partij van de revolutie” (of in het gehele Hoofdstuk 3 Vier assen om de partij te rectificeren) staat (hoewel Stalin scherper formuleert dan Boudewijn Deckers die heel formalistisch, en vaag formuleert ...)
Maar doordat de meerderheid van de leden en kaders van de PVDA hun dogmatisme koester(d)en en nooit de context van de citaten ”controleerden”, hier dus in het boek “De geschiedenis van de Communistische Partij der Sovjet-Unie (bolsjewiki) (nochtans – ooit – verplicht studiemateriaal voor ALLE partijleden), slikten ze die MISLEIDENDE “analyse” van Boudewijn Deckers.
Het is maar als je (normaal dus verplichtend als partijlid - men sprak dan “onder kameraden” over “De Bolsjewiek”...) “De geschiedenis van de Communistische Partij der Sovjet-Unie (bolsjewiki)” GEHEEL bestudeerd, dat duidelijk wordt dat het laatste hoofdstuk “Conclusie” IN ZIJN GEHEEL toepasselijk is voor Hoofdstuk 1 De organisatie van een partij van het Bolsjewistische type èn Hoofdstuk 3 Vier assen om de partij te rectificeren. OOK wordt dan duidelijk dat Boudewijn Deckers (op BEWUST “dogmatische wijze”) slechts een BEPERKT citaat uit dat hoofdstuk gebruikt om …. de “marxistische juistheid” van zijn naar voren geschoven “ANTI-bolsjewistische” stellingen “te bewijzen” in ZIJN naar voren geschoven tekst “Hoofdstuk III, deel 3, de massalijn….
Het tweede citaat van Stalin is gebruikt op een “maoistische” manier. Waar de CITATEN van Mao over de zogenaamde “massalijn” komen uit teksten die het optreden van de communisten behandelen in bevrijde gebieden of na de revolutie tijdens de opbouw van het socialisme, is het tweede citaat van Stalin, geplukt uit een tekst van …. 1937, ook dus over het optreden van de communisten tijdens de opbouw van het socialisme.
Het is duidelijk dat “partijopvatting”, “partijlidmaatschap”, de “rol van de communistische partij” totaal anders is in de periode VOOR de revolutie dan die NA de revolutie als de macht van de kapitalisten en de kapitalistische productieverhoudingen omver geworpen zijn en de werkende klasse de macht heeft genomen en een nieuwe maatschappij opbouwen in het belang van HEEL het volk.


Zou het helpen, … is het mogelijk, om dogmatische blindheid te bestrijden?
In een poging om de leden van de PVDA ingedommeld in een “ideologische luiheid” van dogmatisme wakker te schudden heb ik de twee citaten van Stalin IN hun originele context weergegeven:
Redevoering van Stalin voor het plenum in 1937 De originele BRONNEN van de citaten van Mao Zedong (Citaten “verzameld” in het Rode Boekje) heb ik vermeld in de voetnoten van het overeenkomstige 'Chapter III, part 3' van “Party of the revolution” (de Engelse vertaling die ik – nog niet volledig – maakte van Partij van de revolutie.)

Awel, test uzelf!
In een volgend artikel zal ik de verdere bewijzen leveren van een beuwuste liquidatie-stroming “geholpen” door een ideologische “luiheid” (dogmatisme) bij het gros van de partijleden en -kaders,, maar zal nu de interne documenten en richtlijnen laten lezen die NA het vijfde congres in de partij verstuurd werden naar alle leden. U kunt daarop reeds testen in hoeverre u nog “last hebt” van die dogmatische blindheid.
Over“verlaagde” lidmaatschap-voorwaarden: “...Aan de basis moet de partij een massa-karakter hebben….”
Resolutie 1999: “... Wij moeten sommige van onze opvattingen over de voorhoede-partij herzien …”
SOA-nota over 3e niveau van lidmaatschap: "Het Centraal Comité (CC) van juni 1999 besloot om een derde niveau van partijlidmaatschap in te voeren: 'Een laag leden creëren die gewoon een partijkaart koopt om 'lid" te kunnen zijn op het meest elementaire niveau'..."

U twijfelt, u kan het niet geloven....? Awel op één punt (Resolutie van 1999) heb ik reeds genoeg argumenten
Moest u twijfelen aan mijn analyse van een BEWUST BINNEN-gebrachte "sociaal-democratische liquidatielijn" IN het geheel van de congresdocumenten van het 5e congres (1996) in de vorm van "hoofdstuk III, deel 3, de massalijn", die dan aan de GEHELE partij werd opgelegd in de vorm van Resolutie van 1999 (en wat de GEHELE partij slikte, door een hardnekkige dogmatische blindheid geslagen)... dan kunt u die twijfel reeds toetsen aan mijn argumentatie in 24-07-17 1999, jaar van KWALITATIEVE "sprong" in het opportunisme, directe "aanleiding" voor definitieve breuk met revolutionair karakter door PVDA in 2004.

1Aja, het waren CONGRESDOCUMENTEN van het 2e congres in 1983!
2Dit boek kan worden beschoud als een verdere uitwerking van het congresdocument van het 4e congres URSS, fluwelen-contrarevolutie èn een onderdeel van de documenten van het Vijfde congres (in het boek “Partij van de revolutie”wordt er op verschillend plaatsen naar verwezen en het hoofdstuk “Omvorming van wereldopvatting” is ook een hoofdstuk uit Van Tien An Men tot Timisoara ….”.
3Dus het Congresdocument van het 4e congres in 1991.
4De eerste teksten van wat later “Een andere kijk op Stalin” ging worden – en de meeste principiële standpunten die later in dat boek komen zijn terug te vinden in het congresdocument van het 4e congres “URSS – de fluwelencontrarevolutie”
5De Tijd staat aan onze kant” is het congresdocument van het 3e congres in 1990.
6Voila, zo kan het boek Van Tien An Men tot Timisoara als een door iedereen te assimileren CONGRESdocument worden beschouwd.
7Lenin, Combat pour le pouvoir en “combat” pour une aumône, (14 juni 1906), in Oeuvres Deel II, Editions sociale Parijs, Editions du Progrés Moskou, 1966, p.24-15.
8Lenin, Encore à propos du ministère issu de la Douma, (28 juni 1906), in Oeuvres Deel II, Op.cit, p.67-88.
9Lenin, Que faire?, in Oeuvres Deel 6, Editions sociale Parijs en Editions du Progrès Moskou, 1965, p. 404. Zie Lenin Wat te doen?, Uitg.Pegasus, Amsterdam, 1977, p.64.
10Ibidem, p. 397 en Ibidem p. 57.
11Ibdidem, p.401 en Ibidem p. 61.
12Ibidem, p. 442 en Ibidem p.105.
13Ibidem, p.487 en ibidem, p. 157.
14Ibidem, p. 480 en Ibidem, p. 148.
15Ibidem, p. 461 en Ibidem, p. 126.
16Ibidem, p. 492 en Ibidem, p. 164.
17Vandervelde Emile, Faut-il changer notre programme, Uitg.Progres, Moskou, 1970, p.54 en 56-57
18Citaten van voorzitteer Mao Tsetoeng, (het Rode Boekje), Uitgeverij Vereniging België-China, 1971, p.136-137.
19Ibidem, p. 126.
20. Ibidem, p. 126.
21Ibidem, p.127.
22Partij van de Arbeid van België, Statuten, PVDA-uitgaven, Brussel 1994, p. 29.
23Pékin Information, 1971, n° 22.
24Ibidem, n° 12.
25Citaten van voorzitteer Mao Tsetoeng, (het Rode Boekje), Uitgeverij Vereniging België-China, 1971, p.283..
26Ibidem, p. 132-133.
27Citaten van voorzitter Mao Tsetoeng, (het rode boekje), uitgeverij Vereniging België-China, 1971, p. 141.
28Lenin, Een stap voorwaarts, twee stappen terug, Uitgeverij SUN, Nijmegen, 1971, p. 87-88.

29Stalin, Geschiedenis van de Communistische partij der Sovjetunie (bolsjewiki), fascimili het Progressieve Boek, uitgave van 1938, p. 476-477.
30. Stalin, Discours de clôture au plénum du Comité central du PC(b) de l'URSS, in Oeuvres, Deel XIV, Nouveau Bureau d'Edition, Parijs, 1977, p.161.

24-07-2017

1999, jaar van KWALITATIEVE "sprong" in het opportunisme, directe "aanleiding" voor definitieve breuk met revolutionair karakter door PVDA in 2004.

Op verschillende plaatsen "beschuldig" ik de militanten/kaders van de PVDA, die VOOR 1999 reeds lid waren en die gewoon "ideologisch/politiek volgzaam" de "coup van 2004" hebben toegejuicht door UNANIEM, in 2008, de lijn van het 8e congres goed te keuren, van "dogmatische blindheid" en van "suivistisch activisme".
Wat noem ik "suivistisch activisme"?   
Zonder zelfstandig nadenken en zonder de begeleidende POLITIEKE argumentatie te bestuderen en en zonder eventueel kritiek erop in een rapport "naar boven te sturen", de opgelegde "campagne-richtlijnen" gewoon op te volgen - de leiding van de PVDA hield de leden/militanten "bezig" met opéénvolgende "campagnes" met opgelegde "objectieven'; dit was reeds VOOR 1999, maar zeker sinds 1999, GANGBARE PRAKTIJK.  
ZELFS ALS je durfde een geargumenteerde kritiek te formuleren in een rapport, was ALTIJD de reactie: "Nu is EERST de ACTUELE "campagne" dringend en belangrijk. Nu eerst die opvolgen en je objectieven halen. DAARNA wordt een bilan opgemaakt, waar je kritiek kan besproken worden." ... Maar hiervoor was dan weer "geen tijd" want de volgende "dringende en actuele campagne"kondigde zich alweer aan. 
"Suivistisch activisme" werd zo eigenlijk de norm. Verzet hiertegen - ook al respecteerde je de regels van het democratisch centralisme - werd beschouwd als "deloyaal", "sabotage", "antistatutair", "tegen de partijdiscipline"....
Omdat veel leden/militanten, toegetreden NA 2004, die "beschuldigingen" beschouwen als "PVDA-bashing" en ze niet begrijpen, herneem ik in een afzonderlijk artikel een stuk analyse (dus over het "kanteljaar" 1999). Het is wel een analyse waarin dan weer "ingebedde" artikels verwerkt zijn, waarnaar men kan doorklikken.

1999, ideologische aanval op revolutionair karakter van PVDA door verburgerlijjkte kaders, geholpen door "dogmatische verblinding" bij veel leden.

In 07-01-16 Waarom ik lid werd van de PVDA, “in het fabriek ging werken” en op basis welke ideologische opvattingen ik die keuzes maakte. vertel ik hoe ik tot mijn keuze kwam om communist te worden en om hiermee in overeenstemming mijn leven te richten. Een zelfstandige studie van teksten van Marx, Lenin en Mao Zedong en met een serieuze poging die analyses te plaatsen in hun historische context behoedde mij (achteraf gezien) voor een hardnekkig dogmatisme dat (ook achteraf bekeken) toch wel heerste bij véél kameraden in de PVDA (waarin ik in 1979 toetrad). 
Veel kameraden (zo is dat NU pas echt duidelijk voor mij) putten hun "marxistisch inzichten" uit analyses van kaders gemaakt aan de hand van CITATEN UIT werken van Marx,Lenin, Stalin, Mao,.... Als ze dan al eens een marxistisch werk ter hand namen, lazen (en studeerden) zij alleen de aangegeven stukken (waaruit de citaten dan kwamen). Deze kameraden waren dan ook niet gewapend tegen de ontaarding die verschillende van die kaders ondergingen, dezelfde kaders die vroeger dan ongeveer de status hadden van "partij-ideologen". (Een goed voorbeeld van zo'n kader is Boudewijn Deckers, kort gevolgd door bijvoorbeeld Herwig Lerouge,....)

Dat soort kaders waren verantwoordelijk voor de zogenaamde Resolutie van 1999zoals u kunt lezen in 12-01-16 1999: PVDA plant vanaf dan, elke “strijd”-campagne in functie van IMAGO-verbetering. Wat met haar revolutionair karakter dat mij deed toetreden in 1979?  Moest het algemeen heersend dogmatisme NIET zo hebben gewoekerd bij veel van (toen) mijn kameraden in de PVDA dan was "herstel nog mogelijk" geweest, zoals ik vermeld in de titel in 14-01-16 Met Resolutie van 1999 zette PVDA 1e stap van leninistische partijopvatting naar reformistische partijopvatting. Herstel was nog mogelijk....  

Het is ironisch dat onder leiding van de later verguisde en buitengezette Nadine Rosa-Rosso dat de overgang naar puur electoralisme juist nog wat werd afgeremd. (hoewel niet echt tegengehouden zo bleek later...). De brochure "Omkeren - een dwarse kijk op paarsgroen" concretiseerde deze "poging" zoals ik uitleg in  26-01-16 “Omkeren – een dwarse kijk op paarsgroen” (2000), een poging om zowel het revolutionair karakter PVDA én het electoralisme van Resolutie van 1999 te waarborgen. 

In  13-02-16 1mei-speech in 20000, Nadine Rosa-Rosso: Bezorgdheid om behoud revolutionair karakter PVDA, maar toch de (naar reformisme leidende) Resolutie van 1999 toepassen. leest u hoe in de 1 mei-speech die toenmalig Algemeen Secretaris van de PVDA, Nadine Rosa-Rosso in 2000 hield, aan de ene kant een lans wordt gebroken voor het revolutionair karakter van de PVDA, ondermeer door het gebruik van de brochure in de komende verkiezingscampagne, maar ook wordt gepleit voor de toepassing van de Resolutie van 1999.
De zin “
Wij moeten erkennen dat een vermindering of een vermeerdering van ons stemmenaantal een oordeel inhoudt over de kwaliteit en de hoeveelheid van ons werk.” in het laatste deel van haar speech, betekent in feite een capitulatie aan het revisionisme dat bepaalde kaders bewust IN de partij wilden binnenbrengen. (hetgeen hen na 2004 uiteindelijk is gelukt)....en waarbij Nadine Rosa-Rosso uiteindelijjk UIT de PVDA is gezet door de “zichzelf benoemde nieuwe leiding” (olv Boudewijn Deckers ...en Peter Mertens.)

Hardnekkig dogmatisme, heersend bij veel PVDA-kaders en -militanten, maakte hen blind voor de pertinente revisionistische oriëntatie van Resolutie van 1999. In 14-03-16 Na gemeenteraadsverkiezingen 2000: van proletarische klassenpositie, via de kleinburgerij, naar burgerlijke klassenpositie...in 2004  wordt de ontwikkeling geschetst van een kader , Kris Hertogen, ooit verantwoordelijk voor de werking van de partijmilitanten in de bedrijven en in de vakbonden en het optreden van de PVDA in de klassenstrijd en met een schijnbaar stevige proletarische klassenpositie, naar een burgerlijke klassenpositie wegens een door dogmatisme gedreven "blindheid" voor revisionistische ontaarding.

17-07-2017

Na EXTERNET VII van “Quatorze Juillet”, nadenkend over de vraag die Lenin ook al opwierp: “Wat te doen?”

Het is niet verkeerd hier een plan ter voorbereiding van de (her)-oprichting van de Communistische Partij van België in te zien…..: Het Genootschap voor de Opheffing van Kapitalistische Productieverhoudingen 
Zo had ik ook mijn voorbereiding (of eigenlijk een “sneuvel-voorstel”) gemaakt voor EXTERNET VII die oorspronkelijk de titel had “De revolutionaire beweging in België”.

Om echt tot een (her)-oprichting van de CPB te komen, zal uiteindelijk EERST de geschiedenis van de KPB (opgericht in 1921) moeten worden hernomen.
Vervolgens moet ook een “bilan” gemaakt worden op die organisaties die meenden zèlf een “herbronning” te zijn van de KPB, en omwille van niet toegelaten interne strijd IN de KPB, een NIEUWE organisatie oprichten.
In chronologie zijn dat “de Grippisten’, de PCMLB (ook wel gekend naar de naam van hun blad “Clarté”, UCMLB, AMADA en de daaruit in 1979 opgerichte PVDA.
Maar uiteindelijk zal een “nieuwe” CPB hoe dan ook “aansluiten” op één of ander manier bij de oorpronkelijke Communistische Partij van België van 1921…., door de geschiedenis als leerschool en “toets in de praktijk” te gebruiken.

Over de KPB is er een interessante analyse geschreven rond één aspect: De KPB en het Koloniale Vraagstuk 1945-1963
Ook op de website van Centre MLM staan documenten van/over de Communistische Partij van België
Wat betreft “de Grippisten” lijkt me interessant het document te bestuderen gemaakt door Carcob, die zichzelf verantwoorden als “erfgenamen van de KPB” : Le PCB et la scission grippiste de 1963 

Wat betreft de PCMLB, maat ook wat betreft AMADA, staan hun basisdocumenten op de website van centre mlm…..:


Wat betreft de PVDA, heb ikzelf al veel documentatie èn al het één en ander geanalyseerd.
Zo heb ik al (gedeeltes van) congresdocumenten ‘gedigitaliseerd”
1e Congres: Programma van 1979
3e Congres: (nog niet)
5e Congres: Partij van de Revolutie en ook in het Engels Party of the Revolution
6e Congres; - 
7e Congres: Congresdocument
8e Congres: Congresdocument

Tenslotte zijn er een aantal documenten van de KKE die ik als “inspiratie” interessant vind:

(wordt vervolgd…..)

22-06-2017

PVDA zoals de BWP: op verkiezingen af gestemd voor zo’n groot mogelijk parlementaire fractie en ...(zoals in 1921) communisten butensmijtend

Voila, dit beeld (zie de mail die ik van Peter Mertens mocht ontvangen) vat het volgende perfect samen:

-de evolutie die ik als bezorgd militant – sinds 1995 wellicht nog niet met volledig inzicht, maar zeker sinds 2001, nà “de Resolutie van1999” en na het , volgens mij, “dubbelzinnige” 7e congres, … en na een grondige studie van de congresdocumenten van het 5 congres in het boek “Partij van de revolutie” – gealarmeerd rapporteerde ( hetgeen tenslotte verwàcht werd van een militant van een partij “volgens leninistische principes” – PARTIJOPVATTING)
de discussie die ik probeerde los te weken (in de vorm van een uitgebreidde reactie op mij rapporten en een discussie erover … antwoorden en reacties die steeds maar uitbleven.
de machinaties en intriges, om mij dan maar eerst te “isoleren” BINNEN de partij, om mij vervolgens voor een keuze te stellen: alle kritieken inslikken, gewoon de richtlijnen volgen en ‘meedoen met de opgelegde campagnes” of ….. buiten gezet worden als ik mij niet zou neerleggen bij de bedenking “de partijleiding die het druk heeft, heeft geen tijd om, en is niet bereid ook maar een poging te doen om op uw kritische “aanvallen” te antwoorden”

Hier een -slechts maar beperkt – overzicht van mijn standpunten en de ontwikkelingen die ik aankloeg: "Coup van 2004", een afrekening,gèèn rectificatie


Peter Mertens (zoals AL de kaders tot wie ik rapporten richtte) wist mij TOEN niet, maar NU wel te vinden

Hier, in de mail die ik kreeg van Peter Mertens (hij weet mij nu dus wèl te vinden), wordt helemaal weerspiegeld, de partijopvatting die een bepaald deel van de kaders sinds 1999 aan de PVDA wilde opleggen. Met een marxistisch-KLINKENDE fraseologie moest men de leden en kaders die ooit instemden met de revolutionaire “leninistische” partijopvatting zover krijgen hiermee in te stemmen.

Op het 8e congres in 2008 is het hen dan gelukt! 
Quasi-UNANIMITEIT, zelfs bij degenen die de oprichting van AMADA nog meemakten en vanaf 1979 al in de PVDA zaten !!!! (en bij wie het 2e congres-document Partijopvatting volledig onder het stof zit – of wellicht bij het “oud papier”..)
De enkele koppige militant(en) die vasthielden aan de oorspronkelijke partijopvatting én de revisionistische manoeuvers dreigden te kunnen ontmaskeren, moesten voordien wel geëlimineerd worden!


De PVDA, van marxistisch-leninistisch naar het (pseudo-)“marxisme” van Gramsci

De PVDA zegt nu niet meer te gaan voor een (kapitalisme omverwerpend en een op basis van werkersmacht invoerend socialisme) maar voor een “revolutie van ideeën”.
Herwig Lerouge legt dat uit in Marxistische Studies no 111: “Een zogenaamde “oriëntatie van de “marxistische ideologie” Van Lenin weg, naar Gramsci toe
De aanstelling van de “nieuwe” partijideoloog Marc Vandepitte (nooit een overtuigd marxist geweest....) wijst hier ook op……

De PVDA stelt een aantal “interessante ideeén” of "mogelijke alternatieven" voor, en argumenteert hoe die “alternatieven” (als ze volledig worden doorgevoerd zoals de PVDA voorstelt) een 'haalbare" oplosing bieden aan verzuchtingen of verontwaardigingen van .... mogelijk kiespubliek. 
De PVDA stelt ze voor als mogelijke strijdobjectieven voor “het sociale verzet”. De hele partijwerking (met de duizenden “raadgevende” leden – in feite veredelde “verkiezingsmedewerkers”) is o.a. op gebaseerd die aanbevolen strijdobjectieven ingang te doen vinden in massa-organisaties, vakbonden, …….
Tegelijk worden die ‘ideeën” ( die BUITEN het parlement worden voorgesteld als “door strijd haalbare objectieven’) door de PVDA-vertegenwoordigers in de diverse parlementen "gesteund”.
Dit moet leiden tot bij de "eerstvolgende' verkiezingen een campagne rond de meest populaire "idee” op dat moment (dat waar de PVDA erin geslaagd is dat zou ruim te doen enthousiasme voor op te wekken.

In feite een werkwijze die zij gekopieerd heeft van de…… Belgische Werklieden Partij. je weet wel die partij waarover (in 1996) nog het standpunt van de PVDA was:”De BWP was reformistisch vanaf haar oprichting
De BWP waarvan men nu zegt: 'Die partij had oorspronkelijk toch wel goede “socialistische’ IDEEËN, tot zo,n partijopvatting willen wij TERUGKEREN."

...en de leiding van de PVDA doet dan ook HETZELFDE  op 18 maart 2005, als datgene dat de BWP-leiding deed in 1921, toen die leden en militanten die vasthielden aan een ‘Bolsjewieke”partijopvatting werden UITGESLOTEN om dan de Belgische Communistische Partij te stichtten….. Als er nog mensen zijn die vasthouden aan de Communistische Identiteit, zou dit misschien OPNIEUW kunnen gebeuren: De(her)oprichting van de Belgische Communistische Partij.

22-01-2017

Volgens de LSP is de PVDA NU "reformistischer"/"rechtser" dan dat AMADA/de PVDA vroeger de "trotskisten" verweet te zijn.

Ik was het niet van plan, maar Manuel Chiguero gaf me een exemplaar van het boekje “PVDA en LSP: verschillen en raakvlakken in de opbouw van een politiek alternatief” (door Eric Bryl) en vroeg me mijn mening erover….

Voor de duidelijkheid: Ik heb niets met de LSP, voor mij zijn het “linkse sociaal-democraten” (om het etiket “trotskistisch”niet te gebruiken) … maar ("links-)sociaaldemocratisch", dat is de PVDA tegenwoordig OOK…. ( en stelt de PVDA zich al even “anti-stalinistisch” – = anticommunistisch, voor mij – op als de “trotskisten”)
Het enige verschil, de LSP is altijd (en OPENLIJK) “trotskistisch” geweest ... en is dat nog altijd consequent. Het is hun goede recht en ik heb geen behoefte om de LSP daarop aan te vallen. Ik ben er ook nooit lid van geweest (en er dan later uitgezet…)
Maar goed, omwille van de vraag van Manuel, ga ik toch iets over het boekje zeggen.
Ik vind het allereerst een “grappig” boek….
In feite tot blz 110 is het een analyse over de opkomst van de “nieuwe” communistische organisatie AMADA , dat later dan de PVDA werd, op een moment dat er ook een “trotskistische”strekking zich ontwikkelde, .. waaruit dan de LSP ontstond. Met die analyse, evenals hun analyse van de historisch periode (de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie en China), ben ik het grotendeels NIET eens. Maar dat zal u niet verbazen, als ik u vertel dat ik van 1979 tot april 2005, militant van de PVDA was.
Voor alle duidelijkheid: Ik sta (nog steeds) achter de lijn van de PVDA, … voor zover die verwoord is geworden (met inbegrip van de EIGEN herzieningen, zelfkritieken en herformuleringen van en op vroeger ingenomen standpunten) door Ludo Martens PERSOONLIJK. ( Om het voorlopig “samengevat te stellen”… dat komt ongeveer overeen met de lijn in het boek “Van Tien An Men tot Timisoara” ...)
Maar het grappige aan het boek “PVDA en LSP….” is, dat ze met die hele analyse eigenlijk willen aantonen, dat de trotskistische standpunten en analyses UIT DIE TIJD, TOEN bestreden werden door de PVDA…. Maar dat de PVDA op veel vlakken NU is geëvolueerd naar stellingnames, strategieën, organisatie-principes die steeds meer beginnen te lijken op ….. die van de trotskisten (van toen en nu).
En in feite zegt de LSP, dat die van de PVDA – vooral programmatisch – nog méér naar “het reformisme” doorslaan, dan dat ze ooit hebben kunnen verwijten aan de trotskisten…. Maar aangezien de PVDA nog altijd meer mensen weet te organiseren en (tot nu toe) beter electoraal scoort dan de LSP, vraagt de LSP zich af (en stelt ze voor) of ze niet beter de handen ineen zouden slaan in de vorming van één “arbeiderspartij”.
Maar ik vind het boekje vooral interessant worden vanaf blz 110 vanaf de tussen-titel “Coalities”. Het boekje beschrijft dan de ontwikkelingen in de PVDA vanaf 1999. In mijn analyse(s) van de PVDA is dat ook een kantelmoment…. Met veel concrete argumenten (referenties uit de eigen documenten van de PVDA) toont ze een aantal tegenstrijdigheden … waarop ik de PVDA uitdaag om die te beantwoorden, maar waarop ik NU al kan zeggen dat ze dat niet KAN, DURFT en daarom ook niet ZAL doen. Die tegenstrijdigheden laat ik het boekje nu zelf samengevat formuleren…. op blz 131 ( de concrete argumenten/referenties vind u zoals ik al zei, van blz. 110 tot 131):
Zowel over het programma als over deelname aan coalities houdt de PVDA een spreidstand aan. De partij beweert wel te staan voor socialisme in haar versie 2.0, maar in haar dagelijkse praktijk moet dat wijken voor concrete oplossingen voor concrete problemen. Ze spreekt zich uit tegen regeringsdeelname door communistische partijen, naar is tegelijk daartoe bereid op lokaal vlak en uit alles wat ze zegt en schrijft, blijkt nu al dat ze ook op een hoger niveau regeringsdeelname op termijn niet wil uitsluiten.   
Ze steunt de strijd van strijdbare arbeiders in sociale conflicten, maar wil tegelijk op goede voet staan met de vakbondsleiders die weigeren om deze strijd tot zijn logische conclusies door te zetten. Ze doet dat, door de nood aan een crescendo actieplan rond noodzakelijke anti-kapitalistische eisen om te buigen naar het juridische terrein en een vloed aan wetgevende initiatieven.
De partij komt daarmee weg zolang de sociale strijd geïsoleerd blijft in een aantal bedrijven of sector per sector. Zolang de vakbondsleiders erin slagen stoom af te laten in massabetogingen, zonder ordewoord voor wat verder zal gebeuren. Zolang stakingen niet meer zijn dan knipperlichtstakingen die al afgeblazen zijn nog voor we goed en wel opgewarmd zijn. Zolang de vakbondsleiders de arbeiders rond de tuin leiden door “radicale” betogingen die te pletter lopen op een overmacht aan politie, zonder de middelen in te zetten die beantwoorden aan de noden van de strijd. Tot zolang zal de PVDA tegelijk de schijn kunnen ophouden van radicaliteit naar de arbeiders en jongeren toe en van verantwoordelijkheidszin naar vakbondsleiders en mogelijke toekomstige coalitiepartners. 
Intussen stapelt de opgekropte woede zich op. Vroeg of laat moet dat tot uitbarsting komen. De betere vakbondsleiders zullen dat weerspiegelen en mee radicaliseren met hun achterban, de mindere zullen door de basis worden voorbij gelopen. Het is best mogelijk dat de PVDA, de meest zichtbare kracht ter linkerzijde, daar in de eerste fase het meest op zal kapitaliseren.  
Maar een bewuste minderheid, die zal groeien en blijven groeien naarmate de strijd vordert, zal geen genoegen nemen met een partij die twee meesters dient. Zij zullen duidelijke stellingnames verwachten: ordewoorden die een reële stap vooruit betekenen, eisenplatformen die echt het verschil maken, vakbondsleiders die meegaan met de basis en politici die breken met het uitbuiters-systeem. Als de PVDA daaraan niet tegemoet komt, iedereen te vriend wil houden en haar spreidstand tracht aan te houden, zullen zij zich snel afkeren, en met hen vele anderen.

04-01-2017

PVDA (Tweede Congres, 1983): “Wie niet meer weet of een marxistisch-leninistische partij noodzakelijk is, een socialistische revolutie nodig is, de arbeidersklasse de belangrijkste revolutionaire kracht is, kan niet langer lid zijn van de partij.”

Beschuldigingen tegenover de PVDA (zoals “ze zijn de verdedigers van het stalinisme”) zijn in feite gelijkaardig als die uit de “Koude Oorlog”, aan het adres van al wie de burgerij, de fascisten en bepaalde “linkse” – maar in feite anticommunistische – organisaties, van “communistische sympathieën” verdacht.
De krampachtige reactie van PVDA-kaders tegenover deze “beschuldigingen” (‘Wij hebben met het stalinisme niets meer te maken” en “wij veroordelen evenzeer de misdaden van Stalin”) getuigt van een gelijkaardige anticommunisme als de burgerij, de fascisten en (anticommunistisch) “links”. Een gelijkaardig capituleren van communisten voor anticommunistische “aanvallen” werd door de PVDA zelf op haar Tweede Congres in 1983 bestempeld als “De liquidatie-stroming binnen de marxistisch-leninistische beweging”

Het congres-document met dezelfde titel behandelde in een eerste hoofdstuk de betekenis en omvang” van die liquidatiestroming

De marxistisch-leninistische beweging heeft na 1963 en vooral na 1968 een grote opgang gekend in West-Europa en Noord-Amerika. De inspanningen om te breken met het revisionisme, om zich te baseren op het marxisme-leninisme-denken van Mao Zedong, om zich te verbinden met de arbeiders in de klassenstrijd, waren fundamenteel correct. Er traden echter ook een aantal dogmatische en sektaire fouten op die min of meer ernstig waren naargelang de verschillende partijen.
Vanaf 1977-78 hebben de meeste M-L-partijen zich als taak gesteld de sektaire en dogmatische fouten te kritiseren. Zeer snel is er een stroming opgedoken die strijd voerde tegen het dogmatisme en het sektarisme, op basis van de posities van de bourgeoisie en de kleinburgerij. (...)
Weifelende, kleinburgerlijke elementen in die partijen, die terecht of ten onrechte kritieken en twijfels rond bepaalde punten formuleerden, lieten zich meesleuren in een kritiekbeweging door de rechtervleugel gelanceerd met het doel de marxistisch-leninistische beweging te vernietigen. Deze rechtse anti-partijstroming heeft een ware ravage aangericht in de marxistisch-leninistische beweging in West-Europa en Noord-Amerika. (...)
Vanaf het begin van de jaren '60 was het imperialisme op wereldschaal erg verzwakt. Het belangrijkste strijdmiddel tegen de revolutie was niet meer het primaire, agressieve anti-communisme, maar wel de steun van de reformistische stroming die in alle West-Europese CP's aan kracht won. De thema's van de anticommunistische propaganda (tegen Stalin, tegen de socialistische revolutie, tegen de dictatuur van het proletariaat) werden in de officiële partijteksten gesmokkeld. De echte marxisten-leninisten werden in hun eigen partij het voorwerp van lasterlijke aanvallen. In 1963 werden de marxisten-leninisten uit de CPB gestoten. (...)
Binnen de PVDA vormt de rechtse stroming op dit ogenblik een reëel gevaar.
In twee streken hebben wij tot 20 à 25% van onze militanten verloten, vergeleken et 1979.
Er is een tamelijk sterke stroming van verzoening die de zaken op hun beloop laat gaan, die zich van geen gevaar bewust is, die geen actieve strijd voert tegen negatieve verschijnselen, die de revolutionaire geest laat afbrokkelen. Men begrijpt niet hoe bepaalde negatieve verschijnselen die men vaststelt, verbonden zijn met de algemene liquidatie-stroming. Men ziet niet welke posities, welke houdingen “de weg voorbereiden” voor de liquidatie-stroming. (...)

De kritiek “houding van verzoening met de liquidatiestroming, ...geen actieve strijd….de revolutionaire geest laten afbrokkelen” is perfect van toepassing op de HUIDIGE PVDA-kaders en -militanten
Het congresdocument “De liquidatie-stroming binnen de marxistisch-leninistische beweging” beschrijft ook de oorzaken van zijn ontwikkeling

2.1. De uitzichtloze economische crisis.
We maken een diepgaande economische crisis mee in de hele kapitalistische wereld, waarvan geen enkele burgerlijke partij het einde ziet. Wij leven in een imperialistisch land waarin de bourgeoisie en bepaalde delen van de kleinburgerij een luxueus of een vrij gemakkelijk leven heeft bereikt op basis van de genadeloze uitbuiting en onderdrukking van honderden miljoenen arbeiders en boeren van de Derde Wereld. Ook de hoogste laag van de arbeidersklasse heeft zekere voordelen verkregen van “onze” imperialistische bourgeoisie, die werden gerecupereerd op de rug van de Derde Wereld.
In de imperialistische landen brengt een diepgaande economische crisis niet direct een overgang teweeg van de arbeiders en werkers naar revolutionaire posities.
Iedereen beseft de enorme kracht op economisch, politiek en militair gebied van de monopolie-bourgeoisie.
Iedereen beseft dat revolutionaire strijd tegen die klasse, veel en harde inspanningen, talrijke offers, langdurige en bittere gevechten zal teweegbrengen.
Een groot deel van de arbeiders hecht geloof aan de propaganda van de bourgeoisie die belooft dat zij een groot deel van hun verworvenheden kunnen behouden, door de crisis af te wentelen op diegenen die nog zwakker zijn dan hen: voor sommigen zijn dat de vrouwen, of de werklozen, of de vreemde arbeiders of de Derde Wereldlanden. De grote massa durft niet direct de echte vijand – het monopolie-kapitaal – aanvallen als schuldige van de crisis. Zij hoopt de crisis 'op te lossen” door een herverdeling van de lasten onder de werkende mensen zelf.
In 1968 was de revolutie voor de nieuwe, linkse generatie, een noodzaak die kon afgeleid worden uit ideologische discussies. In 1983 ziet en voelt men dat de revolutie voorkomt uit de verarming, de verbittering, de miserie van een groot deel van de werkers en men ziet dat de monopolie-burgerij haar stoottroepen uitrust en voorbereid voor genadeloze repressie. Ook bij een deel van de marxisten-leninisten ziet men de reflex: capituleren om zijn privileges te behouden. De angst en de onzekerheid tast hun revolutionair denken aan. Zij weten zeer goed dat de angst en onzekerheid die overal om zich heen grijpt aantoont hoe de burgerlijke orde in haar voegen begint te kraken. Zij weten dat de arbeiders en werkers hun illusies over het behoud van hun verworvenheden zullen zien vernietigen, dat de bittere slagen van de burgerij hen onvermijdelijk in volle gezicht zullen treffen. Zij weten dat de arbeiders en werkers meer dan ooit een echte, revolutionaire partij nodig hebben.
Maar zij capituleren, zij trekken zich terug in een vrij comfortabele, kleinburgerlijke loopbaan en zij hopen dat de miserie van de crisis en van de repressie hen zal gespaard blijven.

2.2. De algemene verrechtsing
De agressiviteit van het kapitaal en de rechtse partijen neemt voortdurend toe. Dit is geen toeval, maar een noodzaak. Het is een uiting van het antagonistische karakter van de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal. Al diegenen die de crisis willen oplossen maar binnen het kader willen blijven van de kapitalistische samenleving, zijn verplicht om steeds drastischer maatregelen tegen de arbeiders en werkers voor te stellen. Zij noemen dit “noodzakelijke offers”. Allerlei linkse reformisten hebben een grotere haat voor de socialistische revolutie dan voor het kapitalisme.
Wie een “oplossing” zoekt binnen de perken van het kapitalisme is verplicht om rechts en extreem-rechtse maatregelen aan te prijzen onder “linkse” kleuren.
Deze algemene verrechtsing van het politiek klimaat heeft zijn weerslag op bepaalde marxisten-leninisten.
Hoe luider de rechtse oplossingen van de daken worden geschreeuwd, hoe minder zij geloven in de revolutie. De burgerlijke partijen gaan over op extreem-rechtse posities. De burgerlijke arbeiderspartijen gaan over op rechtse standpunten die in een reformistische verpakking worden aangeprezen. Uitgebluste revolutionairen voelen zich geroepen op “druk” uit te oefenen op reformistische leiders.(...)
Sommige “marxisten-leninisten” worden geïntimideerd door de algemene verrechtsing. Hoewel dit feit zelf de noodzaak van de revolutie in het licht stelt, oordelen zij dat het revolutionair werk niet “realistisch” is.
Zij zoeken naar realistische en realiseerbare oplossingen voor de fundamentele vraagstukken die alleen door de socialistische revolutie kunnen opgelost worden. Zij komen noodzakelijk tot voorstellen voor de uitbouw van het staatsmonopolie-kapitalisme die er meestal in bestaat het industriekapitaal te versterken tegenover het bankkapitaal en bepaalde groepen van het industriekapitaal ( de sectoren met speerpunttechnologie, de kleine en middelgrote bedrijven) tegen andere groepen.
De sociaaldemocratische politiek maakt een diepgaande crisis door. In de jaren '60 wierp haar praktijk van klassensamenwerking tastbare resultaten af voor de arbeiders.
Zij heeft behoefte aan een nieuwe generatie van theoretici die een “realistisch alternatief” kunnen bedenken.
Daarvoor zoekt zij toenadering tot het soort revolutionairen dat aan de crisis van het marxisme en de crisis van het militantisme toe is. (...)
De kleinburgerij is een klasse die op politiek gebied steeds aarzelt tussen de bourgeoisie en het proletariaat en heen en weer slingert tussen revolutionaire strijd en aanvaarding van de burgerlijke orde. De verscherping van de crisis, de agressiviteit van rechts heeft grote delen van de kleinburgerij naar rechts geslagen: het marxisme, het socialisme, de socialistische revolutie, de partij worden verloochend en bespot en de meest verscheiden anti-marxistische en anticommunistische stellingen worden als “nieuwe ideologieën” begroet. (...)

Met andere woorden: de HUIDIGE PVDA-kaders en -militanten hebben sinds het 8ste congres in 2008…. "gekozen voor de kleinburgerij"...
Het Tweede Congres van de PVDA in 1983 zag in de “sociaaldemocratische liquidatiestroming” een te BESTRIJDEN capitulatie voor “anticommunistische propaganda
Uit Hoofdstuk 3: Een antagonistische tegenstelling”:

Onder het voorwendsel van “strijd tegen het dogmatisme en sektarisme” werden voorzichtig, stap voor stap, alle thema's van de anticommunistische propaganda binnengeloodst in de ML-beweging. Sinds tientallen jaren heeft de bourgeoisie enorm veel krachten en middelen geïnvesteerd in de anticommunistische strijd. De fascisten, de rechtse partijen, de kerkelijke hiërarchie, de rechtervleugel van de sociaaldemocratie, zij hebben alle hooggeschoolde specialisten voor de anticommunistische propaganda. Hoe verschillend deze politieke krachten zich ook opstellen, in de anticommunistische strijd hebben zij onderling vele thema's en stellingen gemeen.
De huidige sociaaldemocratische liquidatie-stroming, die een groot deel van de ML-beweging in het Westen heeft vernietigd, liet oorspronkelijk geloven dat zij “creatief” het marxisme-leninisme verder wou ontwikkelen, dat zij nieuwe revolutionaire oplossingen zocht voor nieuwe probleem. De rechtse anticommunistische stroming heeft in alle Westerse landen hetzelfde fundamentele kenmerk: zij bestaat erin de stellingen tegen het communisme die werden uitgewerkt door burgerlijke ideologen in talrijke boeken en publicaties, aan hogescholen en gespecialiseerde instituten, over te planten in de ML-beweging.
De ervaringen sinds 1979 in de ML-beweging moeten ons besef verhogen van het feit dat er regelmatig antagonistische tegenstellingen opduiken in de partij, dat de antimarxistische en anticommunistische opvattingen regelmatig doordringen binnen de partij.
In het verleden van de communistische beweging zijn heel wat gevallen bekend van hoge partijkaders die van opportunistische posities zijn overgegaan tot burgerlijke en zelfs fascistische stellingen. (...)
In onze partij hebben we iemand ontdekt die werkte onder directe instructies van BOB-officieren. Deze zegden hem welke stellingen hij in de partij moest verspreiden: “De arbeiders hebben niets te zeggen, de intellectuelen beslissen alles.” “De kaders leiden een schoon leven met uw geld”(!) “ Stalin is een massamoordenaar.” etc. (...)

Dit zegt wel iets over de “oproep” van Peter Mertens aan de afgevaardigden van het 9e congres een resolutie te stemmen “ter veroordeling van de misdaden van Stalin”….en ook over AL de militanten die uiteindelijk toch Peter Mertens quasi-unaniem als voorzitter kozen. Zeker als men leest over wat het Tweede Congres schreef over de BEDOELING van de zogenaamde “strijd tegen het stalinisme

In naam van de “strijd tegen het stalinisme”, wordt de strijd aangebonden tegen het marxisme-leninisme
Vrijwel alle bewegingen van liquidatie in de West-Europese ML-partijen, hebben het vuur geopend met een kritiek op het “stalinisme”. Dit maneuver kan het gemakkelijkst worden uitgevoerd in naam van de strijd tegen het dogmatisme.
Het algemeen politiek klimaat maakt dit maneuver gemakkelijk: alle fracties van de burgerij en de kleinburgerij, van de fascisten over de rechtsen en sociaaldemocraten tot de anarchisten, trotskisten en revisionisten, vinden elkaar in een gemeenschappelijke haat voor het “stalinisme”.
Zeer snel kwam aan het licht dat de zogezegde “strijd tegen het stalinisme” de meest voordelige tactiek was die door de liquidatoren was uitgekozen om hun denkbeelden te introduceren. Zij meenden dat zij een aantal stellingen en principes konden vernietigen door er het etiket “stalinisme” op te plakken. Bij nader inzien ging het echter om stellingen en principes die behoren tot de grondslagen van het leninisme en het marxisme.
In de jaren '20 voerden alle fracties van de imperialistische burgerij hun aanvallen tegen het communisme uit in naam van de strijd tegen het bolsjewisme en tegen de leninistische dictatuur. Hun strijd tegen het “stalinisme” was de normale voortzetting van deze campagnes. (...)
De haat tegen “het stalinisme” is in wezen de haat van de bourgeoisie voor iedere revolutionaire beweging van het proletariaat en van de onderdrukte volkeren.
Wat vandaag aan het adres van Stalin wordt bijeengescholden werd vroeger reeds bedacht voor Robespierre, Saint-Just en Baboeuf tijdens de Franse Revolutie, voor de Communards in het Parijs van 1871, voor Marx en voor Lenin, voor alle opstanden van de “barbaren” en de “wilden” in China, Perzië, de Arabische wereld en Afrika, voor de huidige strijd van de PLO in Palestina en de IRA in Ierland.
Als communisten en als internationalisten van het proletariaat beschouwen wij de revolutionaire geschiedenis van de arbeidersklasse als onze eigen geschiedenis. In elke fase van haar ontwikkeling en in elk land kent de arbeidersklasse zwaktes, tekorten, fouten. Dit was zo voor de arbeidersklasse die in Parijs de Commune organiseerde,dit was zo voor de arbeidersklasse die in de Sovjet-Unie onder leiding van Lenin en Stalin het socialisme opbouwde. De verschillende partijen drukken de verschillende klassenbelangen uit. De miljoenen communisten die in de jaren '20, '30 en '40 georganiseerd waren in de bolsjewistische partij en in de internationale communistische beweging, vormden de voorhoede van de internationale arbeidersklasse en deze voorhoede drukte de belangen van het proletariaat uit. Het is normaal dat deze avant-garde interne strijd, scheuringen, ernstige fouten kende, maar alleen zij bracht de klassenbelangen van het proletariaat over de hele wereld tot uiting. In Europa brachten de burgerlijke en de sociaaldemocratische partijen de belangen tot uitdrukking van het imperialisme en van de kleinburgerlijke lagen die zich met dit imperialisme verzoenden. (...)

Het Tweede Congres in 1983 wees op het gevaar van: “De tendens tot verzoening met de sociaaldemocratische liquidatiestroming” en beklemtoonde dat er een antagonistische tegenstelling bestaat met de communistische ideologie.

De tegenstellingen met de rechtse antipartij stroming is antagonistisch. Zij heeft reeds vele partijen vernietigd en honderden militanten ontredderd
Binnen de PVDA zijn er slechts weinig elementen die zo ver zijn gegaan dat zij openlijk het marxisme, het leninisme en de partij verwerpen.
Wij moeten binnen onze partij grote aandacht besteden aan de tendens tot verzoening met de sociaaldemocratische liquidatiestroming: men vergoelijkt deze stroming, brengt er begrip voor op, beschermt haar, men vind het niet nodig een systematische strijd tegen deze stroming te voeren.
In alle ML-partijen die zijn ineengestort is de ontbinding van de partij het resultaat geweest van een aantal allianties.
Oorspronkelijk was er slechts een beperkte kern van verbitterde en verbeten antimarxisten die alle mogelijke middelen en argumenten zochten om de partij op te doeken. Deze rechtsen hebben een combatieve groep kunnen vormen die als organiserend centrum functioneerde en die marxistische, revolutionaire en “wetenschappelijke” termen gebruikte om mistevreden krachten aan te trekken. Een grote groep mensen met zeer verschillende stellingen hebben een alliantie gesloten met dit rechtse centrum dat aldus zijn plan kan doorvoeren: de partij liquideren.
Een aantal eerlijke verzoeners en twijfelaars zullen zich nu allicht jarenlang op de nagels bijten van spijt: de onherstelbare schade is aangericht, het schip is gezonken.

Op haar Tweede Congres in 1983 gaf de PVDA zichzelf een duidelijke opdracht ….die haar kaders en militanten zich niet meer herinnerden op het 8e en 9e congres (in respectievelijk 2008 en 2015):
De partij versterkt zich door zich te zuiveren van de onverbeterlijke opportunistische elementen
De partij is de vrijwillige vereniging van alle revolutionairen die vechten voor een gemeenschappelijk programma en volgens gemeenschappelijke organisatieprincipes.
Wie niet meer weet of een marxistisch-leninistische partij noodzakelijk is, of er een socialistische revolutie nodig is, of de arbeidersklasse de belangrijkste revolutionaire kracht is, die kan niet langer lid zijn van de partij.
We kunnen niet toelaten dat iemand lid blijft van de partij, wanneer hij het in grote mate eens is met de ideeën van de sociaaldemocratische liquidatiestroming.
Wij willen vooreerst grondige en gedetailleerde discussies met dergelijke kameraden. Wij willen speciale maatregelen nemen voor vorming, studie en discussie. De partij moet alle mogelijke inspanningen doen om hen opnieuw te winnen voor het marxisme-leninisme en voor ons programma.
Indien er na zo'n discussie geen politieke vooruitgang is, vragen we deze kameraden zich uit de partij terug te trekken.Zo zijn daar niet toe bereid zijn worden zij uitgesloten.